Tech­nische vragen over de Bestuurs­rap­portage II-2022 (Burap II-2022)


Indiendatum: 20 sep. 2022

Alle stukken behorende bij de Bestuursrapportage II-2022 zijn hier te vinden, onder agendapunt 9.1.1.


Bij de indicatoren zijn de streefwaarden per jaar soms cumulatief en soms niet. Een consistente weergave van de streefwaarden zou de leesbaarheid van de Burap kunnen vergroten.

1. Kan hier voortaan rekening mee gehouden worden?

Programma 3 Water en bodem
“Vanuit de provincie Noord-Brabant is besloten om meer samenhang tussen de samenwerkingsverbanden Zuidwestelijke Delta (ZWD), Waterpoort (WP) en Geopark Schelde Delta (GPSD) aan te brengen, omdat de gebiedsgrenzen en opgaven complementair zijn aan elkaar.” (p. 16)

2. Hoe ziet deze samenhang eruit?

Verdrogingsaanpak natte natuurparels, twee indicatoren “Hectares (…) waar(in) maatregelen zijn getroffen” (p. 17). Dit doet nog geen uitspraak over het effect van die maatregelen.

3. Tellen die ha pas mee als duidelijk is dat het doel, voldoende vernatting cq opheffen verdroging ook is of zeker wordt bereikt? Of telt elke maatregel mee, ook als blijkt dat het effect onzeker of te gering is?

Programma 4 Natuur en milieu
“De uitvoering van eerste 5 projecten uit de Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord (SLA) ligt op koers” en bevat onder andere een pilot voor combiluchtwassers. (p. 24)

4. Wat houdt deze pilot in?

VHT-taken. Er is een aantal knelpunten benoemd waaronder "beperkte beschikbaarheid Aerius" (p. 24).

5. Wordt hier inderdaad "beschikbaarheid" bedoeld? Zo ja, waar ligt dat aan? Of wordt bedoeld "geschiktheid", i.v.m. recente rechtelijke uitspraken?

De doelstellingen voor EVZ’s en de bossenstrategie zijn verlaagd.

6. Wat waren voor beide onderwerpen de originele einddoelstellingen?

Programma 5 Economie, Kennis en Talentontwikkeling
Drie vragen over indicator “Brabant leert; Minimaal 5000 Brabanders krijgen de mogelijkheid om zich jaarlijks gesubsidieerd om- en bij te scholen richting kansrijke beroepen en t.b.v. krapte- en transitiesectoren” (p. 37).

7a. Waarin wijkt dit af van en/of wat voegt dit toe aan en/of hoe verhoudt zich dit tot landelijk beleid zoals het STAP-budget en de programma's van UWV?

7b. Wie voert dit uit?

7c. Wie geldt in deze context als "Brabander"?

Indicator: “groei werkgelegenheid” (p. 38). Er is een enorme krapte op de arbeidsmarkt.

8. Wordt "groei werkgelegenheid" nader gespecificeerd in een gewenste richting of is elke werkgelegenheid gewenst?

Programma 7 Landbouw en voedsel
Drie vragen n.a.v. indicator “Verhouding tussen de bewerkte mest en de gewasbehoefte in Nederland” (p. 47).

9a. Wat is de gedachte achter de verhouding tussen enerzijds de enkel in Brabant bewerkte mest en anderzijds de gewasbehoefte in heel Nederland?

9b. Hoe wordt met deze indicator er rekening mee gehouden dat de nationale gewasbehoefte niet enkel op bewerkte mest uit Brabant is gericht?

9c. Wanneer zal het resultaat van de nulmeting bekend zijn?

Drie vragen over biodiversiteitsmonitor Akkerbouw en Veehouderij: “Door het testen en toepassen van de biodiversiteitsmonitoren akkerbouw en veehouderij wordt positief bijgedragen aan de kwantiteit en kwaliteit van het water- en bodemsysteem” (p. 49).

10a. Hoeveel verbetering van de kwantiteit en kwaliteit van het water- en bodemsysteem is er te danken aan de 190 deelnemers aan de Biodiversiteitmonitor veehouderij in 2021?

10b. Hoeveel verbetering van de kwantiteit en kwaliteit van het water- en bodemsysteem is er te verwachten indien de streefwaarden voor 2022 en 2023 worden behaald?

10c. Hoeveel kosten zijn er voor de provincie (maximaal) gemoeid met het toepassen van de Biodiversiteitmonitor veehouderij, indien de streefwaarden voor 2022 (150) en 2023 (160) worden behaald?

“Ontwikkeling van bedrijvigheid in nieuwe eiwitten in aantallen bedrijven en werknemers (5% groei per jaar)” (p. 50).

11. Het verbaast ons dat er geen waarde bij de nulmeting is gegeven, aangezien wij de indruk hebben dat de provincie aardig goed op de hoogte is van de bedrijvigheid rond de eiwittransitie in Brabant. Graag een toelichting, en daarnaast de vraag wanneer wij de nulmeting kunnen verwachten.

