Opinie: Red de boer, sloop de megastal


10 oktober 2019

De stikstofcrisis vraagt om een integrale aanpak, zodat we straks weer een evenwichtige landbouw hebben waar we trots op kunnen zijn. We moeten de grootste vervuilers opkopen, te beginnen met de grootste stallen. En niet vrijwillig, maar verplicht stoppen of verkleinen, en daarvoor ook alle mogelijke middelen inzetten. Niet alleen het stikstofgeld, maar ook het klimaatgeld, ook de 200 miljoen voor de warme sanering varkenshouderij, en ook het half miljard aan subsidies voor mestfabrieken.

Goedkoop vlees
Eerder deze maand werd de 250e McDonalds in Nederland geopend. De locatie van de nieuwe vestiging is Eindhoven Airport. Reizigers kunnen nu dus, voorafgaand aan een goedkope vakantievlucht, ook nog even een hap goedkoop vlees eten. Het is een tekenend resultaat van hoe de verschillende waarden in onze samenleving zo ontzettend uit balans zijn geraakt.

Eindhoven Airport ligt naast de Peel, een regio die misschien wel de grootste veedichtheid van Europa kent. De natuurtoestand in de Peel is ook indrukwekkend, op een negatieve manier: het heeft te maken met een stikstofdepositie die vijf keer zo groot is als wat de natuur maximaal aan kan.

Verbonden
Goedkoop vlees, luchtvaart, intensieve veehouderij en natuur. Het is allemaal met elkaar verbonden en ondertussen hebben deze relaties een stikstofcrisis tot gevolg. Die crisis was er natuurlijk al jaren, maar sinds kort is niet alleen de natuur het lijdend voorwerp.

Die verbondenheid vraagt om een integrale aanpak. Een aanpak bij de bron. De Partij voor de Dieren roept het al sinds haar oprichting in 2002, maar ondertussen staan we niet meer alleen. Remkes adviseert nu ook dat de hoeveelheid landbouwdieren verkleind dient te worden, om de stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden te verlagen.

Aanpak van GS is niet toereikend
Wat Gedeputeerde Staten nu voorstellen is echter geen integrale aanpak, maar incidentenmanagement: “we gaan kijken of we misschien wat bedrijven kunnen uitkopen”. Verder mag er gewoon weer opnieuw stikstof uitgestoten worden, als er op een andere plek maar minder uitstoot is. Dat is echt niet genoeg!

Ten eerste: Ammoniak verspreidt zich als een deken en beperkt zich niet tot de Natura 2000-gebieden. De landbouwuniversiteit in Wageningen concludeert dat minstens 50% van ammoniakuitstoot zich verder dan 50 kilometer van de bron verspreidt voordat het neerslaat. 20% Van de uitstoot slaat zelfs verder dan 1.000 kilometer neer. De gebiedsgerichte aanpak is dus een wassen neus.

Ten tweede: Het stikstofprobleem is nog groter dan nu wordt gedacht, want er worden tenminste 20% minder dieren gehouden dan vergund, terwijl er volgens het RIVM juist meer uitstoot is. Dat is deels te wijten aan het feit dat de combi-luchtwassers niet goed werken, maar ook doordat de mest legaal wordt uitgereden – dat valt niet onder de vergunning. Bovendien verdwijnt volgens het OM 25% tot 40% van de mest illegaal, met alle gevolgen van dien, want waar blijft de ammoniak uit die mest?

Ten derde, en misschien wel het belangrijkste: Een deel van de Brabantse natuur is zwaar, zwaar, zwáár overbelast. Ik noemde al de Peel, waar de neerslag vijf keer zo groot is als de kritische depositiewaarde, de maximale depositie die de natuur kan hebben. Er is dus een reductie van meer dan 80% nodig. Dat gaan wij allen niet meemaken, als we in individuele gevallen 30% gaan afromen.

De Raad van State heeft ook aangegeven dat de depositie eerst tot onder de kritische depositiewaarde terug gebracht moet worden, voordat er weer emissierechten uitgegeven kunnen worden. Het lijkt er sterk op dat deze nieuwe systematiek van Gedeputeerde Staten ook niet deugd.

Integrale aanpak vereist
Het is dus zaak dat de stikstofproblematiek integraal het hoofd wordt geboden. We kunnen niet alleen kijken naar luchtvaart, en niet enkel naar wegverkeer; we moeten ook kijken naar ons veehouderijbeleid. Niet alleen vanwege de Natura 2000-gebieden, maar ook vanwege de miljoenen dieren in de stallen, ook vanwege de stankoverlast in het buitengebied, ook vanwege de gezondheidsrisico’s voor omwonenden, ook vanwege de landschapsverwoesting, en ook vanwege het mestoverschot.

Elke dag stoppen er vijf tot zeven boerenbedrijven. Dan zou je denken dat daarmee het stikstofprobleem ook wordt opgelost. Helaas is niets minder waar; het aantal dieren blijft nagenoeg gelijk doordat de dierrechten worden opgekocht voor megastallen, die daardoor alsmaar in aantal toenemen. Ook het stalderen draagt hier nagenoeg niets aan bij, behalve dat we meer grotere stallen krijgen en minder boeren overhouden.

Er wordt gesuggereerd dat grotere stallen duurzamer zijn, maar ze lossen de problemen waarvoor we staan niet op; megastallen kunnen vlees leveren aan fastfoodrestaurants op luchthavens, maar de echte boeren worden werkeloos. Het mestprobleem lossen we er ook niet mee op, en ook de uitstoot wordt er niet mee verlaagd. We zijn ook létterlijk bij de neus genomen, want het rendement van de combiwassers bleek veel lager, met dus meer geur- en ammoniakuitstoot dan veronderstelt.

We moeten ondertussen toch erkennen dat de weg van de technische innovatie een doodlopende weg is. Zeker voor de duizenden dieren die per stalbrand een verschrikkelijke dood sterven in de vaak potdichte, volautomatische stallen.

Minder dieren
Het huidige beleid is pappen en nathouden van een onhoudbaar systeem dat de overheid zelf heeft gecreëerd, door decennialang geen paal en perk te stellen aan onder andere de uitstoot van stikstof. Nu de uitstoot al veel te hoog is gebeurt dat wel, maar blijft de reductie uit.

De uitspraken van de Commissie Remkes geven ons de kans op een omslag. De kans op schone lucht, schone landbouw, schoon water, en schone natuur. Daar moeten we nu dan ook eenduidig voor kiezen. We hebben moedige boeren en een moedige overheid nodig om samen de omslag te maken. Hoe eerder hoe beter. Door nu echt in te grijpen, door te kiezen voor 70% minder dieren, kunnen we meer faillissementen voorkomen en deze stikstofcrisis een halt toe roepen. Goed voor boer en natuur.

Door nu eindelijk door te pakken, met integraal beleid, hebben we straks weer een evenwichtige landbouw waar we trots op kunnen zijn. Laten we niet in het heden blijven steken, maar toewerken naar de toekomst. En de toekomst is plantaardig.


Anne-Miep Vlasveld, Partij voor de Dieren in Noord-Brabant