26 jan. 2026
Schriftelijke vragen over het groencompensatieplan van de GOL
Geacht college,
In de Statenmededeling ‘Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat’ geeft u aan uitvoering te hebben gegeven aan motie M122a-2025 ‘Geen bomenkap zonder volwaardig en uitvoerbaar compensatieplan’, waarmee uw college werd verzocht te borgen dat de compensatie van de bomen, die voor de GOL gekapt worden, middels een volwaardig en uitvoerbaar compensatieplan geregeld wordt. Ons inziens is dat nu nog niet het geval.
Wij staan daarin niet alleen. Over het groencompensatieplan zijn meerdere brieven aan PS en GS gestuurd, door Stichting van GOL naar Beter, Het Vlijmens Lint, Natuur- en Milieuvereniging Gemeente Heusden, Federatie Behoudt de Langstraatspoorbruggen, en Stichting Brabantse Milieufederatie. Ook hebben meerdere gemeenteraadsfracties schriftelijk opheldering gevraagd over de gang van zaken rond de groencompensatie.
Wij hebben hierover een aantal vragen.
1. Zijn er al bomen gekapt, t.b.v. de GOL? Zo ja, welke bomen en/of hoeveel bomen?
2. Verdwijnen/verdwenen met de bomen die nu al zijn gekapt ook leef- en verblijfplaatsen, foerageergebieden en vliegroutes voor beschermde diersoorten, zoals vleermuizen? Zo ja, waarom is dit niet bij voorbaat gecompenseerd? Zo nee, waaruit blijkt dit onomstotelijk?
3. In een artikel van Heusden Nieuws, dat is gepubliceerd “met dank aan GOL”, staat: “Voor elke gekapte boom komt minimaal gelijkwaardig groen terug, met zelfs extra herplant.” Wat wordt hier bedoeld met ‘gelijkwaardig’, en hoe wordt ‘extra herplant’ ingevuld?
4. Hoe definieert u een volwaardig compensatieplan, en bent u het met ons eens dat dat meer behelst dan het wettelijke minimum?
5. Bent u het met onze fractie eens dat de aanleg van de ecologische verbindingszones, binnen de GOL-plannen, niet zomaar gezien kunnen worden als compensatie voor gekapte bomen en bosschages?
6 Waarom wordt in het compensatieplan geen rekening gehouden met de verloren waarden van gekapte bomen, aangaande ecologie, klimaat en landschap, bijvoorbeeld op basis van het boomkroonvolume?
7. Op welke wijze is bij de keuze voor de herplantlocaties rekening gehouden met de ecologische functie van de te kappen bomen? Heeft het bijvoorbeeld in ecologische zin nut om ter compensatie bomen te planten op een groen eilandje omringd door asfalt? Graag een toelichting.
8. Welke voorwaarden qua grootte van de compensatiebomen zijn er gesteld in de uitgangspunten die de provincie met de aannemerscombinatie Mourik en Besix (CMB) is overeengekomen (zoals aangehaald in het compensatieplan)?
9. Klopt het dat er decennia oude bomen worden vervangen met bomen van slechts 6 jaar oud, en dat volgroeide bosschages ook door beduidend jonger groen wordt vervangen? Zo ja, kunt u concreet aangeven in hoeverre dat in lijn is met (wettelijke) compensatievereisten?
10. Hoe is het vellen van de 813,25 are bos(plantsoen) en 758 solitaire bomen destijds meegenomen in de MER, op basis waarvan besluiten zijn genomen aangaande de GOL-plannen? (De MER-rapportages lijken niet meer op de website van de GOL te staan.)
11. In het Kap- & Compensatieplan staat dat 758 solitaire bomen worden gekapt, en dit wordt gecompenseerd met 764 bomen. In bijlage 2 van het plan, ‘Overzicht kapvakken en compensatie’ staat echter dat de kap wordt gecompenseerd met 615 bomen. Met hoeveel bomen wordt de kap daadwerkelijk gecompenseerd?
12. Op welke wijze is geborgd dat de compensatie daadwerkelijk compleet wordt gerealiseerd, en hoeveel tijd mag er maximaal tussen kap en compensatie zitten?
13. In de Statenmededeling staat dat het groencompensatieplan is besproken met betrokken belangenverenigingen en heemkundeverenigingen, en dat suggesties en opmerkingen zijn verwerkt in dit plan. Met welke verenigingen is het groencompensatieplan besproken, en welke door hen ingebrachte suggesties en opmerkingen (ook over compensatielocaties) zijn in het plan verwerkt en welke niet, en waarom?
14. Is het aantal te kappen bomen door de bespreking met de verenigingen verlaagd? Zo ja, met hoeveel?
15. Bent u bereid uw inhoudelijke reactie op de brief van drie organisaties, waarin zij stellen dat er vanaf 8 januari al bomen zijn gekapt, terwijl daarbij niet is voldaan aan voorwaarden om de effecten van de kap voor vleermuizen te mitigeren, ook met PS te delen? Bent u bereid om zo snel mogelijk alsnog aan deze voorwaarden te (laten) voldoen en hier ook alert op te zijn bij de kap van de vele nog te kappen bomen?
We horen het graag, en danken u bij voorbaat voor de beantwoording.
Ellen Putman,
Partij voor de Dieren Noord-Brabant
In de Statenmededeling ‘Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat’ geeft u aan uitvoering te hebben gegeven aan motie M122a-2025 ‘Geen bomenkap zonder volwaardig en uitvoerbaar compensatieplan’, waarmee uw college werd verzocht te borgen dat de compensatie van de bomen, die voor de GOL gekapt worden, middels een volwaardig en uitvoerbaar compensatieplan geregeld wordt. Ons inziens is dat nu nog niet het geval.
Wij staan daarin niet alleen. Over het groencompensatieplan zijn meerdere brieven aan PS en GS gestuurd, door Stichting van GOL naar Beter, Het Vlijmens Lint, Natuur- en Milieuvereniging Gemeente Heusden, Federatie Behoudt de Langstraatspoorbruggen, en Stichting Brabantse Milieufederatie. Ook hebben meerdere gemeenteraadsfracties schriftelijk opheldering gevraagd over de gang van zaken rond de groencompensatie.
Wij hebben hierover een aantal vragen.
1. Zijn er al bomen gekapt, t.b.v. de GOL? Zo ja, welke bomen en/of hoeveel bomen?
Antwoord:
Ja, er zijn al 372 solitaire bomen gekapt, sinds start kap begin 2026 (status 11 maart 2026). Dit betreft bomen waarvoor een definitieve kapvergunning / kapmelding ligt.
2. Verdwijnen/verdwenen met de bomen die nu al zijn gekapt ook leef- en verblijfplaatsen, foerageergebieden en vliegroutes voor beschermde diersoorten, zoals vleermuizen? Zo ja, waarom is dit niet bij voorbaat gecompenseerd? Zo nee, waaruit blijkt dit onomstotelijk?
Antwoord:
Nee. Met het project hebben we zeer gedegen, uitgebreid onderzoek gedaan naar de impact die de werkzaamheden heeft op de omgeving. Daar waar we de flora en fauna raken, gelden duidelijke regels. Hiervoor hebben wij omgevingsvergunningen aangevraagd. Tijdens de bouw worden de voorschriften nauwlettend nageleefd.
3. In een artikel van Heusden Nieuws, dat is gepubliceerd “met dank aan GOL”, staat: “Voor elke gekapte boom komt minimaal gelijkwaardig groen terug, met zelfs extra herplant.” Wat wordt hier bedoeld met ‘gelijkwaardig’, en hoe wordt ‘extra herplant’ ingevuld?
Antwoord:
Met 'gelijkwaardig' wordt bedoeld dat de bestaande landschappelijke structuren (zoals bos, solitaire bomen en bomenrijen) in dezelfde vorm worden teruggebracht. Per kapvak is geanalyseerd welke mate van bescherming aanwezig is. Hierbij wordt enerzijds gekeken naar rijksregels, anderzijds naar de decentrale regels vanuit gemeenten of provincie. Zie hiervoor bijlage 2 van het compensatieplan.
