Vijfde wijzi­gings­ver­or­dening Veror­dening natuur­be­scherming Noord-Brabant


23 november 2018

Voorzitter,

In het voorliggende voorstel veel aandacht voor regels voor emissie-eisen van stalsystemen, en dan wordt een beetje tussen neus en lippen door gemeld: “Gelijktijdig worden enkele technische wijzigingen meegenomen.” Maar een van die technische wijzigingen die u op basis van de uitspraak van de Raad van State voornemens bent door te voeren, is door het oordeel van het Europees Hof van Justitie van 7 november jl. inmiddels overbodig geworden.

Het leidt ertoe dat wij de vijfde wijzigingsverordening op dit moment niet in zijn huidige vorm zouden kunnen vaststellen. Ten aanzien van beweiden en bemesten bij de Natura 2000-gebieden is door het Europees Hof van Justitie geantwoord dat beweiden en bemesting van bepaalde gronden, of het gebruik ervan voor beweiding, als project in de zin van artikel 6, lid 3, van de Habitatrichtlijn moet worden aangemerkt.

Omdat beweiding en bemesting als project moet worden aangemerkt, zou een ontheffing van de vergunningsplicht waarvoor een individuele beoordeling is uitgesloten, niet verenigbaar zijn met artikel 6, lid 3 van de Habitatrichtlijn, als voor die activiteiten een passende beoordeling nodig zou zijn. Van zo’n beoordeling kan alleen worden afgezien als op grond van objectieve gegevens kan worden uitgesloten dat beweiding of bemesting afzonderlijk, of in combinatie met andere plannen of projecten, significante gevolgen kan hebben voor de beschermingszones. Dat is hier dus niet het geval en u kunt zich daarom niet gronden in de generieke vrijstellingsmogelijkheid die is opgenomen in artikel 2 punt 9. Wij dienen daarvoor dus samen met GroenLinks een motie in, want helaas kunnen we als PS niet amenderen op de technische wijzigingen in de toelichting.

De Raad van State oordeelde eerder dat beweiden en bemesten geen project is, omdat een project zou duiden op een activiteit waar een bouwwerk mee gemoeid is. Een toets op voorhand kon om die reden achterwege blijven. Maar het Europees Hof van Justitie zegt dat het inbrengen van meststoffen in de bodem ook kan worden aangemerkt als project, omdat het wel negatieve effecten kan hebben.

Het tweede punt waar ik het over wil hebben, heeft ook betrekking op bijlage 2. We zijn blij met het onderzoek van Alterra naar de verschillende lijstjes van beschermde soorten die daarop voorkomen. Het heeft ertoe geleid dat soorten als bunzing, hermelijn en wezel weer wat beter worden beschermd, maar wat betreft het wild zwijn adviseert Alterra om deze niet vrij te stellen, omdat de soort niet in Noord-Brabant voor zou komen.

Het is toch wel een beetje merkwaardig dat Alterra voorbijgegaan zou zijn aan het feit dat er wel wilde zwijnen zijn in Brabant. Is het de enige reden dat Alterra hier tegen de vrijstelling van het wild zwijn heeft geadviseerd? Want gezien de landelijk gunstige staat van instandhouding van die soort en het nulstandsbeleid wordt die soort door uw college toch gewoon vrijgesteld. Voorlopig is het dat. Dank u wel.