Een luchtje aan klacht over geurmodel


29 april 2014

De Partij voor de Dieren is van mening dat het verzoek van Gedeputeerde Staten (GS) aan minister Mansveld (M&I) om het geurmodel onder de loep te nemen een verzoek is om veehouderijen meer geur te laten uitstoten. De partij vermoedt dat nu de veehouderij tegen het geurplafond aanloopt er moeilijk wordt gedaan over de rekenmethodiek. Om die reden heeft de partij vragen gesteld aan GS over de provinciale klachtenbrief.

GS beroept zich op een recent rapport van Witteveen+Bos waarin wordt verondersteld dat de berekening voor geurbelasting niet zou kloppen, iets wat al bij de invoering van de Wet Geurhinder en Veehouderij (WGV) in 2007 bekend was. De onderzoekers constateren ook dat er voor hogere stallen meer geuruitstoot kan worden vergund. De partij vindt dit een eenzijdige benadering waar behalve de intensieve veehouderij niemand mee gediend is.

Marco van der Wel, Statenlid voor de Partij voor de Dieren: "In Brabant hangt de dikste mestlucht van Nederland, daar moeten we aan werken. Mochten er fouten zijn gemaakt met het geurmodel dan worden eenmaal vergunde rechten echt niet meer teruggedraaid. Een eenzijdige aanpassing van de berekening levert dus per definitie meer geur op in Brabant. Er zit een vies luchtje aan deze klacht van het GS aan het Rijk."

Bij de introductie van de Wet Geurhinder en Veehouderij is er overgestapt op een nieuw geurmodel dat sowieso meer ruimte biedt voor de veehouderij. Met de introductie van de berekeningsmethode is bijvoorbeeld geen rekening gehouden met geuruitstoot van melkveehouderijen, nertsenfarms, mestfabrieken en het uitrijden van mest. De partij is van mening dat GS ook hierover haar beklag had moeten doen in de klachtenbrief aan het Rijk.


> U kunt de vragen hier inzien.

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief