Met compromis veehouderij zijn we verder van huis

Om te vieren dat ze hebben gezorgd voor minder schadelijke stoffen vanuit de veehouderij in de bodem en de lucht, staken de twee SP-mastodonten in het rookhok genoeglijk een sigaret op. Het is tekenend voor het tegenstrijdige nieuwe landbouwbeleid dat kort daarvoor is aangenomen met stemmen van VVD tot aan GroenLinks. De Partij voor de Dieren stemde tegen, want als we de effecten van de veehouderijsector daadwerkelijk willen aanpakken, moeten we de industrialisering die hieraan ten grondslag ligt juist níet verder bestendigen.

Meer megastallen en mestfabrieken
Het nieuwe beleid bestaat uit een pakket aan maatregelen die de veehouderij in Brabant sneller ‘duurzaam’ moeten maken. Een veehouder mag nu enkel nog uitbreiden als hij binnen zijn ‘stalderingsgebied’ een andere stal sloopt. Anderzijds mogen stallen nu wel groter worden dan de 1,5 hectare die we in 2010 na het burgerinitiatief ‘Megastallen Nee!’ hadden afgesproken. Geen krimp van het aantal dieren, maar een krimp van het aantal boeren, dus. Grote winnaars zijn megastalondernemers en supermarkten die graag kiloknallers verkopen.

Oudere stallen moeten sneller worden aangepast om de voor de natuur desastreuze overvloed aan stikstof wat in te dammen. Desondanks blijft de stikstofuitstoot op de natuur nog steeds veel te groot. Het kleine beetje uitstoot dat we besparen komt overigens niet eens ten goede aan natuur of volksgezondheid, want deze ruimte komt grotendeels weer gewoon ten goede aan bedrijvigheid zoals nieuwe industrieterreinen en nieuwe wegen.

Er komt ook meer ruimte voor ruwweg twee keer zoveel mestfabrieken als dat er nu al zijn in Brabant. De angst van heel veel mensen is daarmee waarheid geworden. De gezondheidsrisico’s van deze industriële installaties, die tegenwoordig zowel nabij woonwijken als in het landelijk gebied herrijzen, zijn nog onbekend. Er worden wel garanties gegeven. Nieuwe mestverwerkingsinstallaties zullen potdicht moeten zijn, zodat er geen stankoverlast bij komt.

Met nieuwe megamestfabrieken op stapel in Oss, Roosendaal en Sterksel, heeft niemand ooit een businesscase gezien. Wie zit er eigenlijk te wachten op gedroogde stront uit Brabant? Wat wel bekend is, is dat er in Brabant voor de komende twaalf jaar een dik half miljard aan subsidies voor mestfabrieken beschikbaar is gesteld. Hadden we dat geld niet beter kunnen gebruiken om de veehouderij van megastallen verlossen? Inmiddels wordt er keer op keer een beroep gedaan op het provinciale geld. De wegkwijnende vee-industrie wordt tegen beter weten in kunstmatig in leven gehouden, aan het gemeenschapsgeldinfuus.

Een compromis zonder oplossing
Het vrijdag aangenomen pakket aan maatregelen is één groot compromis waarmee we uiteindelijk nog verder van huis zijn. Een beleid van schaalvergroting enerzijds en stalderen en stikstofmaatregelen anderzijds. Meer megastallen en mestfabrieken gecombineerd met meer niet duurzame luchtwassers. Stroomvreters die bakken zwavelzuur gebruiken. Coalitiepartners VVD, SP, D66 en PvdA zullen gedacht hebben “min maal min is plus”. De uitkomst is echter een compromis zonder zicht op een structurele oplossing.

Het nieuwe beleid steunt vooral op emissiereducerende middelen zoals luchtwassers. De veel te grote stikstofneerslag op de natuur wordt hierdoor weliswaar wat kleiner, maar de dieren in de stallen hebben het met luchtwassers extra zwaar te verduren. Hun longen verbranden in de zure ammoniaklucht. Bovendien vergroten luchtwassers de kans op stalbranden en verkleinen ze de kans op het overleven van een dergelijk drama. Kortom, luchtwassers zijn voor mensen niet goed, voor boeren niet goed, voor het klimaat niet goed, eigenlijk voor helemaal niemand goed.

Een ander deel van het compromis bestaat uit gebieden waar je een iets grotere oude stal moet inleveren om een iets kleinere nieuwe stal te bouwen. Verwacht wordt dat dat over 30 tot 40 jaar de veestapel in die vijf aangewezen gebieden 10 procent kleiner wordt. In het licht van de vier procent groei in de laatste vijf jaar en de reeds vergunde ruimte voor grotere stallen is dat bijna te verwaarlozen. Daarbij blijft de totale Brabantse veestapel gelijk; de dieren worden alleen meer verspreid over de provincie. Gedeelde smart is halve smart, zullen we maar zeggen.

De echte oplossing is verder buitenspel gezet
Al decennia lang hebben we te maken met verschraling van de natuur, decimering van de biodiversiteit, vervuiling van de lucht in het buitengebied, en verslechtering van de waterkwaliteit in de veedichte gebieden. Maar in plaats van op de barricaden te gaan tegen symptoombestrijding en vóór het oplossen van de kern van het veehouderijprobleem, stemden de meeste partijen voor dit nieuwe beleid.

Er werd gekozen voor verder pappen en nathouden met als motto “beter iets dan niets”. De Partij voor de Dieren doet hier niet aan mee, omdat dat ‘iets’ betekent dat we nog eens decennialang vast zitten aan verdere industrialisering van de veehouderij.

Alle pogingen om de kern van het probleem – de veel te grote veestapel in Brabant – aan te pakken, zullen de komende tijd gedoemd zijn te mislukken. We hebben de veehouders tenslotte extra laten investeren en ze verder de kant van schaalvergroting opgedrukt. Wie kan hen dan nog uitleggen dat ze in hun grotere stallen minder dieren dan voorheen mogen gaan houden? Een zogeheten warme sanering zal uiteindelijk nog veel meer tijd en geld gaan kosten. Met het ‘historisch besluit’ van afgelopen vrijdag, is de transitie naar een in de kern ècht duurzame landbouwsector met decennia vertraagd.


Marco van der Wel