Provincie baga­tel­li­seert problemen rondom MRSA


23 februari 2008

Den Bosch, 15 feb. 2008 – Partij voor de Dieren Noord-Brabant is van mening dat de Provincie problemen rondom MRSA bagatelliseert en stelt vragen aan Gedeputeerde Staten over maatregelen die de provincie neemt om MRSA besmettingen te voorkomen.

Noord-Brabant is dé regio van Nederland als het gaat om intensieve veehouderij. Graag wil zij voorop lopen in de ontwikkelingen op dit terrein. Als koploper zou zij echter ook de problemen rondom de intensieve veehouderij serieus moeten nemen.
Sinds eind 2005 zijn er berichten van besmetting met MRSA (meticillineresistente Staphylococcus aureus) afkomstig van vee. In 2006 is het eerste ziektegeval met varkens-MRSA beschreven. Onderzoek bij varkens in slachthuizen wees uit dat bijna 40% van de varkens MRSA-drager is en dat er bij 25 tot 80 % van de varkensbedrijven MRSA voorkomt. Meer dan 10% van de varkenshouders zijn ook drager van deze MRSA. Bijna 5% van (student)dierenartsen is drager.

. Uit onderzoek uit het Amphia ziekenhuis in Breda blijkt dat naast varkenshouders ook kalverhouders NT-MRSA-drager zijn. De landelijke richtlijn van de Werkgroep Infectie Preventie (WIP) is naar aanleiding daarvan halverwege 2007 aangepast. Naast varkens zijn nu ook vleeskalveren opgenomen als risicofactor en wordt men bij ziekenhuis opname gevraagd te melden of men tot de risicogroep behoort. In sommige regio’s behelst de “search” een zeer omvangrijke populatie en eradicatie is niet zinvol zolang er blijvend contact is met de bron. Besmette veehouders worden voor behandeling in een ziekenhuis ‘op vakantie’ gestuurd met medicijnen tegen MRSA. Zij kunnen niet naar huis omdat er dan voortdurend besmettingsgevaar is en behandeling tegen MRSA geen zin heeft. MRSA is recentelijk ook op een pluimveebedrijf aangetoond.

MRSA afkomstig van vee is een reëel probleem. Varkens, kalveren, kippen kunnen een bron van besmetting vormen. Gebleken is dat de bacterie potentieel pathogeen is voor mensen, maar meer gegevens over virulentie en overdraagbaarheid ontbreken. Het ontstaan van MRSA bij vee hangt samen met de hoge antibioticadruk in de veesector. De intensieve teelt, een hoge dichtheid van dieren per bedrijf en het internationale transport kan verspreiding van een uitgeselecteerde stam veroorzaken.
Nederland heeft dankzij het terughoudende antibioticabeleid in de humane geneeskunde en het search-and-destroybeleid als één van de weinige landen een lage prevalentie van MRSA. Introductie van MRSA-stammen vanuit de veehouderij zou dit succesvolle beleid kunnen doorkruisen.

De bioindustrie organiseert de meest optimale omstandigheden voor
verspreiding van deze MRSA. Wanneer bij mensen MRSA wordt gevonden isoleert men mensen van anderen die risico lopen (ziekenhuisbeleid). Dat zou men eigenlijk bij dieren ook moeten doen maar in de bioindustrie is het tegenovergestelde het geval. De MRSA wordt juist in stand gehouden door een permanente hoge dosis antibiotica toe te dienen. Ook het recente rapport van de RIVM wijst op toenemende resistentie van bacteriën tegen antibiotica. Oorzaak is dat het gebruik van antibiotica de afgelopen tien jaar met 50 procent is gestegen terwijl de veestapel gelijk is gebleven. Het RIVM adviseert om bedrijven op ruime afstand van elkaar te houden en het antibioticagebruik te verminderen.

De Partij voor de Dieren vraagt zich af of Gedeputeerde Staten zich voldoende bewust zijn van de problematiek rond MRSA en het gevaar voor de volksgezondheid aangezien zij nog steeds grootschalige intensieve veehouderij stimuleert terwijl een ontmoedigingsbeleid op zijn plaats zou zijn.
Maar niet alleen uit het beleid blijkt dat men de MRSA-besmetting niet series neemt. Ook in de Provinciale Staten en in commissievergaderingen bagatelliseert onder meer gedeputeerde dhr Rüpp het probleem van de MRSA. Bijvoorbeeld door er grapjes over te maken zoals: “Jij ziet er toch nog gezond uit Jan”, hierbij een veehouder en statenlid aansprekend en met het grapje een serieuze discussie over MRSA in de kiem smorend. De Partij voor de Dieren vindt dit ongepast.

MRSA is voor veehouders een reëel en ernstig probleem en kan mogelijk ook voor andere mensen besmettingsgevaar opleveren vanuit de stal tot tenminste 150 meter via de lucht. De verdunning is dan zo sterk dat 'de kans op besmetting gering lijkt', maar zeker weet men dit niet. Lopend onderzoek naar de kwaliteit van luchtzuiveringsapparatuur zal dit volgens het RIVM moeten bevestigen. De Partij voor de Dieren vindt dat totdat onderzoek uitsluitsel geeft of er sprake kan zijn van besmettingsgevaar in de omgeving van de stallen, het zaak is voorzorgsmaatregelen te nemen.

Zo zou de overheid de burgers moeten wijzen op de risico's van de besmetting wanneer zij zich in de omgeving van intensieve veehouderijstallen begeven. Met andere woorden: er zouden waarschuwingsborden moeten worden opgehangen bij veehouderijstallen die zich binnen een straal van 150 m van de openbare weg bevinden. Ook vindt de Partij voor de Dieren dat het onverantwoord is als provinciale of gemeentelijke overheid de bouw van nieuwe megastallen toe te staan als zij zich bevinden binnen een straal van 150 meter van woningen, zoals nu bijvoorbeeld het geval is in Diessen. Tot slot stelt de Partij voor de Dieren kritische vragen bij het feit dat door de provinciale overheid onterecht maar voor lief genomen wordt dat de woningen in de nabijheid van megastallen te maken hebben met een lagere verkoopwaarde van hun huis.