Opinie: Terugkeer van de Wolf, is het een sprookje of een sprookje?


2 januari 2020

Er was eens een wolf die na eindeloos lang vervolgd te zijn geweest, zijn weg terug vond naar Nederland. Een blije gebeurtenis. Immers deze toppredator hoort thuis in de Brabantse natuur en heeft een positief effect op het hele ecosysteem. De wolf brengt balans in de natuur, zoals door het doden van wilde zwijnen, en dat is een gegeven waar ook boeren en jagers content mee kunnen zijn. Waarom lijken we dan toch met z’n allen spontaan te bezwijken onder het ‘Roodkapje-syndroom’? Waarom duiken er griezelverhalen op over bloeddorstige wolven, die niet alleen schapen doden maar zelfs kleine kinderen verscheuren?

Is er een dier denkbaar dat meer tot de verbeelding spreekt dan de wolf? Er zijn talloze sprookjes en verhalen over wolven, en tegenwoordig mogen we daar de alarmerende sterke verhalen van kleinveehouders bij optellen. Deze verhalen ondermijnen in sterke mate het draagvlak voor de komst van de wolf in Nederland, en dat is een trieste zaak. We moeten als land namelijk opnieuw leren samenleven met deze prachtige dieren, die nationaal en internationaal beschermd zijn. In tegenstelling tot wat er in veel sprookjes gebeurt, mag de wolf in Nederland niet worden gedood, zolang er voldoende diervriendelijke alternatieven zijn. En dat die alternatieven er zijn, zal niemand betwisten.

Is Noord-Brabant goed voorbereid op de terugkeer van de wolf? De Nederlandse provincies hebben gezamenlijk een wolvendraaiboek opgesteld in samenwerking met experts van BIJ12/Faunafonds en het Ministerie van Economische Zaken. Het wolvendraaiboek geeft duidelijk aan dat er meerdere mogelijkheden zijn om vee te beschermen tegen wolven. De ‘Faunaschade Preventie Kit’ van de hand van BIJ12/Faunafonds bevat een pakket gedetailleerde maatregelen om schade door wolven te voorkomen. Deze maatregelen, zoals het plaatsten van een permanent hek van gaas of schrikdraad, maar ook simpelweg het ophokken van vee, zijn bewezen effectief. De Partij voor de Dieren is van mening dat deze maatregelen ook echt genomen moeten worden, omdat iedere veehouder de plicht heeft om voor zijn dieren te zorgen.

Veel maatregelen vragen een extra investering. Provincie en Rijk zouden dus niet alleen moeten inzetten op het 100% vergoeden van schade door wolven, maar ook op het stimuleren van preventieve maatregelen, het delen van kennis met veehouders en het faciliteren van vrijwilligers van wolvenwerkgroepen die kunnen helpen met het uitvoeren de meest geschikte maatregelen en ook voorlichting aan het grote publiek kunnen geven. Boeren in Duitsland hebben geleerd dat het effectief is om hun vee te beschermen met rasters, schrikdraad of met waakhonden. In Duitsland bestaat tot nu toe slechts 0,8-1,0% van het voedsel van wolven uit landbouwhuisdieren. Wat betreft het gebruik van diervriendelijke oplossingen loopt Duitsland ver voor op onze veehouders. Het kan dus wel!

Onderzoek toont aan dat wolven niet structureel schapen eten, omdat ze liever wild vangen. Maar landbouwdieren vallen wel zo nu en dan ten prooi aan zwervende wolven, omdat het hen niet lukt om wild te vangen. Wanneer schapen dan niet voldoende beschermd zijn, is het kip ik heb je. Wanneer een wolf zich in een geschikt territorium gevestigd heeft, is zijn eerste keus bijna altijd natuurlijke voedsel: zwijnen, edelherten, damherten, reeën, en ook knaagdieren zoals muizen, ratten en bevers. Bovendien zijn ze erg schuw. Wolven zijn dus in het algemeen niet gevaarlijk voor mensen.

Onderzoek toont ook aan dat verreweg de meeste slachtoffers onder schapen worden veroorzaakt door loslopende honden. Het aantal door wolven gedode schapen is sinds 2015 in verhouding laag met 238. Het aantal schapen dat in dezelfde periode is aangevallen door honden of vossen is tussen 3000 en 13000, oftewel 12-40 keer zo groot. En terwijl een aanval van een wolf op een mens uiterst zeldzaam is, komen ernstige bijt-incidenten door honden helaas regelmatig voor. Mensen die bang zijn dat een wolf hun kinderen zal aanvallen, hoeven niet te vrezen. Veel mensen gaan met hun kinderen op vakantie naar Polen, Tsjechië of Zuid Duitsland, en waar veel meer wolven zijn. En? Daar wel eens een wolf gezien?

Terug naar de actualiteit. Als een schaap gedood is zou je aan het beetpatroon kunnen zien of het waarschijnlijk een wolf is of waarschijnlijk een hond. Maar ook daar kunnen experts niet altijd in zekerheid zeggen welk dier het was. Immers een wolf en hond zijn verre familie. Om zeker te zijn moet er DNA worden onderzocht. En alleen als er een redelijke kans is dat het om wolf gaat wordt er ook DNA-onderzoek gedaan. Als het inderdaad om een wolf gaat, wordt de schade vergoed. Stellige uitspraken zonder die onderbouwing met DNA, hoe spannend ook, kloppen vaker niet dan wel, en vertroebelen bovendien het beeld en werken contraproductief voor de wolf en de mens.

Als schapenhouders werkelijk het beste voorhebben met hun dieren, zorgen ze dat de dieren beschermd zijn met deugdelijke afrastering en/of 's nachts binnen staan. Dat helpt tegen de kleine kans op een ontmoeting met een wolf maar vooral tegen de grote kans dat een hond een schaap treft. We zullen nieuwe spelregels moeten leren om met deze nieuwe bewoner van ons buitengebied samen te leven. Alleen dan kan het verhaal eindigen zoals in een sprookje met: ze leefden nog lang en gelukkig.


Paranka Surminski is bioloog en burgerlid van de Partij voor de Dieren in Noord-Brabant