Opinie: Megastal maakt voor een dier wel degelijk uit


4 december 2008

Uitspraakvan de CDA fractie: ‘Megastal maakt een dier niets uit’

Tijdens een bijeenkomst over dierenwelzijn, georganiseerd door de Brabantse CDA fractie spraken dierwetenschapper Karel de Greeff en politicus en dierenarts Henk-Jan Ormel over hun interpretatie van dierenwelzijn. De Greeff noemde een aantal duidelijke criteria voor dierenwelzijn: ‘Een dier is gelukkig als het beschikt over goede huisvesting, goede verzorging en gezondheid. Het maakt een dier niet uit of het in een megastal woont of in een gewone stal.’

De keerzijde:

Goede huisvesting betekent onder meer dat een dier soorteigen gedrag kan vertonen. Zo moet een varken kunnen wroeten en een kip kunnen scharrelen. In de gangbare veehouderij, mega of niet, is dit geenszins het geval.

Goede huisvesting betekent ook nadenken over die huisvesting in geval van calamiteiten. Hoe red je bij brand 15.000 varkens uit een gebouw van twee hoog? Maar dat niet alleen, ook in de kleinere stallen gaan de dieren in de vlammenzee ten onder. Dieren worden niet gered.

Goede verzorging van dieren is problematisch in de intensieve veehouderij door de hoge efficiëntie die nagestreefd wordt. Een varken of kip die de ‘kerntaak doorgroeien’ toebedeeld heeft gekregen, wordt nauwelijks tot geen bewegingsruimte gegund. Van beweging val je immers af en dunnere beesten leveren te weinig geld op. In megastallen is echte zorg voor het welzijn van de dieren zeker niet beter, door de enorme schaalvergroting wordt het aantal verzorgers per aantal dieren steeds minder.

De derde eis voor een gelukkig dier is gezondheid. Van gezonde dieren met een natuurlijke weerstand is in de intensieve veehouderij al lang geen sprake meer. Zonder al maar hogere doses preventieve antibiotica redt men het niet. En kan men over een dier dat in record tempo vetgemest wordt nog spreken van een gezond dier?
Karel de Greeff zegt ook dat dierenwelzijn niet gewaarborgd is zolang een dier lijdt of ongerief ervaart. Nou moet ik de eerste kip of varken nog ontdekken die niet lijdt onder het afbranden van staarten en snavels of het onverdoofd castreren, het gebrek aan daglicht en frisse lucht en het opgesloten zitten in kleine hokken waar het letterlijk zijn kont niet keren kan.

Ook gedeputeerde Paul Rupp van het CDA kwam aan het woord en repte over “zorgen in de samenleving wegnemen”. Dat kan echter niet door telkens een te rooskleurig beeld van megastallen voor te spiegelen. Is het niet de taak van een volksvertegenwoordiger in een democratische samenleving om de burgers correcte informatie te verschaffen? Hoort men niet te luisteren naar de zorgen van burgers, in dit geval de boeren en buitenlui?

De rug recht houden is niet koste wat kost aan gemaakte afspraken vasthouden, maar de moed hebben om afspraken aan te passen als in de tien jaar tussen plan en uitvoering het nodige is veranderd en de werkelijkheid de plannen allang heeft ingehaald.

Bovendien zijn er zorgen die niet zomaar weggenomen kunnen worden. Zoals bijvoorbeeld de zeer reële zorg van gezondheidsrisico’s voor omwonenden van intensieve veehouderij, evenals de zorg voor aantasting van de sociale cohesie in een dorp, de gevolgen van de bio-industrie voor het milieu en klimaatverandering.
Helaas heeft de Greeff gelijk met zijn uitspraak en gaan de dieren er niet op achteruit. Gezien de leefomstandigheden van de dieren in de bio-industrie is dat ook bijna onmogelijk.