Met ‘extra herplant’ wordt bedoeld de extra (stuks) of (are) aan houtopstanden in het compensatieplan ten opzichte van de minimale herplantverplichting (stuks) of (are) die in beleid van de van de verschillende bevoegd gezagen is vastgesteld. Een voorbeeld hiervan is dat we een toeslagfactor hanteren voor te vellen houtopstanden in kapvakken. Het gaat dan om kapvakken die vallen onder de ‘Instructieregels voor het Omgevingsplan Gemeenten- NatuurNetwerkBrabant’ in de Omgevingsverordening Noord-Brabant. Dit terwijl dit vanuit het beleidsmatig minimum, de direct werkende regels (Hoofdstuk 3) niet vereist is.
Het integrale compensatieplan is door een landschapsarchitect opgesteld binnen de kaders van het onherroepelijke Ruimtelijk Kwaliteitsplan (RKP) en het Ruimtelijk Ontwerp (RO).
4. Hoe definieert u een volwaardig compensatieplan, en bent u het met ons eens dat dat meer behelst dan het wettelijke minimum?
Antwoord:
Nee, het compensatieplan omvat per definitie de noodzakelijke compensatie die verplicht wordt gesteld in de vigerende wet- en regelgeving. Echter geldt dat voor de GOL besloten is meer Natuur te realiseren dan we moeten compenseren vanuit wet- en regelgeving. Realisatie van nieuwe natuur is immers één van de doelstellingen van dit project. Daar waar het Provinciaal Inpassingsplan (PIP) 5,92 hectare natuurcompensatie vereist, realiseren wij circa 15 hectare nieuwe natuur. Dit is in het Ruimtelijk kwaliteitsplan en Ruimtelijk ontwerp als integrale gebiedsopgave vastgelegd.
5. Bent u het met onze fractie eens dat de aanleg van de ecologische verbindingszones, binnen de GOL-plannen, niet zomaar gezien kunnen worden als compensatie voor gekapte bomen en bosschages?
Antwoord:
Ja, de compensatie van ‘Natuur’ is in andere wetten geregeld dan die voor het vellen van houtopstanden.
Hoofddoelstelling van herplantplicht is ‘het in stand houden van de totale oppervlakte aan houtopstanden in Nederland’. Bij de manier van herplanting wordt onder meer rekening houden met de natuur- en landschappelijke waarden van een te vellen houtopstand. Deze zaken zijn integraal afgewogen in het groencompensatieplan van GOL. De realisatie van natuur en de herplant van bomen gaat volgens het Ruimtelijk Ontwerp en het Ruimtelijk Kwaliteitsplan van het GOL.
6 Waarom wordt in het compensatieplan geen rekening gehouden met de verloren waarden van gekapte bomen, aangaande ecologie, klimaat en landschap, bijvoorbeeld op basis van het boomkroonvolume?
Antwoord:
Bij de inrichting van het compensatieplan is nadrukkelijk rekening gehouden met ecologie, klimaat en landschap. De uiteindelijke plekken van de groenstructuren zijn bepaald op basis van een integrale afweging tussen deze waarden, de verkeersveiligheid en de beschikbare ruimte boven en onder de grond. De aannemer voldoet daarmee volledig aan de wet- en regelgeving.
7. Op welke wijze is bij de keuze voor de herplantlocaties rekening gehouden met de ecologische functie van de te kappen bomen? Heeft het bijvoorbeeld in ecologische zin nut om ter compensatie bomen te planten op een groen eilandje omringd door asfalt? Graag een toelichting.
Antwoord:
Wij herkennen het beeld van 'groene eilandjes omringd door asfalt' niet; de plekken voor herplanting zijn strategisch gekozen voor het in stand houden van bijvoorbeeld vliegroutes voor vleermuizen en de optimalisatie van het leefgebied van de das. Daarnaast zorgt de beplanting straks voor een route voor de dieren naar de nieuw aan te leggen faunapassages onder de A59 en de randweg Vlijmen. De plekken dragen hiermee direct bij aan de ecologische infrastructuur van het project.
8. Welke voorwaarden qua grootte van de compensatiebomen zijn er gesteld in de uitgangspunten die de provincie met de aannemerscombinatie Mourik en Besix (CMB) is overeengekomen (zoals aangehaald in het compensatieplan)?
Antwoord:
De nieuw te planten bomen, als onderdeel van de Groenvoorzieningen, dienen op 1,00 m hoogte een minimale plantmaat (stamomtrek in cm) te hebben van: - Voor boomrijen en solitaire bomen: 16-18 cm; - Voor bomen in bosschages en houtwallen: 12-14 cm.
