Onvrede over provin­ciaal bestuur: motie van afkeuring en motie van treurnis tijdens ps


11 februari 2010

Tijdens de PS vergadering van 4 en 5 februari werd het College van Gedeputeerde Staten flink aan de tand gevoeld. De groeiende bezorgdheid over de toekomst van Brabant met betrekking tot natuurbehoud en het voorkomen van gezondheidsproblemen door dierziekten kwam tot uiting in een motie van afkeuring voor de gedeputeerde van ecologie en een motie van treurnis voor GS.

Gedeputeerde Hoes moest verantwoording afleggen over zijn geringe rol met betrekking tot natuurcompensatie. Het beleid op dat terein faalt, werd onlangs geconstateerd in een rapport van de Zuidelijke Rekenkamer. In het rapport wordt aangegeven dat het eigen beleid met voeten wordt getreden en dat de gerealiseerde natuurcompensatie kwantitatief en kwalitatief onder de maat is. Hoes, nota bene voortrekker van de landelijke biodiversiteitscoalitie, had attenter moeten zijn op zaken die ten koste gaan van de biodiversiteit in de eigen provincie. De Partij voor de Dieren diende hierop een motie van afkeuring in. Alle Statenfracties drongen bij het College aan op het onverkort opvolgen van de verbeteradviezen van de Rekenkamer zodat het beleid in de toekomst wel correct wordt uitgevoerd.

De Partij voor de Dieren diende gisteren tevens een motie van treurnis in gericht aan het hele college, om kenbaar te maken dat er door de provinciale bestuurders veel te laat en niet adequaat is gereageerd op de Q-koorts. Pas in de zomer van 2008 kwamen de Commisaris der Koningin en Gedeputeerden in actie, anderhalf jaar na de grote uitbraak in Herpen en meerdere jaren na het ontdekken van besmette geiten- en schapenbedrijven in binnen- en buitenland. De Partij voor de Dieren verwijt het college dat zij zich lange tijd verschanst hebben achter de aanpak van het Rijk terwijl in de brandhaard van de epidemie de roep om voorlichting en maatregelen steeds harder klonk.