Geen geld meer voor verplaatsing en uitkoop van veehouders


1 februari 2013

Vooruitlopend op de conferentie over de veehouderij (5 t/m 7 februari a.s.) laat de Partij voor de Dieren weten dat zij niet mee wil werken aan nieuwe verplaatsings en beeindigingsprogrammas voor veehouders. Deze regelingen zijn gespreksonderwerk tijdens de conferentie.

De Partij voor de Dieren is van mening dat de strategie alleen een heleboel belastinggeld heeft gekost en niets heeft opgeleverd voor natuur en milieu. Met riante regelingen hebben veehouders goedkope oude stallen kunnen slopen en er gloednieuwe stallen voor terugkregen. Echter, de provincie geeft zelf toe dat ammoniak vele tientallen kilometers verder kan neerslaan en dat het formuleren van afstandscriteria voor ammoniak niet mogelijk is en alleen voor vergunningsverlening worden gebruikt.[1]

Door de nieuwe stallen te voorzien van luchtwassers hebben veehouders ook meer dieren mogen houden, maar ging de uitstoot van ammoniak nauwelijks omlaag. Marco van der Wel Statenlid van de Partij voor de Dieren in Brabant: “De provincie heeft dus bijna 100 miljoen euro betaalt aan een dierenverhuizing en er amper iets voor terug ontvangen, behalve meer kippen en varkens en een groter mestoverschot.”

Volgens de Partij voor de Dieren beweert de provincie dat de BIV en VIV regelingen een positief effect hebben gehad op het milieu. Er zijn volgens de Partij echter geen concrete bewijzen voor aangezien de provincie vooraf en achteraf niets gemeten heeft. Dat er uiteindelijk meer varkens en kippen zijn bijgekomen heeft wel effect gehad, op de totale mestproductie, vindt de Partij. De verzuring en vermesting die hiervan het gevolg zijn hebben wel degelijk negatieve effecten gehad op de kwaliteit van de natuur.