Gezonde landbouw en gezond voedsel


De Partij voor de Dieren wil naar een streekgebonden, plantaardige en biologische productie van voedsel. Daar speelt het bestuur van de provincie een grote rol in. Het uitgangspunt is om mét de natuur te werken en niet tegen de natuur. Dat betekent landbouw met wisselteelt en bloeiende akkerranden, met bomen en hagen die de velden omlijsten, in evenwicht met de omgeving. In deze grondgebonden landbouw is een gezonde bodem de standaard en is respect voor natuur, milieu, dierenwelzijn en volksgezondheid vanzelfsprekend. De Partij voor de Dieren wil af van landbouw die leunt op overbemesting, landbouwgif en uitbuiting van dieren.

Een goede boer is iemand die met liefde voor het vak een ambacht uitoefent – en is dus geen mestmanager of landbouwgiftechnoloog. Nederland kent als gevolg van het immense aantal landbouwdieren een groot aantal problemen, zoals een gigantisch mestoverschot en een onbeheersbare uitstoot van ammoniak en broeikasgassen. Natuur en milieu hebben al tientallen jaren te kampen met verdroging, overbemesting en verzuring. Dierziektes en grootschalig antibioticagebruik vormen een gevaar voor de volksgezondheid. Mestvergisters lossen het mestoverschot niet op, maar verplaatsen het probleem

  • Mestfabrieken

    Standpunt
    Brabant kent de grootste veedichtheid van Europa en heeft als gevolg van deze immense veestapel een gigantisch mestoverschot van 9 miljard kilo per jaar. Dit mestoverschot zorgt voor een bijna onbeheersbare uitstoot van ammoniak en broeikasgassen en voor grote schade aan natuur en milieu.

    De Partij voor de Dieren vindt dat de problemen rond de productie van mest bij de bron moet worden aangepakt. De veestapel, en dus de productie van mest, zou moeten worden ingeperkt in plaats van alsmaar worden uitgebreid. De veestapel zal in zijn geheel moeten krimpen, waardoor er niet meer mest wordt geproduceerd dan er verantwoord op de Nederlandse landbouwgronden gebruikt kan worden. Als er minder dieren gehouden worden, is er minder mest en zijn er minder problemen.

    De huidige 'oplossing' voor het mestprobleem is er een vanuit hetzelfde denken als waardoor de problemen zijn veroorzaakt: “laten we investeren in mestfabrieken.” Het verwerken van mest in mestfabrieken is symptoombestrijding en houdt de alsmaar uitdijende vee-industrie in stand, samen met al haar negatieve invloed op dierenwelzijn, natuurkwaliteit en leefbaarheid.

    NB: Onder ‘mestfabrieken’ verstaan wij mestvergisters, mestverwerkers en mestbewerkers; alle installaties die mest als grondstof gebruiken voor de productie van o.a. energie en droge mest.

    Verspilling
    Wat geldt voor de transitie van plantaardig naar dierlijk voedsel in de veehouderij, geldt ook voor het opwekken van energie met mestvergisters: onder de streep is het een grote verspilling van kostbare voeding en energie. Om onze bio-industrie draaiende te houden, worden er grote hoeveelheden soja en maïs ingevoerd uit landen als Brazilië en Argentinië. Dit hele proces kost jaarlijks net zo veel energie als vijf miljoen huishoudens gebruiken. De energieopbrengsten van mestvergisters komen vervolgens grotendeels uit de bijgevoegde biomassa en amper uit mest zelf.

    Naast voedsel en energie worden er ook vele miljoenen euro’s verspild aan mestfabrieken. Alleen met subsidie kan de ‘bruine stroom’ van mestvergisters rendabel geproduceerd worden. Op dit moment hebben de mestfabrieken in Brabant de beschikking tot meer dan een half miljard euro aan subsidie.

    We kunnen mestfabrieken dan ook zien als afvalverwerkers van de vee-industrie, die voor honderden miljoenen euro's aan gemeenschapsgeld zijn vermomd als groene energie-opwekkers.

    Overlast
    Voor omwonenden brengen de mestfabrieken bovendien heel veel overlast met zich mee. Mensen worden letterlijk ziek van mestfabrieken. Veel omwonenden klagen over stankoverlast, waarbij ze soms dagenlang last hebben van hoofdpijn en misselijkheid. Het wordt steeds duidelijker dat er een causaal verband bestaat tussen stankoverlast en gezondheidsklachten.

    Ook het af en aan rijden van de mest aanleverende tankwagens over landwegen tast de leefbaarheid van het landelijk gebied aan.

    De Partij voor de Dieren vindt dat mestfabrieken slechts de symptomen van de vee-industrie bestrijden. Er zal dan ook moeten worden ingezet op het aanpakken van de bron van het mestprobleem: veel te veel vee.

    Om te voorkomen dat de vee-industrie juist nog verder kan uitbreiden moeten we mestfabrieken zoveel mogelijk weren. Vooral het landelijk gebied is niet geschikt voor deze zware chemische fabrieken.

    Meer informatie

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer

Gerelateerd

Marco van der Wel derde maal lijst­trekker voor Partij voor de Dieren

Het landelijk bestuur van de Partij voor de Dieren heeft Marco van der Wel voorgedragen als lijsttrekker voor de komende Provinciale Staten-verkiezingen in maart 2019. Momenteel heeft de Partij voor de Dieren twee zetels in Provinciale Staten van Brabant, maar gezien de landelijke peilingen zouden dat er in 2019 meer kunnen worden. Daardoor kan de partij ook in de Eerste Kamer een belangrijke rol ...

Bijdragen Moties Vragen Nieuws
Bijdragen Moties Vragen Nieuws