9. Klopt het dat er decennia oude bomen worden vervangen met bomen van slechts 6 jaar oud, en dat volgroeide bosschages ook door beduidend jonger groen wordt vervangen? Zo ja, kunt u concreet aangeven in hoeverre dat in lijn is met (wettelijke) compensatievereisten?
Antwoord:
Ja. Herplant gebeurt volgens wet- en regelgeving met jonger plantmateriaal. Zo zijn we zeker van een duurzame en vitale groei op de nieuwe plekken en voldoen we aan de compensatie-eisen. Volgens ecologen is het risicovol om grote bomen te her- of verplanten. De kans dat een dergelijke boom blijft leven op de nieuwe plek is kleiner. Grotere bomen herstellen moeilijker en slaan vaak niet aan.
10. Hoe is het vellen van de 813,25 are bos(plantsoen) en 758 solitaire bomen destijds meegenomen in de MER, op basis waarvan besluiten zijn genomen aangaande de GOL-plannen? (De MER-rapportages lijken niet meer op de website van de GOL te staan.)
Antwoord:
In de fase van het Provinciaal Inpassingsplan (PIP) en de bijbehorende Milieueffectrapportage (MER) richt het juridisch kader zich op de algemene uitvoerbaarheid van het project. Op dit abstractieniveau is een globale inventarisatie van de natuurwaarden en het te verwachten areaalverlies voldoende.
Een gedetailleerde inventarisatie van individuele bomen en specifieke bosschages gebeurt volgens de gebruikelijke procedure in de uitwerkings- en uitvoeringsfase. Bij projecten zoals de GOL worden de definitieve inrichting en de exacte ligging van de infrastructuur pas vastgelegd in het Definitief Ontwerp (DO).
11. In het Kap- & Compensatieplan staat dat 758 solitaire bomen worden gekapt, en dit wordt gecompenseerd met 764 bomen. In bijlage 2 van het plan, ‘Overzicht kapvakken en compensatie’ staat echter dat de kap wordt gecompenseerd met 615 bomen. Met hoeveel bomen wordt de kap daadwerkelijk gecompenseerd?
Antwoord:
Het gaat om 764 solitaire bomen. Het aantal van 615 verwijst naar het wettelijke minimum. Omdat in de uitvoering besloten is meer te compenseren komt het totaal aantal te herplanten solitaire bomen op 764.
12. Op welke wijze is geborgd dat de compensatie daadwerkelijk compleet wordt gerealiseerd, en hoeveel tijd mag er maximaal tussen kap en compensatie zitten?
Antwoord:
De compensatie is juridisch geborgd in de voorschriften in de verleende kapvergunningen voor het vellen van houtopstanden. Het bevoegd gezag zorgt dat deze herplant ook echt wordt gedaan. De wettelijke termijn voor de herplant, is doorgaans drie jaar na het vellen van de bomen. Voor het project GOL varieert deze termijn , tussen de twee en drie jaar. Dit hangt af van de specifieke voorwaarden van het betreffende bevoegd gezag.
13. In de Statenmededeling staat dat het groencompensatieplan is besproken met betrokken belangenverenigingen en heemkundeverenigingen, en dat suggesties en opmerkingen zijn verwerkt in dit plan. Met welke verenigingen is het groencompensatieplan besproken, en welke door hen ingebrachte suggesties en opmerkingen (ook over compensatielocaties) zijn in het plan verwerkt en welke niet, en waarom?
Antwoord:
De Federatie Behoudt de Langstraatspoorbruggen, Natuur- en Milieuvereniging Heusden, Vlijmens Lint en Stichting Van GOL naar Beter zijn vooraf gevraagd om voorstellen in te dienen voor de plekken en manier van de groencompensatie. De ingediende suggesties zijn getoetst aan de projectkaders. Een deel van de inbreng is verwerkt in het definitieve plan.
Voorstellen die niet zijn overgenomen, bleken na toetsing niet verenigbaar met:
• De geldende wet- en regelgeving;
• De vastgestelde landschappelijke visie;
• De ecologische uitgangspunten van het project;
• De vigerende beheergrenzen.
