Verant­woord natuur­beheer in Brabant nog utopie


14 mei 2010

In Noord-Brabant worden met ogenschijnlijke nonchalance weer honderden hectares EHS natuur opgeofferd. Ook bij de inrichting van natuur die nog wel een plaatsje binnen de EHS mag houden, verloopt niet alles even soepel. Sprekend voorbeeld is EHS gebied De Hilver, onlangs nog in het nieuws omdat er weidevogelnesten vernield waren door een aannemer die in het broedseizoen graafwerkzaamheden begonnen was. In dit gebied, bestaande uit het Diessens Broek, Den Opslag en het Moergestels Broek creëert de landinrichtingscommissie in opdracht van de provincie zogenoemde 'nieuwe natuur'. Het was vroeger een veenmoeras, dat zich in de loop van de twintigste eeuw omvormde naar natte hei en moet toen volgens Jac. P. Thijsse een erg waardevol natuurgebied geweest zijn. Later werd het ontgonnen voor akkerbouw en veeteelt. In de jaren ‘90 is het gebied aangewezen als EHS-natuur, en in beheer bij Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en het Brabants Landschap. Doel is om dit gebied grotendeels om te vormen naar schrale natuur om vooral aan de flora kansen te bieden om zich hier te gaan vestigen. Tevens moet het gebied ook een waterbergingsfunctie krijgen. De beide opgaven worden in het gebied Den Opslag rigoureus aangepakt middels het tot 70 centimeter diep afgaven van de toplaag. Op het eerste gezicht een nobel plan, ware het niet dat verzuimd lijkt te zijn om de nu aanwezige planten en dieren in het gebied beter te betrekken in de plannen. Bij de Vogelwerkgroep Midden-Brabant gingen echter alarmbellen rinkelen. Na een grondige inventarisatie kwam zij tot de conclusie dat met name Den Opslag de hoogste dichtheid aan weidevogels van de Hilver heeft, en dat het gebied voor grutto's één van de belangrijkste broedplaatsen is van heel Brabant. Ook komen in het gebied andere bedreigde (rode lijst) soorten voor, zoals de veldleeuwerik, watersnip, patrijs, koekoek, kneu, spotvogel en gele kwikstaart. Door het afgraven verdwijnen de biotopen van de nu zo talrijk aanwezige kritische vogelsoorten, waardoor ze gedwongen worden elders heen te trekken, als daar tenminste nog plaats voor ze is. Het valt moeilijk uit te leggen dat een prachtig, bestaand vogelgebied plaats moet maken voor op de tekentafel ontworpen 'nieuwe natuur'. In de hang naar 'maakbare' en 'classificeerbare' natuur lijkt de bestaande rijkdom van een gebiedje over het hoofd te worden gezien. De provincie en het rijk steken vele miljoenen in soortenbescherming en de EHS, maar gezien dit voorbeeld moeten we ons afvragen hoe efficiënt er met dat geld omgesprongen wordt. De vogelwerkgroep adviseert om de kern van het huidige weidevogelgebied in stand te houden, gezien de zeer belangrijke positie die het gebied in Brabant en internationaal inneemt voor broedvogels zoals de grutto, maar ook voor doortrekkers en wintergasten. De Partij voor de Dieren stelt vragen aan het provinciebestuur over deze kwestie. Het valt te hopen dat natuurbeheer in Nederland niet zo rigide is geworden dat er alleen maar in plannetjes en doelstellingen gerekend kan worden, maar dat de natuur waar het uiteindelijk om draait in het proces ook nog ergens gezien en gehoord wordt.