Opinie: Partij voor de Dieren is tegen de plannen van de Provincie om geen veror­de­ningen meer in te zetten op terrein van ruimte en milieu.


8 mei 2008

In Nederland wordt een nieuwe wet ingevoerd. De Nieuwe wet ruimtelijke ordening (Nwro). Om provinciale belangen en daaraan gekoppelde doelen te realiseren geeft de Nwro diverse instrumenten aan de provincie, zoals een provinciale ruimtelijke verordening. Deze wet vraagt Rijk, provincies en gemeenten zich te richten op (de uitvoering van) hun eigen belang. Hierin kunnen tegenstellingen zitten, zoals ook in het verleden veelvuldig is gebleken. We hoeven maar te kijken naar bepaalde gemeentelijke bestemmingsplannen waar soms op wel dertig punten moest worden bijgestuurd door de provincie. Bijvoorbeeld het bestemmingsplan buitengebied Zuid van Breda dat op wel dertig punten niet door de beugel kon aldus de provincie. Met name natuur en milieuorganisaties (zowel landelijk als op provinciaal niveau) roepen om een meer sturende rol van de provincie. Een provinciale ruimtelijke verordening is daarbij een belangrijk instrument. Dat gemeenten geen behoefte hebben aan een verordening is logisch. Zij hebben liever alle vrijheid om zelf te sturen en te beslissen. Dat is precies de reden waarom wij voor een verordening zijn. De gemeenten hebben in het verleden al laten zien er soms een rommeltje van te maken.

Tijdens de voorlichtingsrondes, waarin ambtenaren aan provinciale Staten uitleg verschaften over de Nwro, werd echter al snel duidelijk dat de informatie die men gaf gekleurd was. Gedeputeerde Staten hadden reeds een standpunt ingenomen. Verdedigd werd dat er wel gewerkt kon worden zonder het instrument verordening. Reeds tijdens de éérste bijeenkomst werd door het statenlid Birgit Verstappen opgemerkt dat er geen objectieve informatie werd verschaft. Het is politiek gekleurde informatie, was haar opmerking tijdens de vergadering. Deze bevinding werd in een volgende bijeenkomst versterkt en ook toen heeft ons statenlid Birgit Verstappen er publiekelijkeeen opmerking over gemaakt. De verontwaardiging van dhr. Rüpp ”Als fracties daar desondanks ontevreden over waren, hadden zij dat toen moeten zeggen” is dan ook verwonderlijk.
Als dit ook het patroon is dat gevolgd wordt bij de inspraakprocedure die het stuk nu ingaat, dan is het maar de vraag of de burger er iets wijzer van wordt. Dhr.Rüpp zal e.e.a. toelichten en dan zal wederom gedaan worden alsof het afzien van het instrument verordening de enige rationele en logische optie is.
Ons advies is dan ook: zoek eigen bronnen waarvan je de objectiviteit niet al onmiddellijk in vraag hoeft te stellen. Houdt bij de afwegingen die u maakt voor ogen dat het belangrijk is dat de provincie op een aantal punten de leidende rol op zich neemt, stevig de regie in eigen handen houdt.
Het stuk is naar ons oordeel niet rijp voor de inspraakprocedure, maar gaat uiteindelijk toch zo de inspraakprocedure in, want CDA, VVD en PvdA beslissen.