Twee vragen n.a.v. de twee indicatoren “Gemiddelde waardering burgers voor de agrifoodsector in Brabant (op niveau of verbetering van waardering)” en “Percentage Brabanders met zorgen over de gezondheid in relatie tot de veehouderij (afname percentage)” (p. 56).
In april 2021 diende onze fractie een motie in waarmee GS werd verzocht het draagvlak onder Brabanders voor (meer) mestverwerkingsinstallaties in Brabant te meten. Het college ontraadde deze motie, omdat het niet recht zou doen aan de complexiteit die erachter zit.

12a. Wat is in essentie het verschil tussen het meten van draagvlak voor mestverwerking enerzijds, en waardering voor de agrifoodsector en zorgen over de gezondheid anderzijds, waardoor het eerste niet gemeten zou kunnen worden, en de andere twee indicatoren wel?

12b. Zou, indien PS daar behoefte aan hebben, het draagvlak onder Brabander voor (meer) mestverwerkingsinstallaties in Brabant ondertussen wél gemeten kunnen worden (bijvoorbeeld op de wijze waarop al een aantal jaren het draagvlak voor de energietransitie in Brabant wordt gemeten)?

“Korte ketens worden vaak gezien als een belangrijk middel om dit te bereiken: de consument koopt direct bij de boer of met maximaal één schakel ertussen. De afgelopen jaren is gebleken dat veel initiatieven het niet volhouden.” (p. 57)

13. Welke oorzaken zijn er bekend voor het niet volhouden?

De indicatoren voor het programma Landbouw en voedsel komen niet helemaal overeen met de indicatoren zoals ze zijn aangekondigd in de uitvoeringsagenda Landbouw en Voedsel 2022-2023, waarbij werd aangegeven dat ze zouden worden opgenomen in de S&V-cyclus.

14. Hoe komt dat?

Programma 8 Basisinfrastructuur mobiliteit
Drie vragen ober indicator: “Ontwikkeling emissie broeikasgassen vanuit mobiliteit uitgedrukt in CO2 equivalenten (in absolute aantallen in tonnen uitstoot) (Noord-Brabant): emissie < vorige jaar.” (p. 63)

15a. Er staat geen groen, oranje of rood verkeerslicht bij deze indicator, en ook een toelichting ontbreekt. Zijn die per abuis afwezig?

15b. Aangezien uitstootcijfers over een bepaald jaar doorgaans pas anderhalf jaar later bekend zijn; is deze indicator wel bruikbaar?

15c. Wat wijst er op dat we de gestelde doelen van 50% reductie in 2030 al dan niet halen? Liggen we op schema?

“Alle verlichting langs provinciale wegen is in 2023 vervangen door LED (uitvoering 2022 en 2023)” (p. 64).
Er staat geen toelichting bij, maar het ‘verkeerslicht’ (met LED-verlichting?) staat op groen.

16. Betekent dit dat we er inderdaad vanuit kunnen gaan dat langs de provinciale wegen vanaf 2024 enkel nog LED-verlichting brandt?

Programma 10 Vrijetijd, Cultuur, Sport en Erfgoed
Inzet Leisure Ontwikkel Fonds (LOF) Noord-Brabant (p. 73)

In 2022 is een startup gefinancierd en een lening verstrekt. De verwachting is dat er meer aanvragen zullen komen.

17. Worden de aanvragen voor het LOF ook beoordeeld op compatibiliteit met andere provinciale doelen, zoals bijvoorbeeld energiebezuiniging, natuurinclusief, etc.?

Investeringsschema (bijlage 2)
In het investeringsschema staan meerdere regels ‘wegeninvesteringen’. Uit de beantwoording van onze technische vragen over de Burap I-2022 blijkt dat de eerste regel ‘wegeninvesteringen’ het groot onderhoud betreft. De andere regels ‘wegeninvesteringen’ gaan om de ‘plus’, maar dat “gaat maar zelden over echt nieuwe aanleg. In veel gevallen wordt in combinatie met het groot onderhoud het wegvak verbeterd in het kader van de leefbaarheid, verkeersveiligheid en/of de doorstroming.”

18. Is het mogelijk om voortaan in de P&C-stukken duidelijk onderscheid aan te brengen in de kosten/middelen/investeringen voor: onderhoud; leefbaarheid; verkeersveiligheid, en; doorstroming?

Instellingsbesluit reserve Europese Programma's 2022-2027
Voorgesteld wordt om bijdragen van diverse programma’s (zie besluitpunten c1 t/m c4) aan de reserve Europese programma’s toe te voegen.

19. Worden de bijdrage uit de provinciale programma’s uitsluitend ingezet voor cofinanciering van projecten voor dat programma, ofwel blijven ze geoormerkt voor projecten binnen het programma waaruit de reservering wordt gedaan?