Opinie: Afschieten van ganzen en verstrekken van scha­de­ver­goe­dingen is dweilen met de kraan open


14 maart 2008

Den Bosch, 6 maart 2008. Gedooggebieden moeten aantrekkelijk gemaakt worden zodat de ganzen niet langer op productiegronden hun kostje bijeen hoeven scharrelen. Onderzoek naar en toepassen van diervriendelijke verjaagtechnieken verdienen provinciale stimulans, aldus de Partij voor de Dieren.

De Partij voor de Dieren van Noord-Brabant vindt dat Gedeputeerde Staten meer hun best moeten doen in het zoeken naar methodes om de ganzen die overlast bezorgen naar gebieden te lokken waar zij geen schade kunnen aanrichten. Bescherming van boeren mag niet ten koste gaan van natuurbelangen, maar dit geldt ook andersom.

Het is belangrijk goed te kijken wat er aan de hand is. In een veldonderzoek in opdracht van de Partij voor de Dieren Noord – Brabant blijkt in het geval van bijvoorbeeld het Krammer-Volkerak, dat het natuurgebied wel rust en slaapplaatsen biedt aan de ganzen, maar niet genoeg voedsel. Het is logisch dat de ganzen op zoek gaan. Het voedsel wordt gevonden in de verderop gelegen productieterreinen in de Sabina-Henrica polder. Het afschieten van de ganzen is geen oplossing van het probleem (en juridisch ook aanvechtbaar omdat het gebied valt onder de zogenoemde externe werking van het Krammer-Volkerak). Het is ook geen optie steeds terugkerende schade dan maar volledig te gaan vergoeden. Zorgt men hier niet voor goede foerageer gebieden, dan is het dweilen met de kraan open en weggegooid belastinggeld.

Het is zaak rekening te houden met behoeften en voorkeuren van de ganzen en daar slim op in te spelen. Velden met witte klaver bijvoorbeeld zouden al veel kou uit de lucht halen. Ganzen blijken 5 keer gekker te zijn op witte klaver dan bemest gras. Bovendien blijkt uit onderzoek van het Louis Bolk Instituut dat witte klaver veel rijker aan bodemleven is dan (bemest) gras. Ook voor andere weidevogels is dit van belang. Natuurbeschermingsorganisaties zouden te porren moeten zijn voor witte klaver, zeker omdat deze vegetatie niet bemest hoeft te worden. Op zijn minst zouden de provincie en het waterschap haar verantwoordelijkheid moeten nemen en hun niet-productievelden waar nodig kunnen inzetten voor de klaver. Het gaat hier uitdrukkelijk om een weldoordachte ruimtelijke ordening waar plaats is voor rust en bescherming van ganzen en de mogelijkheid om zonder al te veel schade voedsel te produceren. Zo voorkomt men onnodige en in de meeste gevallen onproductieve polarisatie.

Tegelijkertijd blijft het van belang om andere alternatieven te ontwikkelen om de productievelden voor ganzen onaantrekkelijk te maken. Al was het alleen maar om ganzen nog beter te kunnen sturen. De perspectieven voor effectieve en haalbare alternatieven zijn er, zoals een sproeimethode en een mechanische verjaagmethode, maar er is volstrekt onvoldoende provinciale stimulans om de kansen op innovatieve verjaagmethoden ten volle te benutten.

De Partij voor de Dieren pleit voor het oprichten van een provinciaal innovatiefonds dat mensen aanzet om in situaties waarin dierenbelangen en mensenbelangen botsen oplossingen te bedenken die voor alle partijen winstgevend zijn. Door hierin te investeren komen ondernemer en natuur niet tegenover elkaar te staan. Primitieve oplossingen als het steeds maar doodschieten van prachtige dieren worden overbodig.
_________________________________________________________________________________