Dossier: Giftige leliebollenteelt
"Help, er zit een lelieveld bij mij in de buurt!"
Met die gedachte bent u wellicht online een zoektocht begonnen en op deze pagina terecht gekomen. Wij hebben geen toverstokje, maar kunnen u wel vertellen hoe we op verschillende politieke niveaus aan de slag zijn (geweest) voor een gezonde leefomgeving, zonder giftige leliebollenteelt. En hoe dat hier en daar (al) tot succes heeft geleid.
Daarvoor geven we een inkijkje in onze werkwijze, verzamelde documenten en politieke activiteiten met betrekking tot lelieteelt. Hopelijk biedt dit u houvast en inspiratie om ook op te komen voor mens, dier en natuur. Houd daarbij in gedachten dat dit geen volledig overzicht is en misschien op het moment dat u dit leest ook niet actueel meer.
Laten we beginnen met wat uitleg over de Europese en landelijke wetgeving rondom het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de niet-biologische lelieteelt. Heel simpel gesteld; het mag, onder voorwaarden. Raar eigenlijk, want bestrijdingsmiddelen zijn gemaakt om te doden. Werkzame stoffen worden eerst op Europees niveau goedgekeurd en individuele middelen op basis van die stoffen worden op nationaal niveau beoordeeld en toegelaten. Dat doet het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb).
De laatste jaren wordt lelieteelt steeds vaker in verband gebracht met neurodegeneratieve ziektes zoals Parkinson en ALS en ook de parafine die veel wordt gebruikt, geeft gezondheidsrisico’s. Het RIVM deed er onderzoek naar, en nu loopt het vervolgonderzoek OBO-2. De GGD adviseert daarom om ramen en deuren te sluiten als er gespoten wordt.
Op Europees niveau ziet het er niet best uit voor mens, dier en milieu. Europa wil zelfs versoepeling van de regels omtrent toelating van bestrijdingsmiddelen. Niet elke 10 jaar een herbeoordeling meer bijvoorbeeld. Daar is verzet tegen vanuit wetenschappers en actiegroepen.
Maar zoals u wellicht al gemerkt heeft bij het zoeken op internet, wordt die wetgeving op verschillende plekken ter discussie gesteld. Soms door natuurorganisaties of omwonenden die naar de rechter stappen, zoals bijvoorbeeld in Maasbree en in Drenthe. En steeds vaker krijgen de omwonenden gelijk van de rechter en wordt de lelieteelt in meer of minder mate aan banden gelegd. Met name risico’s voor gezondheid van omwonenden geven daarbij de doorslag, maar ook de natuurwaarden worden daarin meegenomen, zoals bij de uitspraak van de Raad van State over lelieteelt nabij Natura 2000-gebieden.
En soms wordt de regelgeving ter discussie gesteld door lagere overheden die de onrust onder hun inwoners serieus nemen en politieke stappen zetten. Dat deden bijvoorbeeld de gemeentes Fryske Marren, Westerveld en Den Bosch door een (voornemen tot) een voorbereidingsbesluit te nemen. Zij worden daarbij onder andere geïnspireerd door de Gemeentelijke handleiding Regulering bestrijdingsmiddelen van Urgenda en Natuur & Milieu.
Bovenstaande is in grote lijnen het kader. Laten we nu inzoomen op wat een politieke partij kan doen, op de verschillende politieke niveaus. Kort gezegd is dat het onophoudelijk benoemen en aankaarten dat het gaat om gif dat ongezond is voor mens, dier en natuur. Om zo stukje bij beetje het bewustzijn te vergroten en de lelieteelt aan banden te leggen. Daar is een lange adem voor nodig. Een greep uit de bijdrages, vragen en moties van de fractie van de Partij voor de Dieren in de Tweede Kamer laat zien dat de partij er niet pas gisteren mee begonnen is.
- Uit 2010: Vragen over nieuwe feiten omtrent de schadelijkheid van bestrijdingsmiddelen voor bijen
- Uit 2012: Bijdrage Ouwehand over gewasbeschermingsmiddelen; landbouwgif
- Uit 2019: Vragen Ouwehand over de blootstelling van omwonenden aan landbouwgif en de gifstoffen die bewonersorganisatie Meten=Weten heeft aangetroffen in Westerveld
- Uit 2021: Vragen Wassenberg over het hoge gebruik van landbouwgif door de sierteeltsector en de slechte naleving van de betreffende wet- en regelgeving
- Uit 2024: Motie Kostić over niet alleen de lelieteelt maar ook andere sierteeltgewassen met het hoogste bestrijdingsmiddelengebruik meenemen in het aangekondigde onderzoek
Ook in Den Bosch is de fractie van de Partij voor de Dieren aanjager geweest van de strijd tegen de giftige lelieteelt. We leggen hier uit welke stappen we daarvoor genomen hebben en welke documenten daarbij horen.
Het begint uiteraard met het feit dat je weet of ontdekt dat er is sprake is van lelieteelt in je dorp of gemeente. En dat is meteen een lastige, want het staat nergens aangekondigd dat er lelieteelt komt op een bepaald perceel. Alleen de teler en mogelijk de verpachter van de grond hebben er weet van. Lelietelers werken volgens de wisselteelt en dat betekent dat hetzelfde veld doorgaans maar eens per zeven jaar voor lelies wordt gebruikt. Daarmee is lelieteelt een soort pop-up-probleem en dat maakt dat omwonenden soms ineens voor het voldongen feit staan dat ze te maken hebben met een teeltseizoen lang pesticidenspuiten.
Als je in maart ergens zulke kisten en/of zulke bordjes ziet staan, mag je ervan uitgaan dat er lelies de grond in gaan. Vaak liggen er ook nog wat op de grond. Meld dit bij een lokale politieke partij met een groen hart (zoals uiteraard de Partij voor de Dieren), want daarmee kan het balletje gaan rollen, zoals dat ook in Den Bosch gebeurde. Overigens kun je vaak wel zien waar de afgelopen jaren lelieteelt heeft plaatsgevonden via de website van Boer & Bunder.



Goed contact tussen verschillende groepen bewoners en de Partij voor de Dieren-fractie in Den Bosch leidde tot schriftelijke vragen en moties. Zoals u hieronder ziet, duurt het soms even voordat de urgentie doordringt bij alle politieke partijen. De Partij voor de Dieren is gewend dat er soms een lange adem nodig is om iets voor mekaar te krijgen, maar voor omwonenden kan het soms erg frustrerend zijn dat er niet direct een oplossing is, ook al lijkt de politieke wil er wel te zijn.
In 2024 begon het met schriftelijke vragen gevolgd door een aangenomen motie. In 2025 begon het weer met schriftelijke vragen, met daarna een inspraakreactie van een omwonende, gevolgd door weer een aangenomen motie.
En uiteindelijk kwam het College van Burgemeester en Wethouders begin 2026 met een discussienotitie. Daaruit sprak de vrees voor schadeclaims en beperkingen voor woningbouw. Daarom kwam er weer een inspraakreactie van een omwonende die leidde tot de beslissende motie, waarna de gemeente een aankondiging gaat doen van het nemen van een voorbereidingsbesluit.
Het heeft dus even geduurd! De gemeenteraad van Den Bosch heeft eind januari 2026 definitief besloten dat de bollenteelt in deze gemeente vanaf maart 2027 niet mag uitbreiden en dat er een spuitvrije zone van 250 meter moet komen rond woningen, scholen en andere kwetsbare plekken.
Waarom geldt dat verbod niet vanaf vandaag al, vraagt u zich misschien af. Dat heeft te maken met de juridische kant van dit verhaal. De gemeente gaat een zogenaamd ‘voorbereidingsbesluit’ nemen en om grote schadeclaims door de lelieteler te voorkomen, moet dat op tijd worden aangekondigd. Door dat nu dus al bekend te maken, scheelt dat de gemeenschap veel geld.
Een mooi succes, maar Den Bosch is slechts een van de Brabantse gemeentes die met lelieteelt van doen heeft. En verbod in een gemeente kan natuurlijk ook een waterbedeffect hebben, en dan schiet de natuur er nog maar weinig mee op. Om meer te bereiken, is ook het provinciaal niveau van belang. Daarom is ook de PvdD-fractie Noord-Brabant al jaren actief hiervoor. Dat deden we onder meer met politieke vragen, moties en bijdrages. Ook hier zit al wat jaren werk in, zoals in 2022 en in 2024.
Het college van Gedeputeerde Staten van Brabant heeft in de zomer van 2025 een zogenaamde 80-procents-versie van Actieplan Gewasbeschermingsmiddelen gepubliceerd. Daar is op 31 oktober 2025 en op 28 november 2025 door de Provinciale Staten over vergaderd. Daarbij waren vele insprekers die hun zorgen kenbaar maakten. Omwonenden, maar ook de natuurorganisaties en de GGD bijvoorbeeld.
De inbreng van de Partij voor de Dieren laat zich raden: we willen een gezonde omgeving voor mens, dier en milieu en vinden dat de provincie ook aan zet is. De provincie heeft verschillende instrumenten ter beschikking daarvoor, getuige de Provinciale handleiding regulering bestrijdingsmiddelen van Natuur & Milieu en Urgenda.
In het voorjaar van 2026 moet de Gedeputeerde van Landbouw de zogenaamde 100-procents-versie van het Actieplan aanbieden aan de Provinciale Staten. Als die niet naar onze wens verbeteringen laat zien ten opzichte van de 80-procemts-versie, dan zal de PvdD uiteraard samen met andere groene partijen aan de bel trekken en andere politieke instrumenten inzetten. Dat er in de tussentijd in Den Bosch een succes is geboekt, helpt daarbij zeker.
[Dit is de stand van zaken in februari 2026. Dit dossier wordt aangevuld als er nieuws is.]
Als u tot deze regel bent gekomen, heeft u waarschijnlijk interesse in dit onderwerp of maakt zich zorgen over een (mogelijk) lelieveld bij u in de buurt. We raden u aan om contact op te nemen met de fractie van de Partij voor de Dieren in uw woonplaats en/of met de Brabantse Partij voor de Dieren-factie. Ook is het stappenplan van AARDige Buren heel nuttig!
Het helpt altijd als u al heeft geïnventariseerd of er meer mensen in uw omgeving zich zorgen maken, bijvoorbeeld via een buurtapp. Samen staan we sterker!
