Statenfractie Noord-Brabant
< Naar overzichtActueelStatenfractieContact

Jachtstop vanwege bijzondere winterse omstandigheden

Delen
06-02-2012

Schriftelijke vragen  van de Partij voor de Dieren aan het college van Gedeputeerde Staten inzake jachtstop vanwege winterweer

Geacht college,

Er is al enige tijd sprake van bijzondere winterse omstandigheden met strenge vorst. Volgens de weersverwachtingen is er op korte termijn geen verandering te verwachten. De oppervlaktewateren zijn bevroren en op veel plaatsen is de bodem bedekt met sneeuw. Voedsel en water voor dieren wordt steeds beperkter. Veel in het wild levende dieren bereiken een staat van uitputting. Door de jacht worden bovendien, naast de bejaagde soorten, allerlei andere dieren opgeschrikt. Zij verliezen hierdoor hun schuilplaats en verbruiken onnodig energie die ze onder deze omstandigheden zelf hard nodig hebben om hun lichaamswarmte op peil te houden.
Het jachtseizoen eindigde per 31 januari maar er is momenteel nog wel jacht mogelijk op soorten waarvoor een ontheffing is verleend, zoals ganzen, smienten, reeën, vossen en zwijnen.
In de winter van 2009 / 2010 werd de jacht beperkt opgeschort naar aanleiding van het winterweer. Alhoewel er sprake is van minder sneeuw zijn de weeromstandigheden wat betreft vorst momenteel veel extremer.

1. Welke ontheffingen voor welke diersoorten ex. Artikel 65 en 68 zijn momenteel in de provincie Brabant actief?
2. Bent u bereid om vanwege de bijzondere weersomstandigheden de verleende ontheffingen voor schadebestrijding en beheer op te schorten? Zo nee, waarom niet?
3. Is er overleg geweest tussen de provinciale overheid en de Faunabeheereenheid Noord-Brabant, het Faunafonds, ZLTO en/of de KNJV over jacht en schadebestrijding onder deze winterse omstandigheden? Zo ja, wat is daarvan de uitkomst? Zo nee, waarom niet?
4. Is er overleg geweest tussen de provinciale overheid en natuurbeheerorganisaties zoals Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Het Brabants Landschap of met dierenbelangenorganisaties zoals de Vogelbescherming over jacht onder deze winterse omstandigheden? Zo ja, wat is daarvan de uitkomst? Zo nee, waarom niet?

In KNJV blad ‘De Nederlandse Jager’ verscheen vorig jaar een artikel  over onderzoek naar wintersterfte. Er is aangetoond dat de meeste dieren in de winter omkomen door uitdroging. Door het bevriezen van alle oppervlaktewateren drinken de dieren niet genoeg met de dood tot gevolg.

‘De onttrekking van vocht begint direct bij het invallen van de vorst en kan blijvende ernstige gevolgen hebben. Spieren raken ontstoken en genezen niet nadat de dooi invalt. Dieren blijven verzwakken, raken na de vorstperiode vatbaarder voor infecties en sterven vaak pas in het voorjaar.’

Ook wordt vermeld dat het openhouden van wakken cruciaal is om de dieren te behoeden voor uitdroging.

5. Zijn of worden er maatregelen genomen om wakken in oppervlaktewateren open te houden? Zo ja, wie is hiervoor verantwoordelijk? Zo nee, waarom niet?
6. Hoe wordt voorkomen dat jagers bij de wakken op dorstige dieren wachten om ze vervolgens gemakkelijk te kunnen doden?
7. Bent u van mening dat ook na het invallen van de dooi het wenselijk is om tenminste een overgangsperiode in te lassen waarin nog niet gejaagd mag worden zodat verzwakte dierpopulaties zich kunnen herstellen? Zo nee, waarom niet?

Winterse omstandigheden kunnen lokaal en regionaal sterk verschillen, zeker wat betreft sneeuwbedekking en ijzel, waardoor een populatie het in één deel van Brabant moeilijker kan hebben dan in een ander deel.

8. Hoe inventariseert u c.q. de faunabeheereenheid de plaatselijke omstandigheden? Worden deze gecontroleerd in het veld en door wie?
9. Bent u van mening dat het instrument provinciebrede opschorting recht doet aan bovengenoemde lokale omstandigheden en voldoende maatwerk mogelijk maakt om verzwakte dieren te beschermen?

De mogelijke schade aan gewassen en percelen bij winters weer staat ter discussie. Zeker bij bevroren sneeuw (ijs en ijs onder sneeuw) kunnen dieren niet meer bij de gewassen. 

10. Bent u van mening dat wilde dieren ook onder deze weersomstandigheden nog schade kunnen aanrichten aan landbouwgewassen en andere percelen? Kunt u dit toelichten?
11.  Bent u van mening dat deze schade zwaarder weegt dan de schade aan een populatie door winterse weersomstandigheden?

Gezien het urgente karakter vragen wij om spoedige beantwoording van de vragen.

Met vriendelijke groet,

Ir. Marco van der Wel
Fractievoorzitter Partij voor de Dieren Noord-Brabant
 

Antwoorden op de vragen:

Er zijn nog geen antwoorden op deze vragen.

Terug