Partij voor de Dieren verbaasd over uitspraken provincie katten­jacht


7 oktober 2010
DEN BOSCH - 7 oktober 2010. De Partij voor de Dieren Noord-Brabant verbaast zich over provinciale uitspraken over de door de partij aan de schemering onttrokken kattenjacht. Een woordvoerder van de provincie beweert dat niet bekend is hoeveel katten door jagers gedood worden. Ook wordt gesteld dat jagers het verschil kunnen zien tussen verwilderde katten en huiskatten. De Partij voor de Dieren stelt vandaag vragen aan het college van Gedeputeerde Staten.
Birgit Verstappen: "De jacht op katten is de zoveelste uitwas van het tekort schietende provinciale faunabeleid. Er wordt niet actief gezocht naar diervriendelijke en duurzame oplossingen maar snel naar het geweer gegrepen. De lokaties waar katten worden doodgeschoten en de precieze aantallen zijn bekend bij de faunabeheereenheid, maar worden door het provinciebestuur niet gebruikt om te zoeken naar alternatieven voor de jacht."
De Partij voor de Dieren sprak met de Brabantse Faunabeheereenheid en wees op het ontbreken van een registratiecheck voor gedode katten. Voorzitter Dhr. Koffeman vond een dergelijke regel ook wenselijk en gaat deze in het conceptfaunabeheerplan opnemen dat binnenkort ter goedkeuring aan GS wordt voorgelegd.
De Partij voor de Dieren wil dat de provinciale toestemming om katten te doden wordt ingetrokken, en pleit voor inzet op diervriendelijke oplossingen. Het provinciebestuur kan in gesprek gaan met gemeenten, met de dierenbescherming voor sterilisatie- en castratieprogramma's, en werk maken van betere voorlichting aan katteneigenaren. Verstappen: "Het mag niet zo zijn dat sommige nalatige katteneigenaren dit probleem laten voortbestaan. Ongecastreerde en ongesteriliseerde katten rond huis en boerderij zorgen voor tientallen nazaten, die vervolgens verwilderen en zich te goed doen aan vogels en andere kleine dieren. Met ander beleid wordt de kat behoed voor de kogel en de Brabantse fauna beter beschermd."