PvdD doet afstand van het coal­ti­tie­ak­koord


4 oktober 2007

Vrijdag 5 oktober j.l. werden in de Provinciale Staten vergadering de plannen van de Brabantse coalitie besproken. Het programma voor de komende 4 jaar heeft als titel “Vertrouwen in Brabant”. De eerste zeer globaal geformuleerde plannen waren zo mooi dat niemand daar eigenlijk nee tegen kon zeggen. Ook wij niet. Het stond vol mooie toekomstperspectieven.
Nu is de fase aangebroken dat de programma’s concreter ingevuld moeten zijn. Maar wat blijkt; de nadere invulling van de plannen blijft vaag en weinig concreet. Men blijft mooi weer spelen en pakt niet de problemen op het terrein van de intensieve veehouderij, verrommeling van het landschap, natuur en milieu serieus aan. In de PS vergadering kreeg de Partij voor de Dieren kreeg in totaal 5 minuten spreektijd. Birgit Verstappen verwoordde haar standpunt als volgt: “Het coalitie akkoord stinkt!"

Voorzitter, we hebben het vandaag over Vertrouwen in Brabant, onderdeel waarvan het schoon, veilig en gezond Brabant. Vertrouwen is mooi, maar deze coalitie heeft te veel vertrouwen en leert niet van zelfs het meest recente verleden. Maar hoe langer de mooie woorden klinker, hoe duidelijker wordt dat er een luchtje aan zit. Het voordeel van de twijfel dat de PvdD de coalitie gunde, is voorbij. Duidelijk wordt hoe het schone, veilige en gezonde Brabant met de mond wordt beleden, terwijl de coalitiepartijen ondertussen toestaan dat ons mooie Brabant om zeep wordt geholpen.

Laten we eens naar de varkensindustrie kijken. Het systeem is vastgelopen constateert ex-minister Veerman. We importeren enorme hoeveelheden veevoer, we exporteren enorme hoeveelheden varkens en de shit blijft hier. Vooral in Brabant. Voor elke Nederlander blijft er jaarlijks een hoeveelheid dierlijke mest over van 4.000 kg, dat is 33 badkuipen vol per inwoner, van zuigeling tot senior. In Brabant is dat aantal zelfs vele malen hoger. En het aantal mest groeit nog steeds! Dat is het bruine Brabantse leven dat dit college voor ogen staat.
En worden we niet bedreigd door het mestoverschot, overschrijding van de fijnstofnormen en de teloorgang van het agrarisch gezinsbedrijf onder invloed van megastallen en varkensflats dan is het wel door de oprukkende MRSA besmettingen die via de veehouderij verspreid worden, de Q -koorts die voor mensen besmettelijk is, de vogelgriep die een pandemie gaat veroorzaken volgens WHO en Wereldbank.

En dan heb ik het nog alleen maar over wat wij mensen onszelf tekort doen. Veel erger is nog wat we dieren tijdens hun kort en ellendig leven aandoen. De uitbuitingspraktijken waaraan miljoenen dieren worden blootgesteld zijn ongekend in de geschiedenis van de mensheid. Laten we ons de kinderopvang op het platteland eens voorstellen tussen de kippen die op nog geen A4tje gepakt zitten, die voorover vallen omdat ze zo gefokt zijn dat hun borst buitenproportie groot wordt waardoor ze voorover vallen en poten en vleugels breken, of de lieve kindertjes tussen de vleesvarkens die op de kale beton zonder daglicht opeen gepakt zitten.
Het is een gotspe dat een partij als het CDA die van rentmeesterschap durft te spreken zich medeschuldig durft te maken aan dergelijk onduurzaam en kortzichtig beleid waaraan dieren, boeren, burgers en buitelui dik tekort komen en dat natuur en milieu verwoest.

Eén kilo vlees kost in de productie net zoveel water als 2 jaar douchen. Eén kilo vlees kost net zoveel energie als 3 uur lang joyrijden met je auto terwijl je thuis alle lichten aan laat. De veehouderij stoot meer broeikasgassen uit dan verkeer en vervoer samen (wereldwijd 18 vs 13 %), maar de Brabantse overheid ligt er niet wakker van. Het kostbaarste wat we hebben, schone lucht, schoon water, schone grond, ruilen we in voor geld dat letterlijk stinkt. De natuurbeschermingswet wordt nauwelijks toegepast.

Dit coalitie-akkoord stinkt, het is besmet met MRSA (één op de drie varkenshouders is besmet met het MRSA bacterie!), het is een ramp voor mens, dier, natuur en milieu. In het sprookje van koning Midas droomde hij ervan dat alles wat hij aanraakte in goud zou veranderen. Het werd zijn ondergang. Dit college droomt ervan alles in ons mooie Brabant in geld te laten veranderen. Met als resultaat dat de mest ons aan de lippen staat. Na ons de zondvloed, lijkt een mooi motto voor dit coalitie-akkoord. Economie wint het van ecologie. Geld is belangrijker dan het leven.

Gedeputeerde staten van Groningen willen de komst van grote intensieve veehouderijen verbieden. Als eerste provincie in Nederland wordt gewerkt aan een verordening, waarin 'megalomane bedrijven worden geweerd die de menselijke maat ver te boven gaan'. Wat doen we in Brabant?
Voorzitter, we zagen aan de tak waarop we zitten. Het recht van de sterkste prevaleert boven het belang van de zwakste. Het wachten is op de wal die het schip gaat keren.”

Vragen aan de coalitie

Door dierenwelzijn een belangrijk aspect te noemen dat aandacht zal krijgen met betrekking tot de intensieve veehouderij schept u valse verwachtingen. Want, zo blijkt, GS zal geen inspanningen op dit terrein doen die verder gaan dan de Europese richtlijnen van dit moment, aldus dhr. Rüpp in de vergadering van de commissie ruimtelijke ordening en milieu d.d. 14 september. Dit is voor de Partij voor de Dieren volstrekt onacceptabel. De Europese richtlijnen schieten op het vlak van dierenwelzijn immers nog op vele punten tekort. Als we alleen al aan de legbatterij kippen denken…
Vraag aan de gedeputeerde van het CDA: Kunt u in dit verband iets zeggen over het rentmeesterschap dat in uw partij een belangrijk uitgangspunt van handelen vormt?

Uit onderzoek in opdracht van overheid blijkt dat het klimaat de grootste zorg is voor burgers. Ook jongeren maken zich zorgen over klimaatverandering, liefst 83 procent vindt dat er snel maatregelen moeten komen om klimaatverandering te stoppen. Dit blijkt uit het onderzoek Jongeren 2007 van onderzoeksbureau Qruis, dat tweejaarlijks bekijkt wat er onder jongeren tussen de 6 en 28 jaar leeft. Van de ondervraagden tussen de 12 en 29 jaar vindt 85 procent dat het huidige kabinet te weinig doet voor het klimaat.

Namens deze jongeren vraag ik u in eenvoudige termen uit te leggen waarom u de groei van de intensieve veehouderij, die in Oost- en Midden-Brabant vorig jaar per saldo (economisch) met 7 procent is gegroeid niet aan banden legt of terugdringt, ondanks het aangetoonde negatieve milieu- en klimaateffect van deze industrietak?

Namens deze jongeren de vraag: Waarom staat u uitbreidingen van veehouderijen toe zonder te toetsen wat het effect van de uitbreiding is op de omringende natuur? Helemaal waar het gaat om gebieden waarover u een instandhoudingsplicht hebt europeesrechterlijk gezien?

Hoewel veel ondernemers in de LOG’s emissiereducerende technieken toepasten, is de totale emissie van geur en ammoniak daar met resp. 5 en 3 % gestegen. Hoe verklaart u dat? (bron:Agrarisch Dagblad 28.09.07)
Wat gaat u daaraan doen?

Hoe verhoudt zich het bovenstaande tot uw stelling dat als milieu-ontlastende luchtwassers worden gebruikt, schaalvergroting zich kan voortzetten zonder toename van de milieudruk?
Is de enige milieudruk die u onderkent overigens uitsluitend ammoniakemmissie in de lucht?

Vindt u het een duurzame oplossing om ammoniak uit de lucht te halen met luchtwassers (die zeer veel water en energie verbruiken) om het water met de ammoniak via de gierkelder in bodem en grondwater terecht te laten komen? Deelt u onze mening dat uit de lucht, ín water en bodem geen duurzame oplossing is?

Een ervaringsverhaal. Een gezin uit Someren-Heide. Woont er sinds 1993, toen een agrarisch gebied met open karakter, nu een groot kassengebied en een LOG. De burgers, ongeveer de helft van de woningen in dit gebied zijn burgerwoningen, zijn van burgerstatus omgecat tot agrarisch bedrijf. Hierdoor mag de stankbelasting op deze woningen enorm toenemen. Over de waardedaling van deze woningen spreekt men niet. Er liggen plannen om nu ook de akoestische grenzen op te rekken. De bezwaren van de burgers worden weggewimpeld. Vergunningen worden verleend zonder gedegen onderzoek. Burgers moeten deskundigen inhuren om hun bescherming veilig te stellen. Te vaak moet de Raad van State ingrijpen. U wordt alle uitgenodigd door deze bezorgde burger om eens te komen kijken in dit gebied.

Vindt u dat u als provinciale overheid de burgers op deze manier in de kou mag laten staan? Vindt u dat burgers op deze wijze vertrouwen houden in Brabant?
Tijdens het debat in de eerste kamer over de fijnstofnormering heeft minister Cramer toegezegd op een vraag van onze senator Niko Koffeman dat er géén varkensflats of megakippenstallen gebouwd zullen worden wanneer die in de interim-periode waarin de wet nog moet worden ingevuld met AmvB’s “in belangrijke mate” (meer dan 1%) toe zouden voegen aan de fijnstofoverlast voor de omgeving. Wat gaat u aan handhaving hierop uitdoen?

Tot 2009 mogen we van Brussel meer mest uitrijden dan volgens de Europese regels mag. Als dat niet verlengd wordt, is er in 2015 een mestoverschot van 20 procent. Dat is de helft van alle varkens en kippen/mest. Hoe anticipeert u hierop?

Kunt u iets dieper ingaan op de begrippen gezond en veilig met betrekking tot de intensieve veehouderij?

De toekomstige opheffing van de compartimentering is een groot probleem. De reconstructieplannen werken nog onvoldoende door in de bestemmingsplannen. De Provincie zal snel samen met gemeenten een instrumentarium moeten ontwikkelen en ruimtelijke maatregelen moeten nemen.
Bent u het met ons eens dat hier een probleem ligt?
Hoe anticipeert u op de opheffing van de compartimentering gezien de problematiek van deze zogenaamd duurzame locaties?
Een regionale ammoniakzonering in een provinciale verordening, te vertalen in een ammoniakzonering in bestemmingsplannen is volgens ons een van de middelen om de varkensverhuizing te reguleren. Bent u van plan met een dergelijke verordening te gaan werken?

Volgens de coalitie zijn er in Midden en Oost Brabant nog volop mogelijkheden voor de ontwikkeling van intensieve veehouderijen in de aangewezen LOG’s. (Interimstructuurvisie)
Deze locaties worden duurzaam geacht. Volgens de coalitie bestaat er in de LOG’s blijkbaar geen enkele kans dat de depositie op kwetsbare (VHR)-natuurgebieden toeneemt.
Maar, wat te zeggen van de Druisdijk te Alphen, het megakippenbedrijf dat wordt uitgebreid van 185.000 vleeskuikens naar ruim 350.000 vleeskuikens.( Dit bedrijf ligt in een LOG, een LOG dat nota bene door de Raad van State is vernietigd!) Ammoniakdepositie blijft gelijk, de stank neemt toe met 1,5 x zoveel. Dit LOG ligt op minder dan 500 meter van een natuurgebied.

Is dit wat u onder duurzaamheid verstaat?
(Schandalig hierbij is dat een bouwblok wordt toegekend van 5 hectare, 10 voetbalvelden groot, terwijl het Reconstructieplan de Baronie maar een bovenmaat kent van 2,5 hectare.)
Ook enkele door u aangewezen duurzame locaties in verwevingsgebieden liggen soms op slechts 251 meter van (zeer) kwetsbare natuurgebieden. Opnieuw wordt duidelijk dat u i.i.g. iets anders verstaat onder duurzaamheid dan de PvdD. Kunt u in dit verband uitleggen wat u onder duurzame locaties verstaat?

De groei van de intensieve veehouderij in verwevingsgebied is vier keer zo groot als in de LOG’s. (relatief gezien minder groot omdat er in vwgebieden vijf keer zoveel bedrijven zijn). In totaal zijn in het verwevingsgebied in 2006 200 bedrijven uitgebreid (tegen 83 die inkrompen). De ammoniakemmissie nam toe met 100 ton, dat is 1%, de geuremissie met 4%. Ervaart u deze groei in verwevingsgebieden als een probleem? Waarom niet? Zo ja, wat gaat u er aan doen?

Vijf procent van de groei had plaats in de daarvoor aangewezen ontwikkelingsgebieden voor de veehouderij en betrof 63 bedrijven. Daarbuiten groeiden meer dan 200 intensieve veehouderijen samen met vier procent. Vindt u dat een positieve ontwikkeling? Zo neen, hoe gaat u deze ontwikkeling bijsturen?

De IPPC (International pollution richtlijn) gaat in op 31 oktober 2007. (Alle bestaande stalsystemen (de grote) moeten voldoen aan strenge criteria. Deze criteria liggen vast in de Bref documenten (best possible technieken). Het probleem is echter dat hierin nog weinig is geïnvesteerd. Ook de bestaande veehouderij (en alle andere milieubelasters) moeten op 31 oktober hieraan voldoen.) Eén op de drie bedrijven in Brabant voldoet hier naar schatting niet aan. Wat is uw houding in deze?
Bent u ook hier van plan het ‘piep’systeem te hanteren? Als er niemand iets van zegt dan gewoon gedogen? Zo neen, wat gaat u hierop uit doen, welke middelen worden ingezet en op welke termijn?

In Brabant lijden miljoenen dieren in de intensieve veehouderij, die een grote bijdrage levert aan verdwijnen van soortenrijkdom en andere negatieve milieu- en klimaateffect. Hoe verhoudt zich dit tot het begrip rentmeesterschap van het CDA?

"Het kabinet is bezorgd over de toename van de bebouwing en versnippering van de groene ruimte".
Wat doet u? U gaat voorlopig akkoord met het verkwanselen van de Utrecht: een gebied waar het nu nog stil en donker is.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer