Vast­stellen provin­ciaal inpas­singsplan ‘PAS Leegveld, Deurne’


7 december 2018

Voorzitter,

Het idee dat natuur een waarde is die beschermd moet worden, werd in Nederland gemarkeerd met de oprichting van Natuurmonumenten in 1905. Het gebruik van de term ‘monumenten’ geeft aan hoe we naar die gebieden kijken. Het zijn niet langer autonome, levende entiteiten, maar een soort maatschappelijke bezittingen, waardevol, iets om zuinig op te zijn, maar eigenlijk een soort museumstukken, en onze topstukken zijn de Natura 2000-gebieden.

Net als bij andere museumstukken is zorgvuldig onderhoud geboden en is restauratie soms nodig. En daar gaat het hier om: restauratie in het kader van de PAS. Zijn we daar tegen? Absoluut niet, en het voorstel om de ruimtelijke herbegrenzing goed te keuren steunen we dan ook van harte. Herstel van levend hoogveen is ambitieus, maar het is alleszins de moeite waard. We hebben de omstandigheden echter niet mee en de voorgestelde ingrepen liegen er dan ook niet om. Hier zal echt veel moeten worden aangepast.

Maar dan de PAS. Laten we eerlijk zijn: de PAS is er niet primair voor de natuur. Het is een methodiek om ondanks de overbelasting met stikstof toch economische ontwikkelingen mogelijk te maken. De natuur profiteert er wel van, maar de PAS-methodiek is leidend en omdat deze een strak tijdsregime kent, moeten de herstelmaatregelen in 2021 gerealiseerd zijn. Die tijdsdruk is funest voor een zorgvuldige uitvoering van de maatregelen waarbij het belang van de natuur voorop zou staan.

De voorgestelde maatregelen zijn niet alleen zeer ingrijpend, maar ook experimenteel. Ik geef hier het voorbeeld van het plan om 80 ha bomen te kappen, te versnipperen en in een pak van 50 cm dik in de plassen te gooien, met als doel golfslag tegen te gaan en de vorming van nieuw hoogveen te versnellen. Deze methode is nooit eerder gebruikt en het is dan ook onduidelijk wat het feitelijk effect zal zijn. Gaan die snippers meteen zinken, drijven ze één kant op, gaan ze rotten, met extra CO2-uitdstoot als gevolg, levert het eutrofiëring op, wat doet de pH, en vooral: welke schade wordt er aangericht aan een gebied door daar met grote machines zware ingrepen te doen op een dergelijke kwetsbare bodem? Weegt die schade wel op tegen de grote tijdwinst? Hoogveenvorming is immers een proces van vele jaren en leent zich niet voor een ‘grote stappen, snel thuis’-aanpak.

In het belang van een zorgvuldig natuurherstel willen we dan ook pleiten voor het temporiseren van de uitvoering en een regelmatige evaluatie van het proces voordat verdergaande ingrepen worden gedaan. Hopelijk vinden we antwoord in de voorgestelde expertmeeting.

Voorzitter. Eind jaren tachtig werd het schilderij ‘Who’s Afraid of Red, Yellow and Blue III’ in het Stedelijk Museum ernstig beschadigd. De restauratie werd een ramp, niet in de laatste plaats omdat er met een grote latex-roller overheen gegaan werd. Ook bij de restauratie van groen moeten we afwegen of we een penseel of een bulldozer inzetten. Wij dienen dan ook graag de motie mee in.