Partij voor de Dieren verankert steun voor biodi­ver­siteit in struc­tuur­visie


1 oktober 2010

Provinciale Staten debatteerde vandaag over twee belangrijke dossiers, de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening en de Energieagenda. De Partij voor de Dieren Brabant zette stevig in op meer aandacht voor biodiversiteit, inperking van de veeindustrie en de ontwikkeling van duurzame energie. Een amendement dat het belang van middelen voor biodiversiteitsherstel in de structuurvisie verankerde werd aangenomen.
De structuurvisie stelt kaders voor de ruimtelijke ordening. Deze kaders worden dit najaar in de Verordening Ruimte fase 2 gedetailleerder uitgewerkt in beleid. Een benoeming in de Structuurvisie is daarmee een voorwaarde voor het formuleren van gedetailleerdere afspraken.

In de tekst van de structuurvisie wordt veelvuldig benadrukt dat natuurkwaliteit belangrijk is, dat de biodiversiteit achteruit blijft gaan en dat een gezonde bodem, water en lucht voorwaarden zijn voor een gezond Brabant. Statenlid Birgit Verstappen wees het college er op dat woorden nog geen daadkracht betekenen, en dat Brabant helaas nog geen gezonde basis heeft. Integendeel, qua bodem-, water- en luchtkwaliteit behoort Brabant tot de meest vervuilde regio’s van Europa. Ondanks de mooie woorden wordt ook natuurkwaliteit en biodiversiteit niet echt serieus genomen, want de veeindustrie, intensieve boomteelt en akkerbouw en verstedelijking krijgen ruim baan in de structuurvisie. Natuur'wordt zelfs geheel geweerd uit primaire agrarische gebieden. Dit terwijl een gezonde, biologische of biologisch-dynamische landbouw deel uit maakt van de natuur en er wederzijdse afhankelijkheid bestaat.

De Partij voor de Dieren diende een amendement in om beter beleid en meer financiele ondersteuning als provinciale opgave in de structuurvisie te laten vastleggen. Als lichtend voorbeeld werd de enkele jaren geleden opgestarte leefgebiedenbenadering in het amendement genoemd. Dit project blijkt erg succesvol te zijn en zorgt voor bewezen herstel van kwetsbare plant- en diersoorten, en verdient daarom ook de komende jaren gegarandeerde financiele ondersteuning. Het amendement werd door bijna alle partijen gesteund en is daarmee aangenomen. Een mooi succes, dat in de komende maanden, wanneer de begroting wordt vastgesteld en het toekomstige beleid over natuur en landschap verder wordt uitgewerkt, verder aangescherpt kan worden.

Het tweede amendement dat de fractie indiende had als onderwerp de definitie van de intensieve veehouderij. Deze definitie is naar aanleiding van het burgerinitiatief veranderd, zodat alle bedrijven die dieren overwegend in gebouwen houden aan de strenge regels moeten voldoen en dus niet zomaar mogen uitbreiden. Echter er kwam verzet van de ZLTO, die meende dat melkveebedrijven die hun koeien het hele jaar opstallen niet onder de intensieve veehouderij dienden te vallen. Met een dergelijke omschrijving kunnen in nabijheid van kwetsbare natuurgebieden megakoeienstallen verrijzen, koeien die nooit een hoef in het gras mogen zetten. De commissie Ruimte en Milieu vond deze nieuwe definitie gelukkig ook niet wenselijk, en besloot vorige week dat de definitie opnieuw bekeken moet worden. De Partij voor de Dieren diende daarom vandaag een amendement in om te voorkomen dat in afwachting van de herziene definitie nieuwe uitwassen van de intensieve rundveehouderij ontstaan. Helaas delen lang niet alle partijen onze zorg en het amendement werd verworpen.

Het debat over de energieagenda spitste zich toe op de vormen van energie waar Brabant voor gaat kiezen en nam een voorschot op de besteding van de Essent gelden die al dan niet voor de energieagenda ter beschikking komen. De Partij voor de Dieren uitte stevige kritiek op de voorgenomen mesttransitie, waar de mest uit de intensieve veehouderij gebruikt wordt voor energieopwekking. Inzetten op mestvergisting houdt de de facto onduurzame veeindustrie in stand, met de bekende negatieve gevolgen voor dierenwelzijn, milieu, gezondheid, oerbossen en klimaat. Het ingediende amendement om de mesttransitie uit de energieagenda te weren werd verworpen. De Partij voor de Dieren diende tevens een motie in om meer geld van de Essent opbrengst te investeren in duurzame energie. De motie werd vergezeld van een begrotingsvoorstel, met onder andere voorstellen in duurzame bosbouw, aanleg van een glasvezelnetwerk, investeringen in zonne- en windenergie en verduurzaming van de energievoorziening in het provinciehuis.

Veel partijen spraken een duidelijk “Nee” uit tegen kernenergie. De provincie Brabant is ook voornemens haar aandelen in Borssele van de hand te doen.