Opinie: Brief betref­fende leges­ver­or­dening Brabant


16 september 2012

Geacht College,

Na het lezen van statenvoorstel 19/12 A en de Memorie van Antwoord van 11 september jl. is er aan onze kant een aantal vragen gebleven over de nieuwe tarieven van leges. Het gaat om het tarief voor het aanvragen van een vergunning op grond van artikel 16 Natuurbeschermingswet 1998 en artikel 19d Natuurbeschermingswet (punt 6.1). Ook zijn er onduidelijkheden betreffende het tarief van de leges voor het doen van een melding zoals beschreven in de Verordening Stikstof en Natura 2000 Noord-Brabant (punt 6.2).

Het College gaat niet transparant te werk met betrekking tot de verlaging van het tarief van de leges voor het aanvragen van een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998.
In bovengenoemd statenvoorstel komt naar voren dat het tarief van de leges voor het aanvragen van een vergunning op grond van artikel 16 en artikel 19d Natuurbeschermingswet is teruggebracht van € 3.206 naar € 656, in verband met een verminderde werklast. Uit de memorie van antwoord blijkt echter dat de verlaging te maken heeft met het feit dat er sinds de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 7 september 2011 fors meer vergunningaanvragen zijn. Deze vergunningaanvragen zorgen voor hogere kosten (zie Memorie van Antwoord) en het College wil deze kosten niet doorberekenen aan de veehouderij. Het College spreekt zichzelf in deze tegen.

Wij zijn van mening dat het College in strijd handelt met het gelijkheidsbeginsel door het tarief voor leges voor saldering op grond van de Verordening Stikstof en Natura 2000 Noord-Brabant op nihil te zetten. De aanvrager heeft naar de mening van het College reeds leges betaald voor het indienen van een melding op grond van de Verordening Stikstof en Natura 2000 Noord-Brabant. Voor het doen van een melding van bedrijfsuitbreiding, betaalt de aanvrager echter geen leges. Slechts voor het in behandeling nemen van een saldering via de depositiebank worden leges in rekening gebracht. Er is niet altijd sprake van saldering na het doen van een melding. Het in behandeling nemen van een saldering via de depositiebank is een andere dienst dan het in behandeling nemen van een vergunningaanvraag. Het laten vervallen van leges voor een bepaalde dienst omdat deze gepaard gaat met een tweede dienst voor een bepaald soort vergunning, is in strijd met het gelijkheidsbeginsel en daarom onrechtmatig.

Het College refereert in het statenvoorstel onterecht aan de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 7 september 2011. Bovenstaande uitspraak gaat niet over artikel 19d, maar over artikel 19kd Natuurbeschermingswet 1998. De uitspraak gaat over de uitleg van artikel 19kd van de Natuurbeschermingswet en de blijvende vergunningplicht die daaruit voortvloeit. De bepaling regelt de vergunningplicht wanneer per saldo geen sprake is van een toename van de uitstoot van stikstof op een beschermd natuurgebied. Dit is dus een andere situatie dan wanneer er een bedrijfsuitbreiding op handen is. Er is ons inziens nooit twijfel geweest over de vergunningplicht op grond van artikel 16 en 19d Natuurbeschermingswet.

Om bovenstaande redenen, verzoeken wij het College om de Legesverordening 2012 niet in behandeling te nemen in de vergadering op 21 september a.s. maar dit pas te doen als er duidelijkheid is over de juridische houdbaarheid van de verordening. Ook is een meer gedegen onderbouwing van de verlaging van de tarieven van bovenstaande leges noodzakelijk alvorens de verordening kan worden behandeld.

Met vriendelijke groet,

ir. Marco van der Wel,

Fractievoorzitter Partij voor de Dieren