Achteraf lega­li­seren van stal­uit­brei­dingen in strijd met Europese Wetgeving!


29 november 2012

De Partij voor de Dieren heeft vandaag schriftelijke vragen gesteld aan Gedeputeerde Staten naar aanleiding van een rapport van Alterra over de effecten van stikstof op Brabantse vogels en natuur, en de uitspraak van de provincie dat veehouders op basis van dat rapport hun veehouderij kunnen uitbreiden.

De uitspraak van de gedeputeerde staat volgens de Partij voor de Dieren lijnrecht tegenover de onderzoeksresultaten van het rapport. Uit het onderzoek en eerdere onderzoeken blijkt juist dat de effecten van stikstof op de natuur zeer ernstig zijn. In nagenoeg elk beschermd natuurgebied in Brabant wordt de zogenoemde kritische depositiewaarde (grens waarboven planten en dieren in hun voortbestaan bedreigd worden) overschreden. Als deze waarden verder worden overschreden, door uitbreidingen te legaliseren, handelt de provincie feitelijk in strijd met de Natuurbeschermingswet 1998 en de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De uitbreidingen zijn dientengevolge onrechtmatig en om die reden kunnen de vergunningen niet worden verleend. Als de vergunningen toch worden verleend kan de Europese Commissie Nederland een fikse boete opleggen.

De handreiking die gedeputeerde van den Hout op 24 november 2012 naar veehouders deed met het onderzoek werkt feitelijk tegen hen. Naar de mening van de provincie kunnen achthonderd veehouders alsnog een vergunning krijgen voor de uitbreiding van hun bedrijven. Iedere veehouder moet, volgens de Natuurbeschermingswet 1998, voor elke afzonderlijke vergunningaanvraag een onderzoek uitvoeren naar schadelijke (vaak stikstofgerelateerde) effecten van het bedrijf op de natuur en dat is erg kostbaar. Om de boeren in die kosten tegemoet te komen, heeft de provincie Noord-Brabant een onderzoek laten uitvoeren naar de schadelijke effecten van stikstofbelasting op de Brabantse natuur in Europese vogelrichtlijngebieden.

U kunt de vragen hier inzien.