Ziens­wijzen op ontwerp­be­groting 2019 en de meer­ja­ren­raming 2020-2022 van de gemeen­schap­pe­lijke regeling Omge­vings­dienst Zuidoost- Brabant (ODZOB) en Omge­vings­dienst Midden- en West Brabant (OMWB)


1 juni 2018

Voorzitter,

Als we ons beperken tot het voorliggende besluit, dan zijn we gauw klaar. We kunnen ons best vinden in het voorstel van GS. De financiële positie van ODZOB en OMWB is gezond genoeg en het verzoek om de begroting aan te passen aan de budgettaire kaders van de provincie, dat is terecht.

Maar het leuke van twee begrotingen tegelijk bespreken is dat je vergelijkingen kunt maken. Overeenkomsten en verschillen nodigen uit tot enkele aanvullende opmerkingen.

Allereerst beleidsmatig. Beide omgevingsdiensten besteden veel aandacht aan de komende Omgevingswet. Bij de uitvoering daarvan zal de rol van de omgevingsdienst ook steeds belangrijker worden. Kennis is macht en het zal dan ook een uitdaging zijn om het juiste evenwicht tussen wensen en mogelijkheden te bewaren.

Dan asbestdaken. 2024, het uur U. De omgevingsdiensten gaan inventariseren en proberen eigenaren zo spoedig mogelijk tot saneren te bewegen. Wij zouden daarbij graag extra aandacht willen vragen voor brandpreventie, zowel in de inventarisatiefase als bij en na het saneren. Immers, het gaat veelal om oude gebouwen en kortsluiting is de belangrijkste oorzaak van stalbranden.

De expliciete vermelding dat verzekeraars de polisvoorwaarden hebben aangepast is intrigerend. Wat betekent dat en welke invloed heeft dat op het hele proces? Heeft het bijvoorbeeld effect op de gevolgschade bij vrijkomend asbest?

Beide diensten besteden ook aandacht aan veehouderij en volksgezondheid, de Transitie Zorgvuldige Veehouderij en de UBA 2020. De ODZOB geeft aan dat zij willen helpen om de juiste keuze te maken. Hoe ver gaat daarin de rol van de omgevingsdienst? Blijft deze puur technisch, of komt er ook een beleidsaspect bij en, zo ja, wie betaalt dan dit advies?

En dan financieel organisatorisch. Beide diensten geven aan behoefte te hebben aan flexibiliteit in het personeelsbestand. De ODZOB kiest daarbij voor een flexibele schil van ongeveer 20%. Een dergelijke inhuur komt duurder uit. De flexibiliteit in het personeelsbestand van de OMWB wordt gevonden in de 200-urenregeling. Deze optie komt voor de werkgever goedkoper uit, omdat de medewerkers geen toeslag ontvangen voor de extra uren. Wij zouden graag willen weten wat dit in de praktijk betekent. Is de kans groter dat mensen overbelast raken, misschien zelfs langdurig arbeidsongeschikt? Is er een analyse van ziekteverzuim beschikbaar?

Dan: de ODZOB beschikt over voldoende juridische capaciteit en expertise, zeggen ze zelf, voldoende om alle noodzakelijke bestuursrechtelijke handhavingsprojecten van begin tot eind uit te voeren. Maar hoe staat het met de personele capaciteit? Heeft de ODZOB naast expertise ook voldoende uren beschikbaar?

Opvallend is dat de ODZOB geen bedrag voor investeringen van de ICT meer reserveert. Er wordt wel gezegd dat de bestaande systemen zijn afgeschreven en dat er in de toekomst meer met licenties gewerkt gaat worden, maar het is niet duidelijk of het bedrag van 110.000 euro dat hier genoemd is dan voldoende zal zijn, want tegelijkertijd zien we dat de OMWB ervoor kiest om ICT voortaan uitsluitend via leasecontracten te laten verlopen en hierbij wordt dan een bedrag van 310.000 euro omgezet van investeringen naar exploitatie. Over de juistheid van die beslissing ‘an sich’ kan ik me niet echt uitspreken, maar het valt wel op dat het een veel hoger bedrag is dan wat ODZOB reserveert. Vanwaar dat verschil?

Dan de bijdrage van de individuele deelnemers. Er blijkt een enorm verschil tussen de gemeenten onderling. Deurne geeft maar liefst negen keer zoveel uit als Waalre. Maken omgevingsdiensten soms vooraf een verdeelsleutel van de kosten? Hoe wordt dat verrekend in de bijdrage? Heeft u daar zicht op?

De OMWB werkt met de MWB-norm voor operationalisering, financiering en programmering van wettelijke basistaken. De provincie Noord-Brabant onderschrijft deze norm en daarbij wordt opgemerkt dat de bestaande financieringssystematiek nog dateert uit 2012 en niet langer voldoet. Wat betekent dit dan voor de andere omgevingsdiensten? Gaat u een vergelijkbare norm of systematiek ook voor hen adviseren?

Uit een recent uitgevoerde zelfanalyse blijkt dat de OMWB voldoet aan de norm KC2.1 op bepaalde deskundigheidsgebieden is dankzij samenwerking met andere organisaties. En zo wordt op het gebied van groen en ecologie intensief samengewerkt met de ODBN en de ODZOB en voor indirecte lozingen van het afvalwater en handhaving groen en ecologie met het Waterschap Brabantse Delta. De financiële consequenties vinden we daarvan wat minder belangrijk, maar we willen graag weten wat deze samenwerking betekent voor de beschikbare personele inzet. Hebben die andere organisaties dan menskracht over, of gaat het ten koste van de totale output?

En een laatste opmerking. In een eerder stadium is al aangegeven dat voor een goed functioneren van de dienst een juist inzicht in bestaand inrichtingenbestand cruciaal is, maar dat dat op dit moment ontbreekt. Nou zie ik in de begroting geen reservering voor het actualiseren van het bestand, of heb ik iets gemist?

Tot zover.