Opinie: Ganzen massaal vergassen? Hoe heeft het zo ver kunnen komen!?


18 mei 2015

De Europese Commissie maakte recent bekend dat vanaf 1 juni in heel het land ganzen vergast mogen worden. Als de provincie er voor kiest om op deze wijze op te draaien voor het bedrijfsrisico van boeren, dan zullen naar verwachting vele duizenden ganzen, opgedreven en opeengepakt in donkere ruimtes, de laatste minuten van hun leven stikkend doorbrengen. Geen plezierig vooruitzicht en ook niet nodig.

Hoe hebben de ganzenpopulaties in Nederland zo groot kunnen worden dat zelfs de verstikkingsdood nog door provincies als ‘diervriendelijk’ verkocht wordt? Laten we ons richten op de oorzaak van het groeiende aantal ganzen: de vele uitnodigende, eiwitrijke grasvelden van de intensieve veehouderij. Zo lang de weidetafels rijkelijk bedekt blijven, zullen de ganzen blijven aanschuiven. En zolang ganzen zich met het eiwitrijk gras vol kunnen blijven eten, zullen ze zich blijven voortplanten.

Boeren en jagers, twee handen op één buik als het over het verjagen en doden van lastige dieren gaat, klagen steen en been over ganzen die zich tegoed doen aan de grasvelden. De ganzen vinden het gras zo lekker, omdat het gras door overbemesting steeds eiwitrijker is geworden. Ook zijn door de eindeloze ruilverkavelingen de percelen steeds groter geworden waardoor ganzen zich steeds meer thuis zijn gaan voelen in Brabant. De intensieve veehouderij is aanstichter van een ganzenprobleem die ze nu met mobiele gaskamers wil doorbreken.

Met het vergassen van ganzen met CO2 wordt symptoombestrijding op een hoger niveau getild. Als we de problemen duurzaam op willen lossen, moeten we de problemen bij de bron aanpakken en preventief te werk gaan. Tijdens een hoorzitting in de Provinciale Staten van Noord-Holland, een provincie met veel ganzen, heeft een groot aantal ganzenspecialisten bevestigd dat het grootschalig doden niet leidt tot minder schade aan gewassen. Zij pleitten dan ook voor duurzame alternatieven waarbij geen ganzen gedood hoeven te worden. Gelukkig zijn er veel mogelijkheden op dit gebied.

Op kleine schaal kunnen innovatieve ganswerende middelen ingezet worden. Zo zijn er speciale groene lasers die volautomatisch ganzen wegjagen van graslanden en akkers. Ook is er al succesvol geëxperimenteerd met drones en robotroofvogels. Het zijn state of the art-technieken waarmee ganzen zich prima laten verjagen, maar traditionele methoden werken ook. Meer koeien in de wei draagt bij aan het beperken van het voedselaanbod doordat ze het gras korter houden. Helaas laten steeds meer boeren de koeien het hele jaar op stal staan. Ook de door de jagers veel bejaagde vos kan een rol spelen in het reduceren van de ganzenpopulatie. Wanneer jagers de vossen niet massaal zouden bejagen, zouden ze de ganzenpopulatie kunnen doen verkleinen.

Voor de langere termijn is het verstandig rekening te houden met ganzen. Er kunnen voor ganzen onaantrekkelijke voedselgewassen verbouwd worden. Daarnaast kunnen in de buurt van productievelden en graslanden natuurgebieden kunnen worden ingericht met voor ganzen aantrekkelijke gewassen zoals luzerne, tarwe en witte klaver. Daardoor zullen ze minder geneigd zijn om te snoepen van voor hen niet-bedoelde gewassen. Maar bovenal moeten boeren beginnen met minder bemesten en jagers met minder bejagen.

Als doortrek- en overwinteringsgebied voor ganzen heeft ook Brabant een internationale verantwoordelijkheid. Als we ook deze mooie dieren welverdiende rustplekken gunnen, en ze met gewassenkeuze en innovatieve verjagingsmiddelen ontmoedigen om ‘onze’ gewassen te eten, kunnen we ons de niet-duurzame en dieronvriendelijke middelen besparen en kan Nils Holgersson gewoon zijn gasmasker thuis laten als hij ons land aandoet.


Marco van der Wel is fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren in Noord-Brabant