Vragen aan GS over reali­satie wind­energie


2 september 2011

De Partij voor de Dieren Noord-Brabant stelt vandaag vragen aan het college van Gedeputeerde Staten over de plaatsing van windmolens. De provincie ambieert 320 MW windenergie in 2020 maar met het huidige tempo wordt deze doelstelling niet gehaald. Windmolens worden nogal eens op ongeschikte lokaties ingepland. Gemeenten zijn traag in het aanpassen van hun beleid voor windmolenparken, bewoners van open gebieden maken bezwaar tegen de molens omdat deze het landschap aantasten. Bovendien worden molens nabij natuurgebieden geplaatst, met negatieve effecten voor dieren.

In de schriftelijke vragen wordt GS gevraagd om een overzicht te geven van de knelpunten en een uitwerking tot 2020 te overleggen van de te realiseren windenergiecapaciteit. Ook wil de fractie graag weten in hoeverre het weinig stimulerende rijksbeleid voor duurzame energie invloed kan (gaan) hebben op de provinciale ambitie. Tevens wordt aangedrongen op spoedig overleg met het Rijk om plaatsing van molens langs rijkswegen en spoorwegen mogelijk te maken. Ondersteuning van particuliere windmolencoöperaties zou ook meer aandacht mogen krijgen van het provinciebestuur.

De Partij voor de Dieren is van mening dat windmolens op land een goede bron van hernieuwbare energie zijn, mits heel zorgvuldig wordt gekeken naar mogelijke effecten op dier en natuur. Het plaatsen van windmolens nabij natuurgebieden, op vogeltrekroutes of anderszins kwetsbare lokaties is onwenselijk. Windmolens kunnen beter aansluiten bij stedelijke bebouwing en infrastructuur, zoals bedrijventerreinen, snelwegen en spoorlijnen.


De vragen kunt u hier inzien.