Ganzenbeleid in Brabant nergens op gebaseerd

Een motie van de Partij voor de Dieren om het wankele ganzenbeleid in Brabant aan te passen werd tijdens de Statendag op 6 april niet in behandeling genomen. De motie was niet dringend genoeg, vond nota bene de gedeputeerde van Natuur. Het feit dat het jachtseizoen vanaf 1 april weer is geopend, veranderde daar niets aan.

Het ganzenbeleid van de provincie Noord-Brabant is niet goed onderbouwd. Schade- en afschotcijfers zijn niet eenduidig waardoor de noodzaak van het doden van al die ganzen niet kan worden aangetoond. En ganzen doden zonder een duidelijk verband tussen schade op agrarische percelen en het aantal ganzen, is tegen de wet.

Noord-Brabant is niet de enige provincie met een mank ganzenbeleid. De rechter besloot eerder dat in de provincies Utrecht en Flevoland om dezelfde redenen geen ganzen meer mogen worden gedood. De Faunabescherming spant een rechtszaak aan om dit ook in Noord-Brabant te bereiken.

Statenlid voor de Partij voor de Dieren Paranka Surminski: ‘’Het Brabantse beleid voor ganzen berust voor het grootste gedeelte op schattingen, het is wachten totdat de rechter ook in Brabant hier een streep door haalt. Het is te betreuren dat het college van Gedeputeerde Staten met deze wetenschap niet zelf actie onderneemt en het ganzenbeleid aanpast’’.

In 2016 besloot de provincie Noord-Brabant dat het ganzenbeleid gericht moet zijn op het voorkomen van schade, in plaats van het doden van ganzen. Toch zet de provincie nog steeds jaarlijks in op afschot van vele duizenden ganzen, zonder duidelijke onderbouwing.

> Statenlid Paranka Surminski heeft hierover deze schriftelijke vragen ingediend.