Opinie: Varkens­villa en andere mooie praatjes


14 november 2007

Als het aan de commissaris van de koningin mw. Maij-Weggen en gedeputeerde dhr. Rüpp ligt, dan gaat het woord varkensflat in Brabant in de ban. Reden: het woord heeft een negatieve klank en hierdoor loopt de veehouderij opnieuw kans op een imago probleem. (BD, 10 november 2007). Maar zo negatief is het woord varkensflat toch niet? Het is altijd nog beter dan varkenspakhuis, varkenscel, varkensstapelhok, varkensgevangenis, of varkensvleesproductieschuren. We kunnen natuurlijk wel gaan spreken over vrijstaande varkens-villa (mooie alliteratie) of varkensverzorgingsflat (dan blijft het herkenbaar, maar zit er toch een mooie warme klank van verzorging in), maar dat verandert natuurlijk niets aan de benarde situatie waarin de varkens zich bevinden. Vleesvarkens staan immers bij elkaar in kleine hokken op het kale cement, zeugen liggen de eerste maand na het werpen van de jongen in een stalen kooi niet veel groter dan hun lichaam. De verveling onder varkens is zo groot dat zij allerlei vervelende gedragingen gaan vertonen tot kannibalisme aan toe.

Ook al zo stigmatiserend is het woord legbatterij. Dat had nooit uitgevonden mogen worden. Kooikip klinkt immers heel wat vriendelijker, al veranderd ook dat niets aan de ellendige situatie waarin de kippen zich bevinden. Dagelijks zijn er 42 miljoen legkippen in ons land (CBS 2006), waarvan 19 miljoen in legbatterijen. Deze “kooikippen” leven zo’n 1 ½ jaar op één A4'tje, zien nooit buitenlucht en broeden nooit een ei uit. Ze hebben geen ruimte om de vleugels uit te slaan. Snavels worden pijnlijk ‘aangepast’ (ook een mooi eufemisme) aan het leven in de kooi. Jaarlijks overlijden 1,4 miljoen hennetjes vroegtijdig door ziekte, pikkerij en vangstmethode. De haantjes worden vergast of vermalen. Zo kunnen we even doorgaan. De kistkalveren zijn echt niet veel beter af nu ze in groepjes opeengepakt in kooien staan, of wat te zeggen van de konijnen die op gaas staan waardoor hun ruggenwervel pijnlijk vergroeit of de kalkoenen die in donkere schuren staan, op elkaar gepropt zodat ze nauwelijks kunnen bewegen waardoor ze snel in gewicht toenemen. Spreken over konijnenparadijs of kalkoengasterij verandert niets aan hun miserabele leven. Het gaat hier om miljoenen dieren wier leven geheel en al in dienst staat van het productiedoel dat de mens eraan stelt. Dieren die hierdoor vervreemd raken van hun eigen lichaam, hun nageslacht, hun soortgenoten en het leven om hen heen. En dan is het volgens sommigen vreemd dat we over bio-industrie en industrialisering van het platteland spreken in plaats van over verantwoorde landbouw en stallen zonder boerderij mooi ingepast in het landschap, wat immers veel mooier klinkt en prachtige beelden oproept van het goede leven?

Hoe komen mensen toch eigenlijk aan al die nare woorden? Beste meneer Rüpp en mevrouw Maij-Weggen: Zou het iets te maken hebben met de huisvesting van onze landbouwdieren? En het leven dat hen aldus gegund wordt? Kan het zijn dat de veehouderij precies door de wijze waarop de dieren gehouden worden imagoschade oploopt?

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief