Veehou­derij op slot voor volks­ge­zondheid


4 juni 2014

De Brabantse Partij voor de Dieren-fractie vindt dat uitbreidingen in gebieden met veel dieren niet mogelijk moet zijn, totdat de staatssecretaris duidelijkheid heeft verschaft over de gevaren voor de volksgezondheid. In maart 2014 hebben gemeenten al de mogelijkheid gekregen om urgentiegebieden aan te wijzen, echter het is niet duidelijk of daarmee ook het aantal dieren aan banden wordt gelegd.

De PvdD vindt dat er onduidelijkheid is ontstaan en heeft daarom vragen gesteld aan Gedeputeerde Staten. Op 14 juni 2013 heeft staatssecretaris Dijksma aangekondigd een wettelijk kader op te stellen waarmee provincies en gemeenten grenzen kunnen stellen aan het aantal gehouden dieren in een gebied. Dat is niet voor niets, aldus de Partij voor de Dieren. Het is door alle partijen van de Ruwenbergconferentie, zoals de ZLTO, BMF en GGD, erkend dat er een relatie bestaat tussen het aantal gehouden dieren en het ontstaan van ziektes.

De Partij voor de Dieren vindt dat provincie en gemeenten het voorzorgsbeginsel in praktijk moeten brengen. PvdD-Statenlid Marco van der Wel: "Het zou van den zotte zijn om nu uitbreidingen toe te staan in gebieden die worden aangewezen als gebieden waar omwille van volksgezondheid uitbreidingen in de nabije toekomst niet mogelijk zijn. De provincie en gemeentes moeten daarom voorzichtigheid betrachten met het verlenen van vergunningen, als zij vermoeden dat het omwille van de volksgezondheid niet verstandig is."

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief