Opinie: Dieren­rechten: noodzaak in een egocen­trische wereld


26 januari 2013

OPINIE (NRC, 26 januari 2013)

Alle dieren verdienen de rechten die hen toekomt. In veel gevallen zullen wij als mens ruimte moeten geven aan dieren en natuur. Het kan daarom niet anders dat daarvoor ook de menselijke rechten moeten worden herschreven.
Het klopt dat dieren een prominente rol in het publieke debat spelen, maar dat is zeker niet altijd het geval geweest. Veel te lang is er alleen gekeken naar wat wij als mensen nodig hebben om ons in al onze behoeften te bevredigen. Als alleenheerser van deze wereld hebben we het ons ook toegeeigend. Wat de schrijvers voor het gemak vergeten te vertellen is dat wij als mens stukmaken wat de evolutie in miljoenen jaren heeft gecreëerd. De geschiktste soort overleeft....? Tegen de macht van de mens is niets opgewassen en dat besef komt met een grote verantwoordelijkheid. Dat besef van verantwoordelijkheid vertaald zich nu in een grote groep mensen die zich inzetten voor dierenrechten, niet alleen uit dierenliefde maar ook uit mededogen. De opmars van de Partij voor de Dieren in de Nederlandse politiek is daar getuige van.

Mensen zouden zich volgens de schrijvers niet om mensen bekommeren, maar wel om dieren? Een algemene bewering die op niets gebaseerd is. Mensen bekommering zich in de eerste plaats om zichzelf en daarmee is deze stelling ook meteen ontkracht. En doordat mensen alleen aan zichzelf denken bevinden wij ons in een wereld die aan het einde is van wat zij kan dragen. We hebben het ecologisch kapitaal in een sneltreinvaart vernield ter eer en glorie van onszelf, de mens. Wat de schrijvers misschien bedoelen is dat er een gebrek is aan mededogen. Ons egocentrisch brein heeft daar inderdaad grote moeite mee. En mijn mening is dat op sociaal vlak er nog veel te verbeteren is, voor ouderen, voor kinderen, voor zieken en voor dieren. Daar spelen wij zelf een grote rol in, en ik durf nog wel te beweren dat mensen die sociaal zijn naar dieren dat ook zijn naar andere zwakkere groepen in de samenleving. Een sterk gevoel voor mededogen kent over het algemeen geen onderscheid tussen mens en dier, oud of jong, klein of groot.

Demagogie en onkunde die de schrijvers de dierenvrienden verwijten spreekt ook uit het opiniestuk zelf. Vegetariers zijn ineens hypocriet, mensen die zich voor dieren in de natuur inzetten hebben gebrek aan inzicht. Volgens mij zetten deze mensen zich voor dieren in om een evenwicht te herstellen dat verloren is gegaan. Het klopt, dezelfde mensen willen ook graag een einde aan megastallen en de nertsenfokkerij, geen circusdieren meer, een stop op jacht en sportvissen. In deze wereld van een overvloed aan eten, kleding en entertainment is dat naar mijn mening ook overbodige luxe ten koste van het welzijn van dieren. Moet ik voor die mening in een hoekje worden gezet, of is mijn overtuiging niet oprecht?

Er is niets mis met het lijden van dieren in de natuur. Het is onderdeel van de levenscyclus en elk rechtgeaarde dierenvriend is zich daar van bewust. Ik kijk zelf niet graag naar een hyena die een reebok te grazen neemt, maar besef terdege dat in de echte natuur het een kwestie van leven of dood is. Wat de schrijvers echter als overijverige dierenliefde aanhalen zijn voorbeelden van situaties waar wij als mens de dieren bewust laten lijden; door ze in megastallen te stoppen, door ze als proefdier te gebruiken, door olifanten in Afrika hun leefgebied af te nemen, door walvissen te bejagen of hun sonar te verstoren. Mensen die deze dieren te hulp komen doen dat eerder omdat zij een gevoel van machteloosheid hebben tegenover de aanstichters; zij willen rechtzetten wat anderen hebben aangericht. Misschien is het ook wel een stukje schuldgevoel of plaatsvervangende schaamte. Dat heeft volgens mij niets met gebrek aan inzicht in natuur te maken. Zij zijn het die ons een spiegel voorhouden.

Na het einde aan de slavernij en invoeren van de vrouwenrechten is het nu tijd om te kijken naar de dierenrechten, een logische stap in onze beschaving. Het zijn de laatste verkrampte uitingen van zogezegde filosofen zoals R. De Koning en H. de koning-Timmer die wederom bevestigen dat de tijd echt veranderd is en dat zij behoren tot de oude tijd. Het is moeilijk om dat te accepteren, net als voor ieder mens verandering moeilijk is. De mensen die zich vandaag de dag inzetten voor dierenrechten, op basis van dierenliefde en mededogen, gaan niet meer weg. Sterker nog, de beweging groeit als nooit te voren en het is slecht een kwestie van tijd voordat er een doorbraak komt voor de rechten van het dier. Om te komen tot dierenrechten zullen wij als mens ruimte moeten geven aan de dieren en de natuur. Aangezien wij egocentrisch zijn ingesteld kan het daarom niet anders dat daarvoor ook de menselijke rechten moeten worden herschreven. Daarmee krijgen dieren automatisch ook menselijke rechten.

Marco van der Wel is Statenlid in Brabant namens de Partij voor de Dieren.