Q-koorts malaise, en hoe nu verder?


25 november 2010

DEN BOSCH - 25 NOVEMBER 2010. De Evaluatiecommissie Q-koorts trekt conclusies die er niet om liegen. De ministeries van Landbouw en Volksgezondheid hebben gefaald. De ministeries hebben landbouwbelang laten prevaleren boven het belang van de volksgezondheid. Zo werd gewezen op het gebrek aan wetenschappelijk bewijs, ondanks een duidelijk waar te nemen toename van ziektegevallen rond besmette bedrijven. Of te stellen dat er altijd al q-koortsslachtoffers geweest zijn. Of door de Q-koorts uitbraak als regionaal en niet als landelijk probleem af te doen. Maar hoe zit het met de regionale overheid? Hoe hard heeft zij aan de bel getrokken? Ook het CDA, VVD en PvdA college van de provincie Noord-Brabant blonk aanvankelijk uit in het bagatelliseren van het Q-koortsprobleem.

Gedeputeerde Staten van Brabant meent echter dat zij alles gedaan heeft wat binnen haar mogelijkheden lag. En in vergelijking met het misdadige achteroverleunen van minister Verburg heeft het provinciebestuur inderdaad pogingen gedaan om in de tweede helft van 2008 Den Haag wakker te schudden. Waarom deze stap echter pas anderhalf jaar na het signaleren van de eerste Q-koortsbesmettingen genomen is, en pas nadat in 2008 duizenden mensen ziek werden, blijft onduidelijk.
De Partij voor de Dieren Noord-Brabant was op basis van gegevens, die voor iedereen voorhanden waren, al in 2007 gealarmeerd. Zij heeft het onderwerp meerdere malen ter sprake gebracht. Maar het was spreken tegen dovemansoren. Het probleem werd weggewuifd met dezelfde argumenten als bovengenoemd. Begin 2008 heeft de PvdD toen vragen gesteld aan het college van Gedeputeerde Staten. Het college reageerde laconiek en verwees naar de verantwoordelijkheid van het Rijk. De uitkomst daarvan is nu pijnlijke geschiedenis.

Ook in Brabant moet er geleerd worden van deze zoveelste zwarte episode van dierziektenuitbraken. Het mag niet langer zo zijn dat volksgezondheid het onderspit delft, terwijl de landbouwsector uit de wind wordt gehouden. Het gaat dan niet alleen om de Q-koorts. Laten we de feiten onder ogen zien. De onnatuurlijke, intensieve manier van veehouderij vergroot de kans op uitbraak van veegerelateerde ziekten. Daarnaast is er de zorgwekkende toename van antibiotica-resistente bacteriën die hun oorsprong vinden in de sterk door economische belangen gedreven intensieve veehouderij. Zo'n 40% van de jaarlijkse omzet van alle diergeneesmiddelen betreft antibiotica, ter waarde van 96 miljoen euro.

Brabant zit in het oog van de storm gezien haar enorme veedichtheid. Ondanks het burgerinitiatief Megastallen-Nee blijft de veestapel in Brabant doorgroeien en is er sprake van toenemende schaalvergroting. CDA Gedeputeerde van Heugten roept dat megastallen taboe zijn verklaard in Brabant, maar vergeet iets te vermelden. Meer dan 50 stallen mogen groeien tot megalomane proporties, omdat ze als 'uitzonderingsgevallen' benoemd zijn. En dan zijn er nog de zogenaamde 'autonome' gevallen. Hoeveel mogen er daar nog van uitbreiden tot megastal? Daarnaast zijn er de talrijke uitbreidingen die op dit moment plaatsvinden net onder de 1,5 ha. In een stal van drie voetbalvelden kunnen nog altijd een kwart miljoen kippen, bijna tienduizend vleesvarkens of geiten op elkaar gepropt worden met alle gezondheidsrisico’s van dien. Jazeker, ingrijpen beschaamt de betrouwbaarheid van de overheid richting ondernemer. Maar hoe zit het met de betrouwbaarheid inzake de volksgezondheid?

Er zijn grenzen aan de groei van de veehouderij, en die grenzen zijn in Brabant al lang overschreden. De kleinschalige en biologische veehouderij, waar kwaliteitsprodukten geproduceerd worden met nadruk op dierenwelzijn en dus diergezondheid, moet ruim baan krijgen. Lokale afzet van gecertificeerde producten en gesloten kringlopen moet worden gestimuleerd. Overheid, ondernemer én consument zullen hierbij hun verantwoordelijkheid moeten nemen.