Mest­fa­brieken


Brabant kent de grootste veedichtheid van Europa en heeft als gevolg van dit immense aantal landbouwdieren een gigantisch mestoverschot van 9 miljard kilo per jaar. Dit mestoverschot zorgt voor een bijna onbeheersbare uitstoot van ammoniak en broeikasgassen en voor grote schade aan natuur en milieu.

De huidige 'oplossing' voor het mestprobleem is er een vanuit hetzelfde denken als waardoor de problemen zijn veroorzaakt. Het verwerken van mest in mestfabrieken is symptoombestrijding en houdt de alsmaar uitdijende vee-industrie in stand, samen met al haar negatieve invloed op dierenwelzijn, natuurkwaliteit en leefbaarheid.

Naast voedsel en energie worden er ook vele miljoenen euro’s verspild aan mestfabrieken. Alleen met subsidie kan de ‘bruine stroom’ van mestvergisters rendabel geproduceerd worden. Op dit moment hebben de mestfabrieken in Brabant de beschikking tot meer dan een half miljard euro aan subsidie.

Voor omwonenden brengen de mestfabrieken bovendien heel veel overlast met zich mee. Mensen worden letterlijk ziek van mestfabrieken. Veel omwonenden klagen over stankoverlast, waarbij ze soms dagenlang last hebben van hoofdpijn en misselijkheid. Het wordt steeds duidelijker dat er een causaal verband bestaat tussen stankoverlast en gezondheidsklachten.

Om te voorkomen dat de vee-industrie juist nog verder kan uitbreiden moeten we mestfabrieken zoveel mogelijk weren. Vooral het landelijk gebied is niet geschikt voor deze zware chemische fabrieken.

Het standpunt Mestfabrieken is onderdeel van: Gezonde landbouw en gezond voedsel

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer