Kwaliteit van leven in Biolo­gische boer­de­rijen wel degelijk beter


5 april 2007

(Persbericht naar aanleiding van artikel in Brabants Dagblad met de titel "Vee soms slechter af bij bioboer").

Onwetenschappelijke stemmingmakerij

De universiteit van Wageningen heeft twee studies verricht om vast te stellen hoe biologische landbouw in Nederland zich onderscheidt van gangbare landbouw op het gebied van dierenwelzijn en milieu. Het rapport dat op de universitaire site verschijnt is getiteld: “Biologische landbouw beter voor milieu en dierenwelzijn”. Dat is de conclusie van beide onderzoeken. Toch publiceert het Brabants Dagblad een artikel dat de titel draagt: “Vee soms slechter af bij de bioboer”. Waarom dit uit hun context rukken en overdreven uitvergroten van een aantal punten uit het rapport? Alsof de verwarring onder consumenten nog niet groot genoeg is!


De boodschap die het Brabants Dagblad uitdraagt naar aanleiding van het onderzoek staat in geen verhouding tot de bevindingen van het onderzoek. Slechte journalistiek komt wel meer voor, maar hier wordt aan de boodschap van het universitaire onderzoek geen enkel recht gedaan. Erger nog, het Brabants Dagblad zaait slechts verwarring onder consumenten met haar ondeskundige en suggestieve artikel. Loopt het Brabants Dagblad soms aan de leiband van de bio-industrie, die elke strohalm gretig aanpakt om haar beschadigde imago op te krikken? Als we op deze manier nieuwsfeiten voorgeschoteld krijgen, kunnen we voortaan maar beter zelf op internet ons nieuws bijeen vergaren.


In het artikel, dat de titel meekreeg “Vee soms slechter af bij de bioboer” , worden ongenuanceerd alle onheil en gevaren opgesomd waaraan vee zou zijn blootgesteld als het op natuurlijke wijze en naar zijn eigen aard zijn leven mag slijten. Dit in tegenstelling tot het wetenschappelijke rapport dat in haar openings alinea niets dan lovende woorden bevat. Het benadrukt dat dierenwelzijn in de biologische veehouderij op veel punten beter is dan in de bio-industrie. Huisvesting, gezondheidsmanagement, voeding en de manier van omgaan met dieren bepalen het welzijn van dieren. Met name de biologische varkenshouderij en pluimveehouderij hebben een huisvesting die sterk verschilt met de tegenwoordig gangbare dierindustrie. Biologische varkens kunnen meer wroeten en exploreren. De biologische varkens kunnen hun staarten houden, want staartbijten, een indicatie voor verveling, komt minder voor. Met meer ruimte en met stro op de vloer zijn varkens minder agressief dan hun soortgenoten in kleinere, kale hokken. Ook in de biologische pluimveehouderij vertonen kippen meer natuurlijk gedrag, zoals exploreren en scharrelen. Blootstelling aan daglicht vermindert angst bij pluimvee. In de biologische sector vertonen vleeskuikens een gevarieerder gedrag door de keuze van langzaam groeiende vleeskuikenrassen. Het gebruik van langzaam groeiende vleeskuikens geeft minder gezondheidsproblemen in de biologische vleeskuikenhouderij. Ook vertonen deze dieren minder uitwendige beschadigingen.

Pas in tweede instantie komen enkele vergelijkingen die bij een oppervlakkige lezing beter lijken uit te pakken voor de bio-industrie. Uierontsteking bij melkkoeien komt bijvoorbeeld meer voor in de biologische sector. Echter, dit heeft te maken met het feit dat biologische melkveehouders niet, zoals hun bio-industrie collega’s, met antibiotica de koeien ‘droog zetten’. Het gebruik van antibiotica is slechts toegestaan als een dier ziek is en antibiotica echt nodig is. Antibiotica wordt als geneesmiddel gezien en niet als een soort van voedingssupplement. Het mag niet preventief worden toegediend. Pas als een dier een ontsteking krijgt is het geneesmiddel toegestaan. En ja, er wordt wat vaker long- en leverschade bij de slacht geconstateerd door respectievelijk stof en parasieten. Door de buitenloop en de strooisellaag is de infectiedruk wat hoger. In een steriele, onnatuurlijke omgeving met voortdurend preventief toedienen van antibiotica is dit minder. Maar, let wel, het rapport spreekt over ‘wat vaker’ en niet over ‘aanzienlijk vaker’.

De dichte vloeren bedekt met stro in de biologische varkenshouderij zijn echter veel beter voor de pootgezondheid van het dier. Met stro op de vloer hebben de varkens ook minder huidschade door onder andere staartbijten en agressie. Daglicht in de buitenloop is positief voor de stofwisseling van varkens en pluimvee. Omdat de zeugen vrij kunnen rondlopen, komt in de biologische varkenshouderij doodliggen van biggen meer voor, maar het werpen van jongen gaat hen gemakkelijker af.

Pijn kan worden veroorzaakt door ziekte of verwondingen, maar ook door ingrepen. De biologische regelgeving staat minder ingrepen toe dan de gangbare: het couperen van staarten en knippen van de tanden bij varkens is verboden en leghennen houden hun snavels intact. Verenpikken bij leghennen is een probleem in zowel biologische als gangbare systemen, maar met intacte snavels kan er meer schade worden aangericht.

Tja, als we onze kinderen preventief antibiotica toedienen, zullen ze ook wat minder vaak last hebben van ontstekingen. Als we hen in een steriele omgeving plaatsen, zullen ze geen virus kunnen oppikken. Maar er is ook nog zoiets als kwaliteit van leven. En als we daar de aandacht op vestigen is het oordeel over de bio-industrie in vergelijking met de biologische veehouderij snel geveld. Daar hebben we niet eens onderzoek voor nodig. Vrij in het weiland of op stro mét snavel, staart, hoektanden, alles erop en eraan zoals God ze geschapen heeft, is te prefereren boven de industriële wijze waarop het dier, lees: biomassa, wordt gehouden in de bio-industrie.

Overigens wordt in het wetenschappelijke rapport ook uitgebreid ingegaan op de voordelen van de biologische landbouw met betrekking tot het milieu. Biologische landbouw scoort op veel punten beter met betrekking tot het milieu dan de gangbare landbouw. Bij de prestaties per hectare is dit overtuigend. Het energiegebruik en de emissie van broeikasgassen per hectare is in de biologische landbouw lager dan in de gangbare. De milieubelasting door het gebruik van bestrijdingsmiddelen is in de biologische landbouw zeer gering en veel lager dan in de gangbare landbouw. De biologische landbouw gebruikt geen synthetische bestrijdingsmiddelen en de milieubelasting door gebruikte biologische bestrijdingsmiddelen is minimaal. De biologische landbouw heeft een lagere stikstofuitspoeling per hectare. Biologische pluimvee- en varkensbedrijven veroorzaken wel meer stikstofuitspoeling in de uitloop, maar de ammoniakemissie per hectare is in de biologische melkveehouderij lager dan in de gangbare. In de biologische melkveehouderij komen minder stofwisselingziekten voor, omdat veel melkveehouders het type dier selecteren dat minder hoog-productief is en past bij een lagere voederwaarde van het rantsoen.


Dr.B.Verstappen

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief