Natuur wordt onvol­doende beschermd


26 september 2007

Het gaat slecht met de Brabantse natuur en de Provinciale overheid laat het afweten. Gedeputeerde Staten moeten passende maatregelen nemen om te voorkomen dat de kwaliteit van natuur verslechtert. Vanuit Europa hebben zij de plicht tot het in stand houden van de door Europa aangewezen natuurgebieden (Natura2000).

Als burger vertrouw je erop dat de overheid ook inderdaad haar taak serieus oppakt en beschermt wat beschermd moet worden. Voor alle bedrijfsactiviteiten die mogelijk negatieve invloed hebben op de genoemde natuurgebieden geldt nu een vergunningplicht. Dit geldt voor alle bedrijven, dus ook voor veehouderijen, die onder andere door de ammoniakuitstoot erg belastend zijn voor de natuur. Hierdoor verzuurt de bodem, wat funest is voor veel plantensoorten. Bij een vergunningprocedure, bijvoorbeeld bij uitbreidingen van de veestapel, zou men moeten nagaan of hierdoor de beschermde gebieden niet worden aangetast.

In plaats van er bovenop te zitten, hanteert de overheid echter het ‘piepsysteem’. Als niemand ‘piept’, als geen verontrustte burger vraagt om een toets, dan hoeft volgens hen ook niet getoetst te worden of de hoeveelheid ammoniakuitstoot door de beugel kan!

De Provincie Noord-Brabant weet niet om hoeveel bedrijven het gaat die op deze manier hun veestapel hebben uitgebreid. Erger nog, zij lijkt het ook niet te wíllen weten! Gedeputeerde Staten neemt, door vergunningen te verlenen zonder toetsingsmoment in te lassen, een te grote beleidsvrijheid en verzaakt haar plicht op dit terrein, aldus de fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren Noord-Brabant, die opnieuw statenvragen over dit onderwerp heeft ingediend.


Valentijn Wösten, gespecialiseerd in de toepassing van de natuurbeschermingswet, betoogt dat Brabant hier helaas geen uitzondering is. De natuurbeschermingswet wordt nauwelijks toegepast. Het is nog maar de vraag of de overheid ondernemers op deze manier geen valse zekerheid biedt.


Met de huidige beleidsontwikkelingen dreigt natuurbehoud zo ongeveer onmogelijk te worden gemaakt. Natuurschade vanwege ammoniakuitstoot wordt niet afdoende aangepakt. Het ammoniakbeleid is de afgelopen jaren voortdurend ontmanteld en omzeild. Er worden slimme uitwegen gezocht. Men legt onderzoeksrapporten die ongunstig uitpakken terzijde. Een voorbeeld is hier het zwaar omstreden Alterra onderzoek (Alterra-rapport, 1491 uit 2007) dat ten grondslag ligt aan het ammoniak Natuurbeschermingswet toetsingskader. Een eerdere onderbouwing van de norm paste de bestuurders niet. Een nieuw onderzoek werd in het leven geroepen en zie het resultaat pakte uit ten gunste van de ammoniakuitstoot, ten nadele van de natuur. Halen we de norm niet, dan stellen we toch gewoon de norm bij, zo lijken sommigen te denken.

Allerlei trucs worden uit de kast gehaald. Men past bijvoorbeeld de grenzen aan van habitatgebieden. Of men haalt duizenden hectare uit de ecologische hoofdstructuur. Een als waardevol bos aangemerkt gebied wordt bij nader inzien bestempeld als ordinaire naaldbosaanplant, en zie de angel is eruit. Een nabijgelegen landbouw ontwikkelingsgebied loopt geen gevaar meer. Er mag alsnog volop worden uitgebreid. Of men bouwt luchtkastelen op toekomstige technologische oplossingen. Zo worden luchtwassers als dé oplossing voorgespiegeld, terwijl toepassing ervan nog slechts op beperkte schaal mogelijk is en eerste praktijkervaringen tegenvallen. Denk hier aan Genubo bv in Middelharnis, waar de feitelijke reductie ver onder de berekende theoretische reductie lag. Veel natuurbeschermers hebben de hoop opgegeven dat het ooit beter wordt. De veehouderij wordt beschermd tegen de natuur in plaats van andersom!


Dit terwijl de veehouderij wereldwijd 18% van de uitstoot van broeikasgassen veroorzaakt, waar verkeer en vervoer samen slechts 13% voor hun rekening nemen. Het is ongeloofwaardig en burgers niet uit te leggen dat zij moeten betalen voor hun beperkte uitstoot, terwijl de veehouderij gesubsidieerd wordt voor symptoombestrijding in de vorm van luchtwassers en de maatschappelijke kosten die ze veroorzaakt niet hoeft te betalen.Voormalig staatssecretaris van VROM, Pieter van Geel, noemde in 2004 vlees het meest milieubelastende onderdeel van ons voedselpakket. Maar nu hij fractievoorzitter is van het CDA in de tweede kamer hoor je hem niet meer over de ernstige milieubelasting die de veehouderij veroorzaakt.

Voormalig minister Veerman nam de ene natuurbelastende maatregel na de andere, nu roept hij, als voorzitter van Natuurmonumenten, dat de provinciale overheid natuur te weinig beschermt! Kennelijk is de macht van de bio-industrie binnen het CDA groter dan het gezond verstand. Een partij die rentmeesterschap hoog in het vaandel heeft én aan de wieg stond van de huidige bio-industrie, zal zich moeten herbezinnen op haar milieupositie.
We kunnen niet volstaan met het herrangschikken van de dekstoelen van de Titanic, terwijl de boot zinkt!

Dr. Birgit Verstappen
Partij voor de Dieren Noord-Brabant.
Bolakker 24
5081 EH Hilvarenbeek
06-17140214

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief