Tech­nische vragen naar aanleiding van de thema­bij­een­komst over de aanpas­singen in het EVZ-beleid van 17 januari 2020


Geacht college,

Ecologische verbindingszones worden aangelegd om het migreren van dieren en planten tussen natuurgebieden mogelijk te maken (genenuitwisseling). In het bestuursakkoord heeft de provincie aangegeven de realisatie van de ecologische verbindingszones (EVZ’s) te versnellen naar 200 hectare per jaar. GS bewaken het aantal subsidiabele EVZ-hectares op de GOB-subsidiekaart in relatie tot het beschikbare subsidiebudget. GS willen een budgetoverschrijding van de €91 miljoen voorkomen. Door een hoger subsidiepercentage, maar ook door een kostenstijging per EVZ-hectare, kan het GOB met het budget van €91 miljoen geen 1.775 ha EVZ van subsidie voorzien maar 1.325 ha. Dit heeft bij ons geleid tot de volgende vragen.

1. In overleg met waterschappen, gemeenten, terreinbeherende instanties en de Brabantse Milieufederatie zijn GS de EVZ-opgave aan het actualiseren. Welke invloed hebben zij (gehad) in het proces van het verminderen van de hectaren EVZ?

2. Hebben de instanties in de vorige vraag voldoende informatie gekregen om in te stemmen met de herijking van de EVZ’s en op grond van welke informatie heeft afstemming plaatsgevonden?

3. Indien ja bij de vorige vraag, op grond van welke informatie hebben de instanties met u de keuze gemaakt om hectaren EVZ te laten vervallen?

4. Op welke wijze is onderzocht en bepaald welke hectaren EVZ kunnen vervallen? Graag ontvangen wij hier documentatie van, bijvoorbeeld in de vorm van onderzoeksrapporten.

5. Kunnen we een verslag krijgen van het proces van de actualisatie van de EVZ’s?

6. Op welke wijze wordt geborgd dat hier op bestuurlijk niveau al in de eerste helft van 2020 een met voldoende informatie gestaafd, gebalanceerd besluit over wordt genomen?

In het najaar van 2020 komen GS met een geactualiseerd kaartbeeld waarop de gerealiseerde en de te realiseren EVZ’s staan. Er is nog geen overzicht per gebied beschikbaar omdat waterschappen en gemeenten nog bezig zijn met het beoordelen van EVZ’s.

Wat betreft de tijdens de themabijeenkomst over de aanpassingen in het EVZ-beleid genoemde overlap EVZ NNB, hebben we de volgende vragen.

7. Hoe is het mogelijk dat er NNB wordt aangelegd op een locatie die is bedoeld als een EVZ?

8. Wanneer dit gebeurt, is er dan ook sprake van een wijziging in de aanduiding EVZ/NNB?

9. In welke EVZ’s die nu kunnen komen te vervallen of al (gedeeltelijk) in werking zijn, is een overlap EVZ/NNB aan de orde?

10. Waarom is daar in deze gevallen NNB aangelegd? Was er een dubbelbestemming EVZ/NNB of is het gebied gebruikt als compensatie voor een ander stuk NNB?

11. Welke planologische aanduiding krijgt een dergelijk gebied in zo’n geval: EVZ of NNB?

Wat betreft de tijdens de themabijeenkomst getoonde kaarten met de alternatieve EVZ’s, hebben wij de volgende twee vragen:

12. Hoe is door u en de instanties uit vraag 1 tot de conclusie gekomen dat de alternatieve EVZ voor de 17 doelsoorten dezelfde kwaliteit heeft voor de uitwisseling van soorten en genen als de oorspronkelijke EVZ? Graag ontvangen wij hier de relevante documentatie van.

13. Met hoeveel hectaren worden de gebieden op de kaarten verkleind?

14. Vallen de EVZ’s onder het NNB? Zo nee, welke niet en hoeveel hectare betreft het?

15. Indien nee bij de vorige vraag: hoe zou het NNB tot stand kunnen komen zonder de aanleg van EVZ’s?

16. Welke consequentie heeft het realiseren van minder hectaren EVZ voor de opgave voor het realiseren van het aantal hectaren NNB?

17. Wat betekent het realiseren van minder hectaren EVZ voor de doelstelling van het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB)?

Wat betreft de oorspronkelijke vragen die deel waren van de raamwerk van de themabijeenkomst, is wat ons betreft in een drietal gevallen de beantwoording niet volledig:

18. Graag ontvangen wij de motivering en afweging van GS van de oorspronkelijke aanwijzing van de EVZ-hectaren.

19. Hoe zorgen we ervoor dat de oorspronkelijke plannen voor de EVZ’s ook in het geheel worden uitgevoerd?

20. Welke EVZ-hectaren komen te vervallen, hoeveel en waarom? Welke EVZ-hectaren functioneren gedeeltelijk, hoeveel en waarom?

21. Hoeveel hectaren EVZ zal er vanwege het voorliggende besluit komen te vervallen als NNB (totaal minus reeds gerealiseerd oppervlak)?

Wij danken u bij voorbaat voor uw beantwoording.

Met vriendelijke groet,

Marco van der Wel,
Partij voor de Dieren Noord-Brabant

Antwoorddatum: 27 jan. 2020

Onderstaand treft u de vragen en de antwoorden daarop.


1. In overleg met waterschappen, gemeenten, terreinbeherende instanties en de Brabantse Milieufederatie zijn GS de EVZ-opgave aan het actualiseren. Welke invloed hebben zij (gehad) in het proces van het verminderen van de hectaren EVZ?

Antwoord:
In eerste instantie heeft de provincie met de waterschappen en het Coördinatiepunt Landschapsbeheer de EVZ-kaarten geanalyseerd. Op basis van deze analyse heeft de provincie concept EVZ-wijzigingsvoorstellen opgesteld en voor advies aangeboden aan betrokken organisaties. GS wegen de adviezen voordat een EVZ-wijzigingsvoorstel, al dan niet aangepast, voor inspraak wordt aangeboden in de formele procedure voor de Interim Omgevingsverordening en het Natuurbeheerplan.


2. Hebben de instanties in de vorige vraag voldoende informatie gekregen om in te stemmen met de herijking van de EVZ’s en op grond van welke informatie heeft afstemming plaatsgevonden?

Antwoord:
De provincie heeft de betrokken organisaties schriftelijk informatie verstrekt over de ligging van de EVZ en de motivatie voor de voorgestelde wijziging. In de EVZ-begeleidingsgroep is het doorlopen proces met elkaar besproken en afgestemd. De betrokken organisaties zijn specifiek benaderd vanwege hun gebieds- en inhoudelijk vakkennis.


3. Indien ja bij de vorige vraag, op grond van welke informatie hebben de instanties met u de keuze gemaakt om hectaren EVZ te laten vervallen?

Antwoord:
Gebieds- en vakkennis aanwezig bij de betrokken organisaties zijn de belangrijkste informatiebronnen voor het maken van keuzes.


4. Op welke wijze is onderzocht en bepaald welke hectaren EVZ kunnen vervallen? Graag ontvangen wij hier documentatie van, bijvoorbeeld in de vorm van onderzoeksrapporten.

Antwoord:
Gebieds- en vakkennis van de betrokken organisaties zijn de belangrijkste bronnen voor het actualiseren van de EVZ-opgave.


5. Kunnen we een verslag krijgen van het proces van de actualisatie van de EVZ’s?

Antwoord:
In de antwoorden bij de vorige vragen is het proces voor de actualisatie van de EVZ-opgave beschreven.


6. Op welke wijze wordt geborgd dat hier op bestuurlijk niveau al in de eerste helft van 2020 een met voldoende informatie gestaafd, gebalanceerd besluit over wordt genomen?

Antwoord:
Door de interne afstemming binnen de provincie over de actualisatie van de EVZ-opgave worden bestuurlijk gebalanceerde besluiten genomen.


7. Hoe is het mogelijk dat er NNB wordt aangelegd op een locatie die is bedoeld als een EVZ?

Antwoord:
Het is mogelijk op locaties waar de functies NNB en EVZ overlappen.


8. Wanneer dit gebeurt, is er dan ook sprake van een wijziging in de aanduiding EVZ/NNB?

Antwoord:
Als blijkt dat de EVZ- en NNB-functie overlappen dan is veelal de keuze de EVZ-functie te laten vervallen. EVZ’s hebben als doel natuur- en leefgebieden met elkaar te verbinden.


9. In welke EVZ’s die nu kunnen komen te vervallen of al (gedeeltelijk) in werking zijn, is een overlap EVZ/NNB aan de orde?

Antwoord:
Momenteel kan geen overzicht worden gegeven van de locaties waar de functie EVZ en de functie NNB elkaar overlappen. De actualisatie van de EVZ-opgave in nog in uitvoering.


10. Waarom is daar in deze gevallen NNB aangelegd? Was er een dubbelbestemming EVZ/NNB of is het gebied gebruikt als compensatie voor een ander stuk NNB?

Antwoord:
De begrenzing van het NNB is opgenomen in het Natuurbeheerplan en de Interim Omgevingsverordening.


11. Welke planologische aanduiding krijgt een dergelijk gebied in zo’n geval: EVZ of NNB?

Antwoord:
Op de locaties waar het oppervlak van het NNB meer is dan het beoogde oppervlak van de EVZ is het voorstel te kiezen voor de NNB-functie.


12. Hoe is door u en de instanties uit vraag 1 tot de conclusie gekomen dat de alternatieve EVZ voor de 17 doelsoorten dezelfde kwaliteit heeft voor de uitwisseling van soorten en genen als de oorspronkelijke EVZ? Graag ontvangen wij hier de relevante documentatie van.

Antwoord:
Gebieds- en vakkennis zijn de basis voor het maken van keuzes bij de actualisatie van de EVZ-opgave. De provincie is van mening dat de geraadpleegde organisaties over voldoende kennis beschikken om een EVZ-wijzigingsvoorstel van een advies te voorzien.


13. Met hoeveel hectaren worden de gebieden op de kaarten verkleind?

Antwoord:
Momenteel kan geen overzicht worden gegeven van de reductie van het aantal hectares EVZ. De actualisatie van de EVZopgave is nog in uitvoering.


14. Vallen de EVZ’s onder het NNB? Zo nee, welke niet en hoeveel hectare betreft het?

Antwoord:
EVZ’s maken onderdeel uit van het NNB voor het ecologisch functioneren. In de Interim Omgevingsverordening en het Natuurbeheerplan zijn EVZ’s apart aangegeven.


15. Indien nee bij de vorige vraag: hoe zou het NNB tot stand kunnen komen zonder de aanleg van EVZ’s?

Antwoord:
EVZ’s maken onderdeel uit van het NNB voor het ecologisch functioneren.


16. Welke consequentie heeft het realiseren van minder hectaren EVZ voor de opgave voor het realiseren van het aantal hectaren NNB?

Antwoord:
Geen. EVZ-hectaren zijn geen NNB-hectaren.


17. Wat betekent het realiseren van minder hectaren EVZ voor de doelstelling van het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB)?

Antwoord:
De EVZ-opgave voor het GOB gaat omlaag omdat het resultaat van het actualiseren van de EVZ-opgave is dat er minder EVZhectaren te realiseren zijn. Na afronding van de actualisatie van de EVZ-opgave kan worden aangegeven wat de aangepaste EVZ-opgave voor het GOB is.


18. Graag ontvangen wij de motivering en afweging van GS van de oorspronkelijke aanwijzing van de EVZ-hectaren.

Antwoord:
De motivatie van GS en PS voor het aanwijzen van EVZ’s is dat soorten in staat moeten zijn in contact te komen met soorten van andere populaties in andere delen van het NNB. Na de begrenzing van het NNB bleek dat er EVZ’s nodig waren om tot een netwerk te komen waarbinnen soorten kunnen bewegen van het ene naar het andere natuurgebied.


19. Hoe zorgen we ervoor dat de oorspronkelijke plannen voor de EVZ’s ook in het geheel worden uitgevoerd?

Antwoord:
Bij de actualisatie van de EVZ-opgave is het uitgangspunt dat soorten in staat moeten zijn in contact te komen met soorten van andere populaties in andere delen van het NNB.


20. Welke EVZ-hectaren komen te vervallen, hoeveel en waarom? Welke EVZ-hectaren functioneren gedeeltelijk, hoeveel en waarom?

Antwoord:
Momenteel kunnen geen overzichten worden gegeven van de resultaten van de actualisatie van de EVZ-opgave. De actualisatie van de EVZ-opgave in nog in uitvoering.


21. Hoeveel hectaren EVZ zal er vanwege het voorliggende besluit komen te vervallen als NNB (totaal minus reeds gerealiseerd oppervlak)?

Antwoord:
Momenteel kunnen geen overzichten worden gegeven van de resultaten van de actualisatie van de EVZ-opgave. De actualisatie van de EVZ-opgave in nog in uitvoering.