Begro­tings­debat Provin­ciale Staten 7 november 2008, ’s-Herto­gen­bosch.


6 november 2008

De provincie moet meer naar de wensen van de Brabanders luisteren. Het merendeel wil geen megastallen met varkens of verdere groei van de glastuinbouw en een ongezond leefklimaat. En toch zijn precies die ontwikkelingen gaande in Brabant. De Partij voor de Dieren vindt de investeringen die de provincie doet in de bio-industrie niet terecht. Zij zien liever dat de provincie in 2009 meer geld steekt in stimulering van biologische landbouw en dierenwelzijn. Daarnaast pleit ze voor onderzoek naar gezondheidsrisico’s van intensieve veehouderij en voor onderzoek naar alternatieven voor dierlijke eiwitten.

De Partij voor de Dieren vraagt om onderzoek naar risico’s gezondheid omwonenden van intensieve veehouderij
De gezondheidsrisico’s voor omwonenden van intensieve veehouderijen zijn nog nauwelijks onderzocht. Terwijl huisartsen aangeven dat in gebieden met veel veestallen de fijnstof nu al relatief veel infecties aan de luchtwegen veroorzaakt. Omdat Brabant een zeer hoge dichtheid heeft van landbouwhuisdieren is het zeer urgent dat er duidelijkheid komt over de mogelijke gezondheidsrisico’s voor omwonenden van intensieve veehouderijen.

In verband met het gevaar van besmettelijke dierziekten adviseert het RIVM dat megastallen tenminste op 1 kilometer afstand van elkaar komen te staan. Partij voor de Dieren vindt dat de provincie dit advies van het RIVM moet overnemen om herhaling van de vreselijke toestanden rondom de varkenspest en vogelpest te voorkomen.

Tuinen op niveau
We moeten in Brabant zuinig omgaan met de beperkte ruimte die er is. De provincie zou meer mogen stimuleren dat men in de stad de hoogte ingaat. Door daarbij tuinen op niveau toe te passen, voorkomt men dat mensen wegtrekken uit de stad omdat ze een tuin willen. Ook over deze stimulans om stedelijk de hoogte in te gaan is een motie ingediend.

De Partij voor de Dieren stelt voor wensen en ideeën van biologische boeren te inventariseren.
Op het terrein van het promoten van biologisch is er al een goed initiatief: de Week van de smaak, en de wijze waarop daar keukens van zorginstellingen bij betrokken worden is bijzonder geslaagd. Maar, er leven onder biologische boeren nog veel meer goede ideeën en wensen zo blijkt uit gesprekken die de Partij voor de Dieren voerde. Deze wensen en ideeën moeten worden geïnventariseerd, zoals de provincie vijf jaar geleden ook al eens deed. (Motie In gesprek met biologische boeren).

Partij voor de Dieren is tegen subsidiëring luchtwassers en stelt voor geld te besteden aan het vergemakkelijken van de omschakeling naar biologische landbouw.
De Partij voor de Dieren kan zich niet vinden in de investeringen die de provincie in de bio-industrie doet. Zo wordt er geld uitgegeven aan luchtwassers, terwijl een milieuvriendelijke verwerking van het vervuilde water niet algemeen wordt toegepast. Er zijn nog open vragen over het rendement ervan over een langere periode bezien. De luchtwassers zijn over het algemeen nog sterk fraudegevoelig en deze subsidie maakt dat bedrijven toch nog flink kunnen doorgroeien.
Birgit Verstappen: “Onze conclusie: De provincie wil een zeer onduurzame landbouw met een zeer onduurzaam middel verduurzamen!” De Partij voor de Dieren heeft twee moties hierover ingediend.

Partij voor de Dieren pleit voor subsidie voor omschakeling naar biologische landbouw
De vraag naar biologische producten trekt aan, soms zijn er al tekorten. Recent heeft de Provincie Noord-Holland subsidie beschikbaar gesteld voor boeren die willen omschakelen naar biologische landbouw. De Partij voor de Dieren stelt voor dat de provincie Noord-Brabant dit voorbeeld volgt zij het in een gewijzigde vorm: op het moment dat ondernemers aannemelijk kunnen maken dat er goede afzet mogelijkheden zijn voor het biologisch product waarop zij zich willen richten, stelt de provincie een omschakelingssubsidie ter beschikking. In Brabant zou deze subsidie goed gekoppeld kunnen aan het pilotproject ‘biologisch ondernemen’ in de akkerbouw en vollegrondsteelt.