Voort­zetting van het voor­zit­ter­schap en het plaats­ver­vangend voor­zit­ter­schap van de Staten­com­missie CS van de leden Van Hattem en Kardol


11 april 2014

Voorzitter. De PvdD neemt afstand van elke vorm van discriminatie. De PvdD is van mening dat geen enkel mens op basis van sekse, afkomst, geloof of geloofsovertuiging of seksuele geaardheid mag worden gediscrimineerd.

Overheden moeten voorop lopen om dat ook uit te dragen.

Wij vinden het voorliggende geval complex. Het onderscheidt zich in drie onderdelen:
- Functioneert een statenlid als voorzitter van een commissie?
- Zijn de uitspraken die de heer Van Hattem in het Brabants Dagblad heeft gedaan discriminerend?
- Mag een discriminerend Statenlid een commissie voorzitten?

Alhoewel dit niet het gremium is om leden te beoordelen, willen we toch opmerken dat de heer Van Hattem goed functioneert. Om die reden zien wij geen reden om een andere voorzitter aan te stellen.

De tweede vraag betreft de uitspraken van de heer Van Hattem. Deze zaak ligt voor bij de rechter. Er is ook aangifte gedaan. Wij vinden dat het niet onze rol is om hierop een voorschot te nemen en in juridische zin te beoordelen of uitspraken gedaan door een persoon in welke functie ook discriminerend zouden zijn.

De laatste vraag is of een Statenlid die veroordeeld is voor discriminatie, voorzitter kan zijn van een commissie. Onze mening is duidelijk: nee!

Gezien voorgaande overwegingen, onze aversie tegen discriminatie en het feit dat de zaak onder de rechter ligt, willen wij eerst even wachten op de uitspraak. Daarna zullen wij ons standpunt bepalen over het functioneren van de heer Van Hattem.

Wij staan voor:

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer