Opinie: Monster­be­drijven in opmars: Esthetiek wint het van ethiek


12 september 2007

Bron: Eindhovens Dagblad 13-09-2007

Brabant lijkt de ideale provincie voor varkensflats. Men is traditioneel al wat gewend op het terrein van de bio-industrie. Het protest klinkt hier daarom misschien minder fel dan in provincies als Overijssel waar inwoners zich rot schrikken van de extreme aantallen dieren die tot over de 100.000 per bedrijf kunnen oplopen. Ook bieden de reconstructieplannen in Brabant grootschalige ontwikkelingsruimte. Bovendien blijken economische argumenten bij de bestuurders van de provincie Brabant geregeld de doorslag te geven bij de afwegingen die men maakt. Maar helaas vormen zij daarin geen uitzondering. Onze minister Verburg (landbouw), kan er ook wat van, net als haar voorganger Veerman. Het woord dierenwelzijn wordt gebezigd, maar komt hooguit op de tweede plaats. Economisch gewin staat voorop. Het debat dat men in Brabant voert, is in ieder geval vaak meer gericht op esthetiek dan op ethiek.

Een diepgaande discussie met betrekking tot de ethische kwesties die spelen rond de bio-industrie en de megastallen ontbreekt. De gevaren voor mens en dier die schuilen in de grootschalige dierindustrie verzwijgt men in alle talen. Over het welzijn van de dieren, tijdens transport of tijdens hun miserabele leven, het blijft opvallend stil. Vooralsnog is dierenwelzijn een woord dat wel wordt gebezigd, maar niet ingevuld. Een mooi maar leeg woord in het coalitieakkoord. Het wordt tijd voor een publiek debat daarover. Een hoogdrempelige internetenquête van onze minister draagt daar echter zeker niet aan bij.

Er worden wel beloftes gedaan. In Brabant krijgen we in de toekomst stallen die stankloos zullen zijn en mooi ingepast in het landschap. Prachtige megavarkensflats en grootschalige kippenfarms in gebouwen waar architectonisch diep over is nagedacht, die passen in het landschap, waar geen geurtje vanaf komt (zeggen ze, hoe zou het zijn met de uitstoot van de MRSA bacterie?) en waarin dieren een geweldig bestaan hebben. Als we dan nu alvast niet meer praten over ‘bio-industrie’ of over ‘flats’, maar over ‘verantwoorde landbouw’ en ‘een gebouw met een verdieping’ gesitueerd in ‘landbouwparken’, dan is er helemaal geen vuiltje meer aan de lucht. Want “een stal die past in zijn omgeving vormt geen probleem”, aldus gedeputeerde Rüpp. Hij vindt alle ophef over varkensflats ongepast. Varkensflats komen er niet in Nederland. Noemen we een gebouw met twee verdiepingen tegenwoordig al een flat?

Deze uitspraken van Rüpp zijn ronduit bevreemdend. In het programma Schoon Brabant van de provinciebestuurders lezen we: “De stallen zijn net flats, ze bestaan uit meerdere verdiepingen”. Misschien moet deze tekst nog worden aangepast, nu de gewone burger niets blijkt te willen weten van een dergelijke grootschaligheid?

Al dit gegoochel met woorden en de mooie beloftes leiden echter de aandacht af van het feit dat er op dit moment nog altijd in Brabant miljoenen dieren dag in dag uit opgesloten zitten in leefruimtes die deze term niet verdienen. Steeds meer mensen stuit dit tegen de borst. Dus laten we alsjeblieft geen woordspelletjes spelen met elkaar. Laten we daadwerkelijk zoeken naar oplossingen voor de ethische problemen die de bio-industrie kenmerkt.
Het mag niet bij woorden en mooie beloftes blijven. Honderden miljoenen dieren lijden nu, op dit moment. Ze zijn vervreemd van hun eigen lichaam, vervreemd van hun eigen jongen. Ze worden behandeld als levende machines. Voor hen is morgen te laat. Maar ook: Willen we dat in de toekomst alleen megabedrijven de dienst gaan uitmaken? En: Hoeveel risico’s willen we nemen als we kijken naar de effecten van een virusuitbraak op dier én mens?

De vraag om kritische reflectie en actie wordt te vaak gepareerd met verwijzingen naar Brussel “we hoeven toch niet voorop te lopen”, of “als wij het niet doen, gebeurt het elders in Europa” of “de consument wil niet betalen voor een diervriendelijk product” of het gedoodverfde “de dieren weten toch niet beter”.
Allemaal schijnantwoorden op ethische vragen als: mogen we op een dergelijke wijze met onze dieren omgaan zoals op dit moment nog altijd het geval is, enkele uitzonderingen daargelaten?
Misschien helpt het te bedenken dat we ook in het verleden te maken hebben gehad met ogenschijnlijke onmogelijkheden om ethische afwegingen de doorslag te geven over economische. Denk bijvoorbeeld aan kinderarbeid of slavernij. Ook toen dacht men dat afschaffing onbetaalbaar zou blijken of dat het onze concurrentiepositie zou kunnen schaden. Niets bleek minder waar, sterker: waren we doorgegaan, had dat juist onze concurrentiepositie ernstig geschaad!

Bewustzijnsverandering vindt gedeputeerde Hoes van Noord-Brabant van wezenlijk belang. Waarom niet in Brabant een debat organiseren waarin we serieus onder ogen zien wat de gevolgen zijn van de megabedrijven voor dierenwelzijn, voor de kleinere familiebedrijven, voor de menselijke gezondheid, voor gemeenschappen hier en wereldwijd? Of waarom niet meteen op landelijk niveau een conferentie waarin politici worden uitgedaagd eerst eens een duidelijk antwoord te geven op de vraag of de huidige wijze van omgaan met de dieren in de bio-industrie het welzijn van deze dieren schaadt met negatieve effecten voor gemeenschappen ver weg en dichtbij.

Dieren in gevangenschap weten misschien niet beter, zij groeien op, geïsoleerd van hun nageslacht en de levende gemeenschap, de natuur, om hen heen. Zij weten niet van de lucht en de aarde, de regen en de zon. Wij zijn het die hen dit alles onthouden. Een leven naar hun eigen aard temidden van ander leven. Wij zijn het die weet hebben van dit alles. Hoe lang gaan we nog door op deze vreugdeloze weg van uitbuiting en disrespect? Hoe lang gaan we door met onze eigen Brabantse gemeenschap te ontwrichten met monsterbedrijven waar geen enkele jonge beginnende boer tegenop kan concurreren?

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief