Aanvul­lende schrif­te­lijke vragen over de dreiging van met PFAS vervuild baggerslib vanuit Antwerpen naar Nederland


Indiendatum: 7 sep. 2021

Geacht college,

Op 27 augustus dienden wij schriftelijke vragen over de dreiging van met PFAS vervuild baggerslib vanuit Antwerpen naar Nederland in. Sindsdien zijn er ontwikkelingen geweest waarover wij graag aanvullende vragen stellen.

(Wij stellen het op prijs als de eerdere vragen en deze vragen in één document gezamenlijk beantwoord kunnen worden. In dat kader nummeren we onderstaande vragen verder waar de vorige vragen zijn geëindigd. Indien een gezamenlijke beantwoording niet werkbaar is, is een aparte beantwoording natuurlijk ook prima.)

Volgens de Vlaamse juriste Isabelle Larmuseau zou Nederland, met een beroep op de Belgische grondwet, bij wijze van spreken de hele Antwerpse haven plat kunnen laten leggen. Provinciale Staten van Zeeland tonen zich strijdbaar, en hebben een ultimatum aan Vlaanderen gesteld, met als dreiging dat Zeeland inderdaad naar de Belgische rechter stapt om de omgevingsvergunning van 3M in Zwijndrecht te laten vernietigen. Voorbereidingen hiertoe zijn al in gang gezet. Zeeland heeft ook de hulp van het Rijk gevraagd.

7. Gaat u de vergunningen in Vlaanderen beter, actiever volgen en zo nodig zienswijzen indienen? Zo nee, waarom niet?

8. Bent u bekend met de ontwikkelingen in Zeeland en heeft u daarover contact met de provincie Zeeland, als buurprovincie? Zo ja, wat is er (globaal) met provincie Zeeland overlegd?

9. Gezien ook Brabantse belangen direct zijn gemoeid met het minimaliseren van vervuiling dat vanuit Vlaanderen naar Brabant stroomt en waait: bent u bereid provincie Zeeland hierin te steunen, bijvoorbeeld in juridische en financiële vorm? Zo ja, wat stelt u hierbij voor? Zo nee, waarom niet?

10. Bent u bereid om ook richting het Rijk de handen met provincie Zeeland ineen te slaan, om zo sterker op te kunnen komen voor het gezamenlijke belang van minimalisatie van vervuiling vanuit Vlaanderen? Zo nee, waarom niet?

In eerdere vragen van onze fractie, zowel technische als schriftelijke vragen over veehouderijen net over de Belgische grens, heeft u uitleg gegeven over de werkafspraak met de twee Vlaamse provincies, om elkaar advies te vragen voor de gevallen waarin de provincies het bevoegd gezag zijn, bij nieuwe activiteiten binnen de 15 km van de landgrens voor BRZO-inrichtingen en 5 kilometer voor de overige inrichtingen waarvoor de Vlaamse grensprovincies het bevoegd gezag zijn. U gaf aan dat voor deze afstanden is gekozen omdat er nagenoeg geen milieueffecten zouden zijn die verder reiken dan deze afstanden, met de uitzondering van stikstof.
De 3M-fabriek ligt weliswaar binnen een afstand van 15 km tot de Brabantse grens. Het lijkt er desalniettemin op dat de PFAS-lozingen via de Schelde ook van verder weg naar Zeeland en Brabant zouden kunnen stromen.

11. Bent u het met ons eens dat er wel degelijk milieueffecten kunnen zijn die verder reiken dan maximaal 15 km, ook buiten stikstof om? Zo nee, waarom niet?

12. Bent u het met ons eens dat de impact van ontwikkelingen leidend moet zijn en niet simpelweg de afstand tot de grens? Zo nee, waarom niet?

13. Indien ‘ja’ op voorgaande vraag: bent u bereid om te kijken naar ontwikkelingen op grotere afstand van de grens dan tot nu toe gebruikelijk? En bent u bereid de werkafspraak met de twee Vlaamse provincies op dit vlak te heroverwegen?


Met vriendelijke groet,

Marco van der Wel,
Partij voor de Dieren Noord-Brabant