Aantal voorstellen die wel zijn overgenomen:
• Aanplant weitje in hoek Engelenseweg/ De Gemeint.
• Behoud van één bomenrij aan de Gemeint
• Bij poel Engelenseweg zoveel mogelijk opschot behouden i.v.m. landhabitat amfibien.
• De percelen gelegen tussen de A59, de nieuwe randweg, de Biessertweg en de grote vijver westelijk meer inzetten. Hiermee kan een betere aansluiting worden bereikt van de ecotunnel met de Biessertpolder en wordt het zicht en geluid van de A59 beperkt.
• Aanplant struweelgroepen rondom hemelwaterbuffer bij knooppunt 40.
• Behoud van natuur op en langs de Spoordijk. Een aantal kapvakken (29, 31, 32 en 80) worden behouden met uitzondering van bomen in slechte staat.
• Besparing natuur ter hoogte van de korenmolen.
• Rondom de molen zijn extra houtopstanden toegevoegd passend bij de Molenbiotoop.
• Versterking van de natuur aan de zuidzijde (afrit Drunen). De groene rand is extra versterkt.
Aantal voorbeelden van voorstellen die niet zijn overgenomen:
• Het gebied tussen de Voordijk, nieuwe randweg, Voorste zeedijk en Bellaard, waar zij naast de verbreding van de Ecologische Verbindingszone (evz) ook willen inzetten om het zicht en geluid van de drukkere Voorste Zeedijk te beperken met bosschages. Deze wens was landschappelijk niet inpasbaar.
• Extra bomenrij langs de Engelenseweg. Dit is niet mogelijk vanwege de ondergrondse infrastructuur.
• Houtwallen/struiken aan beide zijde van de nieuwe randweg Drunen. Houtwallen/struiken zijn niet inpasbaar op deze plek.
• Het bestaande ‘bomen-gat’ midden op de Heidijk ter hoogte van de percelen Molensteeg 17, 15 opvullen, bomenrijen lang de randen van Drunen. Dit is geen duurzame oplossing op die plek.
• Inrichten perceel bij de Hooibroeken. Dit gebied ligt te ver van het werkgebied van GOL, gekozen is voor compensatie dichterbij plangebied.
• Versterking natuur in de Baardwijkse Overlaat / ten noorden van de Overlaatweg. Enige mogelijk is nabij de voormalig afrit 40 (hemelwaterbuffer) inclusief versterking richting de ecologische verbinding onder de A59. Dit is toegevoegd aan het Groencompensatieplan. Het overige is landschappelijk niet inpasbaar.
14. Is het aantal te kappen bomen door de bespreking met de verenigingen verlaagd? Zo ja, met hoeveel?
Antwoord:
Ja, de volgende concrete besparingsverzoeken volgen vanuit inbreng van de verenigingen:
• Westrand Drunen (Kapvak 29, vak 31 en vak 32) worden verjongd in plaats van volledig gekapt. (31 are);
• Oostrand Vlijmen (Kapvak 71 + 72) behoudt van ca. 17 are aan bestaande houtopstanden langs het wiel aan de Engelenseweg.
• Zuidelijke Bomenrij ‘de Gemeint’ (Vak 59) (20 stuks)
Op initiatief van de aannemer, opdrachtgever en betrokken bevoegd gezagen is ook bespaard op de kap op andere locaties binnen het GOL. Alle besparingslocaties zijn rood omkaderd in de gepubliceerde presentatie op de website.
15. Bent u bereid uw inhoudelijke reactie op de brief van drie organisaties, waarin zij stellen dat er vanaf 8 januari al bomen zijn gekapt, terwijl daarbij niet is voldaan aan voorwaarden om de effecten van de kap voor vleermuizen te mitigeren, ook met PS te delen? Bent u bereid om zo snel mogelijk alsnog aan deze voorwaarden te (laten) voldoen en hier ook alert op te zijn bij de kap van de vele nog te kappen bomen?
Antwoord:
Ja, deze reactie is al met u gedeeld. Wij vinden dat wordt voldaan aan de voorwaarden die zijn gesteld aan de te kappen bomen. En wij blijven er te allen tijde alert op dat wij ons ook aan de voorwaarden uit de vergunningen blijven houden.