Vragen over risico’s tijdens zwan­ger­schap door slechte lucht­kwa­liteit


Indiendatum: mei 2016

Schriftelijke vragen van de Statenfractie van de Partij voor de Dieren aan het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant betreffende risico’s tijdens zwangerschap door slechte luchtkwaliteit.


Geacht college,

Met de Uitvoeringsagenda Brabantse Agrofood 2016-2020 (UBA) wil Brabant in 2020 tot de meest duurzame en slimme agrofoodregio's van Europa behoren, met daarin onder anderen maximale aandacht voor gezondheid.

Een van de gewenste uitkomsten van de UBA is “een goede woon- en leefomgeving, waarbij we nadrukkelijk kijken naar de leefbaarheid van het buitengebied.” Een deel van de beweging die de UBA voorstaat is “het voorkomen van onaanvaardbare gezondheidsrisico’s.”

Onderzoek van de universiteit van Oulo in Finland wijst uit dat een slechte luchtkwaliteit risico's tijdens de zwangerschap kan verhogen.

De conclusie van het onderzoek is dat iedere toename van vier microgram aan stof per vierkante meter kon worden gelinkt aan twee procent meer kans op een stilgeboren baby.

Dit heeft bij ons geleid tot de volgende vragen.

1. Bent u bekend met het genoemde onderzoek?

2. Is de uitkomst van het genoemde onderzoek voor u reden tot het doen van nader onderzoek naar risico’s van een verslechterde luchtkwaliteit, die in Noord-Brabant overigens met name wordt veroorzaakt door de veehouderij en verkeer en vervoer (als zijnde de grootste emissiebronnen van fijnstof)? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wordt dit dan (deels) uit het budget van de UBA en/of uit het mobiliteitsbudget bekostigd?

3. Indien ja, welke partij zou dit onderzoek volgens uw college het beste uit kunnen voeren?

4. Wanneer blijkt dat de veehouderij (extra) gezondheidsrisico’s tijdens de zwangerschap tot gevolg heeft, gaat u hier dan (extra) maatregelen tegen nemen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wordt dit dan uit het budget van de UBA bekostigd?

5. Brabant heeft gebieden waar de luchtverontreiniging door fijnstof (PM10) een GES 5-score (zeer matig) heeft. Betreft dit volgens uw college een onaanvaardbaar gezondheidsrisico? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke maatregelen kunt en wilt u nemen?

6. Kunt u deze risicogebieden duidelijk in beeld brengen, bijvoorbeeld in de gezondheidskaarten? Zo nee, waarom niet?

Wij vernemen graag uw reactie.


Met vriendelijke groet,

Marco van der Wel
Partij voor de Dieren

Indiendatum: mei 2016
Antwoorddatum: 14 jun. 2016

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.

1. Bent u bekend met het genoemde onderzoek?

Antwoord: Ja.


2. Is de uitkomst van het genoemde onderzoek voor u reden tot het doen van nader onderzoek naar risico’s van een verslechterde luchtkwaliteit, die in Noord-Brabant overigens met name wordt veroorzaakt door de veehouderij en verkeer en vervoer (als zijnde de grootste emissiebronnen van fijnstof)? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wordt dit dan (deels) uit het budget van de UBA en/of uit het mobiliteitsbudget bekostigd?

Antwoord: Nee. Het Finse onderzoek heeft betrekking op de stedelijke luchtkwaliteit. De onderzoekers geven aan dat er geen statistisch relevante verbanden zijn gevonden, maar vinden de gevonden signalen wel belangrijk genoeg om nader onderzoek aan te bevelen.

Recent is echter ook een UNECE rapport gepubliceerd met daarin wisselende signalen. Gezondheidseffecten worden in dit rapport gekoppeld aan secundair fijnstof dat ontstaat uit een reactie met ammoniak uit de landbouw. In hetzelfde rapport worden op basis van een WHO-rapport vragen gesteld bij de mate van schadelijkheid van dit secundair fijnstof.

Uit onze contacten met deskundigen van het Kennisplatform Veehouderij en Humane gezondheid over dit en andere rapporten komt naar voren dat er nog een aantal dringende kennisvragen op dit terrein zijn.
Het Kennisplatform is een samenwerkingsverband van feitelijk alle Nederlandse deskundigen op dit terrein. Recent heeft het platform bijvoorbeeld een bericht gepubliceerd n.a.v. de vraag van dhr. Bebber over veehouderij en longkanker.

Het Kennisplatform zal kort na de zomer een kennisbericht over fijnstof en veehouderij uitbrengen. In dit kennisbericht zullen de uitkomsten van de onderzoeksrapportage Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO), wat binnenkort verschijnt, en het endotoxinekader onderzoek zijn meegenomen.
Tevens zullen in dit bericht aanbevelingen worden gedaan.

Het Rijk is primair verantwoordelijk voor de volksgezondheid en hebben goede toegang tot kennisinstellingen zoals het RIVM. Wij volgen de ontwikkelingen op rijksniveau op de voet omdat wij vinden dat gezondheidsrisico’s laag moeten zijn.
Aan onderzoek naar de complexe samenhang tussen verschillende bronnen van fijnstof en gezondheidseffecten over grotere afstanden in plaats en tijd zijn hoge kosten verbonden. Wanneer het nodig is zullen wij bezien hoe wij een bijdrage aan onderzoek gaan leveren.


3. Indien ja, welke partij zou dit onderzoek volgens uw college het beste uit kunnen voeren?

Antwoord: Zie antwoord op vraag 2.


4. Wanneer blijkt dat de veehouderij (extra) gezondheidsrisico’s tijdens de zwangerschap tot gevolg heeft, gaat u hier dan (extra) maatregelen tegen nemen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wordt dit dan uit het budget van de UBA bekostigd?

Antwoord: Wanneer uit nader onderzoek blijkt dat er sprake is van een extra, niet acceptabel, risico dan zijn in eerste instantie het Rijk en de sector aan zet om de nodige maatregelen te nemen. Op dat moment zullen wij natuurlijk bezien hoe wij een bijdrage kunnen leveren aan het verlagen van dat risico. Dat kunnen regels zijn, personele inzet en ook geld. Uit welk budget dat gefinancierd wordt zal dan nader bekeken worden.


5. Brabant heeft gebieden waar de luchtverontreiniging door fijnstof (PM10) een GES 5-score (zeer matig) heeft. Betreft dit volgens uw college een onaanvaardbaar gezondheidsrisico? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke maatregelen kunt en wilt u nemen?

Antwoord: Nee. Een GES 5-score komt overeen met een jaargemiddelde concentratiewaarde die ligt tussen 30 en 34 ug/m3. De wettelijke grenswaarde voor fijnstof (PM10) is 40 ug/m3. Aandachtspunt is wel dat bij fijnstof ook onder de grenswaarde sprake kan zijn van gezondheidsschade.
Luchtverontreiniging wordt in verband gebracht met diverse gezondheidsklachten. Het gaat voornamelijk om luchtwegklachten of geïrriteerde ogen. Of de luchtkwaliteit ook tot gezondheidsklachten leidt verschilt per situatie en is persoonsafhankelijk.


6. Kunt u deze risicogebieden duidelijk in beeld brengen, bijvoorbeeld in de gezondheidskaarten? Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Ja. Zie hiervoor de Statenmededeling d.d. 8 december 2015, documentnummer GS 3886503, PS 3904703.


Gedeputeerde Staten van Noord Brabant,

de voorzitter, de secretaris,
prof. dr. W.B.H.J. van de Donk mw. ir. A.M. Burger

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer