Kader­stelling externe veiligheid (Staten­voorstel 31/08)


30 mei 2008

Essentieel vraagstuk van de beleidsvisie is: welke ambitie heeft de provincie op het gebied van externe veiligheid? Wat willen we méér doen dan de wettelijke taken? Over dat ambitieniveau kan PS een uitspraak doen. Het ambitieniveau wat er nu staat is redelijk terughoudend. Voor de PvdD té terughoudend.

Externe veiligheid betreft het voorkomen van dodelijke slachtoffers als gevolg van ongevallen met gevaarlijke stoffen: brand, explosie en gifwolk. Dit is (landelijk) gedefinieerd als menselijke dodelijke slachtoffers, hoewel de Europese Sevesorichtlijn ook een milieucomponent heeft. Ook de normen zijn op dodelijke slachtoffers gebaseerd (de brandweer is weer meer geïnteresseerd in gewonden). En in theorie is het natuurlijk zo dat als je menselijke dodelijke slachtoffers voorkomt, je ook gewonden voorkomt en ook dierlijke slachtoffers.

Alleen, essentie van het hele risicobeleid is dat je risicobronnen (bijvoorbeeld bedrijven waar met gevaarlijke stoffen gewerkt wordt) op voldoende afstand houdt van kwetsbare objecten (bijvoorbeeld scholen en woningen). Kwetsbare objecten zijn in regelgeving gedefinieerd en bijna volledig beperkt tot objecten waar mensen voorkomen (bepaalde infrastructurele werken zijn ook aangemerkt als kwetsbaar object).

Vanuit oogpunt van dierenwelzijn is het echter ook gewenst afstand te houden tussen risicobronnen en bijvoorbeeld intensieve veehouderij, zeker nu er wordt gesproken over plaatsing van intensieve veehouderij op industriegebieden. Vandaar dat we een motie indienen met een verzoek tot onderzoek naar de mogelijkheid om dieren op te nemen in het veiligheidsbeleid.

Zoals ik hiervoor al aangaf, heeft de Sevesorichtlijn ook een milieucomponent. Die is heel lang niet goed verwerkt geweest in de Nederlandse wet- en regelgeving, maar sinds enige tijd is er ook de Regeling beoordeling afstanden natuurgebieden. Deze regeling is ook aangegeven in de tabel met wettelijke taken. In deze regeling is aangegeven dat er voldoende afstand moet zijn tussen de "meest risicovolle bedrijven" (BRZO-inrichtingen) en bepaalde natuurgebieden. Wat "voldoende afstand" is, maakt de regeling echter niet duidelijk. In de toelichting op de regeling is aangegeven dat het ministerie van LNV het initiatief zou moeten nemen om in overleg met het ministerie van VROM daarvoor een instrument te ontwikkelen. LNV neemt echter helemaal geen initiatief en VROM heeft nu het initiatief op zich genomen (LNV neemt wel deel), en nu gebeurt er eindelijk wat, al schiet het niet erg op. Extra druk op het LNV is gewenst. Dat is natuurlijk iets voor de landelijke vertegenwoordiging van politieke partijen, de PvdD zal daar zeker ook haar stem laten horen, maar ook een provinciaal geluid is op zijn plaats. Wilt u een dergelijk geluid laten horen?

Wij staan voor:

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer