Tech­nische vragen n.a.v. het Staten­voorstel Inpas­singsplan "Natuur­gebied Weste­lijke Langstraat"


Geacht college,

Gedeputeerde Staten stellen Provinciale Staten voor om herstelmaatregelen te nemen voor het Natura 2000-gebied ‘Langstraat’ en hiervoor het provinciaal inpassingsplan “Natuurgebied Westelijke Langstraat”, vast te stellen. De percelen in het inpassingsplan zijn nodig om instandhoudingsmaatregelen te nemen voor het gebied Westelijke Langstraat te Waalwijk. Dit heeft bij ons geleid tot de volgende technische vragen.

1. Met het Rijk en andere provincies is bepaald dat de herstelmaatregelen voor fase 1 uiterlijk in juni 2021 zijn gerealiseerd. Is deze datum haalbaar wanneer het inpassingsplan op 6 maart 2020 wordt vastgesteld?

In het inpassingsplan hebben niet alle gronden een natuurbestemming maar worden in een later stadium ingericht. Deze agrarische gronden met natuurwaarden kunnen worden gewijzigd in een natuurbestemming als daarover met de grondeigenaar overeenstemming is en derhalve op basis van vrijwilligheid.

2. Welke consequenties heeft het voor de doelstellingen voor het gebied als grondeigenaren niet instemmen met het wijzigen van de bestemming?

3. Om hoeveel agrarische gronden met natuurwaarden maar zonder natuurbestemming gaat het?

4. Wat is de ligging van deze gronden in het plangebied? Graag zien wij dit op een kaart.

Uit het MER blijkt dat voor het herstel van en de uitbreiding van natuur in de Westelijke Langstraat verschillende maatregelen nodig zijn zoals het aanpassen van waterpeilen en inrichtingsmaatregelen. Het verhogen van het waterpeil gebeurt geleidelijk en wordt gemonitord, met name rond historische panden en ook rond bomen.

5. Hoe vaak zal worden gemonitord en hoe kan worden ingegrepen wanneer een verhoogd waterpeil negatieve effecten heeft op de bomen?

6. Worden er bomen gekapt, hoeveel en wat gebeurt er met de bomen?

Uit het inpassingsplan valt op te maken dat uit onderzoek blijkt dat er geen redenen zijn het NNB op enkele percelen te handhaven. Voorgesteld wordt deze gronden te verwijderen uit het NNB en de Interim omgevingsverordening hierop aan te passen.

7. Welk onderzoek betreft het en kunnen wij de resultaten van dat onderzoek inzien?

8. Welke percelen NNB zouden naar aanleiding van het inpassingplan worden verwijderd, wat is de ecologische onderbouwing hiervan en om hoeveel hectare gaat het?

Wij danken u bij voorbaat voor uw beantwoording.

Met vriendelijke groet,

Marco van der Wel
Partij voor de Dieren Noord-Brabant

Antwoorddatum: 28 jan. 2020

Gedeputeerde Staten stellen Provinciale Staten voor om herstelmaatregelen te nemen voor het Natura 2000 -gebied ‘Langstraat’ en hiervoor het provinciaal inpassingsplan “Natuurgebied Westelijke Langstraat”, vast te stellen. De percelen in het inpassingsplan zijn nodig om instandhoudingsmaatregelen te nemen voor het gebied Westelijke Langstraat te Waalwijk. Dit heeft bij ons geleid tot de volgende technische vragen.

1. Met het Rijk en andere provincies is bepaald dat de herstelmaatregelen voor fase 1 uiterlijk in juni 2021 zijn gerealiseerd. Is deze datum haalbaar wanneer het inpassingsplan op 6 maart 2020 wordt vastgesteld?

Antwoord:
Met de vaststelling van het inpassingsplan door uw Staten op 6 maart kan er op 1-11-2020 een onherroepelijk Inpassingsplan liggen. Met dien verstande dat de behandeling van beroepen door de Raad van State binnen een half jaar plaatsvindt (Crisis -en Herstelwet is op het PIP van toepassing).
Inmiddels is het Waterschap Brabantse Delta (verantwoordelijk voor de uitvoering) al gestart met de aanbesteding van de werkzaamheden. De huidige uitvoeringsplanning gaat ervan uit dat er voor 1 juli 2021 is gestart met de uitvoering herstelmaatregelen. De doorlooptijd zal een jaar zijn. Naast de hydrologische herstelmaatregelen uit het inpassingsplan zijn de ecologische herstelmaatregelen uit het N2000-beheerplan uitgevoerd voor 2021. Zoals verwijderen sediment, plaggen en snoeien van hagen.
Gezien de aard en de omvang van de te nemen maatregelen, is het niet realistisch om er van uit te gaan dat een volledige afronding van de maatregelen voor 1 juli 2021 zal plaatsvinden. Meerdere factoren spelen hier een rol; de uitvoering is complex; watersysteemmaatregelen, afgraven van percelen en waterpeilverhoging moeten volgtijdelijk worden uitgevoerd en om wateroverlast buiten het Natura 2000- gebied te voorkomen moet op een groot aantal particulieren percelen mitigerende maatregelen getroffen worden.
Met het uitvoeren van het inrichtingsplan( PIP) wordt het hydrologisch systeem aangelegd wat geschikt is voor de herstelmaatregelen 2027 en de NNB opgave. Waar in de afronding van de opgave voor 2021 enigszins wordt vertraagd is een versnelling mogelijk voor de opgave 2027.


In het inpassingsplan hebben niet alle gronden een natuurbestemming maar worden in een later stadium ingericht. Deze agrarische gronden met natuurwaarden kunnen worden gewijzigd in een natuurbestemming als daarover met de grondeigenaar overeenstemming is en derhalve op basis van vrijwilligheid.

2. Welke consequenties heeft het voor de doelstellingen voor het gebied als grondeigenaren niet instemmen met het wijzigen van de bestemming?


Antwoord:
De benodigde gronden welke nodig zijn om de instandhouding van de aanwezige Habitattypen te garanderen zijn in de PIP direct bestemd als natuur onafhankelijk van het eigendom en vrijwilligheid.
De overige gronden, met een bestemming waarin een wijzigingsbevoegdheid naar natuur is opgenomen, hebben geen invloed op de instandhoudingsmaatregelen van de aanwezige Habitats maar wel op de uitbreidingsopgave en de daaraan gekoppelde biodiversiteits- en leefgebieden beleid en realisatie van het resterende Natuurnetwerk Brabant.


3. Om hoeveel agrarische gronden met natuurwaarden maar zonder natuurbestemming gaat het?

Antwoord:
In het PIP zijn de volgende bestemmingen opgenomen met een wijzigingsbevoegdheid naar Natuur:
- Agrarisch met waarden-Natuur (omvang 71.5 ha), hiervan is ca.16.1 ha ter realisering van de NNB;
- Natuur- met agrarisch medegebruik (omvang 46.8 ha).
Deze laatste bestemming is, vanwege rechtszekerheid, overgenomen uit het vigerend bestemmingsplan van de gemeente Waalwijk
In totaal betreft dat 118 ha. Daarmee heeft ca. 82% van het gehele plangebied een directe natuurbestemming gekregen


4. Wat is de ligging van deze gronden in het plangebied? Graag zien wij dit op een kaart.

Antwoord:
[Zie de kaarten in deze PDF]


Uit het MER blijkt dat voor het herstel van en de uitbreiding van natuur in de Westelijke Langstraat verschillende maatregelen nodig zijn zoals het aanpassen van waterpeilen en inrichtingsmaatregelen. Het verhogen van het waterpeil gebeurt geleidelijk en wordt gemonitord, met name rond historische panden en ook rond bomen.

5. Hoe vaak zal worden gemonitord en hoe kan worden ingegrepen wanneer een verhoogd waterpeil negatieve effecten heeft op de bomen?

Antwoord:
De grondwaterstanden worden met peilbuizen gemonitord middels data loggers die permanent meten. Deze worden 2 keer per jaar handmatig uitgelezen waarna zij jaarlijks worden geanalyseerd.
Daarnaast wordt specifiek voor houtopstanden een separate monitoring uitgevoerd (zie o.a. bijlage 18 Nota van zienswijze (samengestelde publieksversie totaal) en daarin bijlage IV: Notitie vernatting Westelijke Langstraat in relatie tot bomen. De hierin voorgesteld opname (nul situatie) en vervolgens monitoring van representatieve bomen (cultuurhistorische waarde, monumentale lanen en/of bomen binnen val bereik van wegen) zullen hierin worden opgenomen. Deze zullen jaarlijks opgenomen worden in een vitaliteitsopname.
Op basis van deze opname kan de gezondheidstoestand van de houtopstand worden gevolgd en indien hierin een achteruitgang word gesignaleerd relatie gelegd met de gegevens uit het grondwatermonitoringsnetwerk. Indien blijkt dat er spraken is van kwaliteitsachteruitgang van de houtopstand en er spraken is van een verhoging van de grondwaterstand van meer dan 10% is aannemelijk dat dit de oorzaak is. Op dat moment zijn er een aantal mogelijkheden:
1. Het stapsgewijze vernatten (dit wordt al toegepast. Na een initiële peilverhoging om daarmee de drainerende werking op te heffen, zal de verdere vernatting van het gebied stapsgewijs gebeuren);
2. Het aanbrengen van extra beluchting bij houtopstanden in de wortelzone;
3. Indien de aanwezige Habitats dit toelaten, het plaatselijk beperkt/ niet verhogen van de peilen en daarmee de grondwaterstanden. Dit kan alleen wanneer dit geen significatie negatief effect heeft op de instandhoudings- en/of uitbreidingsopgave van de aanwezige Habitats;
4. Het aanbrengen van drainage. Dit kan alleen wanneer dit geen significatie negatief effect heeft op de instandhoudings- en/of uitbreidingsopgave van de aanwezige Habitats;
5. Het beperkt ophogen van het maaiveld kan in beperkte mate compensatie geven voor de door de grondwaterhoging verloren groeiplaatsvolume;
6. In uitzonderlijke gevallen zou ervoor kunnen worden gekozen worden om bomen te verplanten. Na het vrij graven zou de bodem opgehoogd kunnen worden waarna de boom terug gezet kan worden. Omdat deze ingreep en heel duur is en ook erg ingrijpend is voor de boom met beperkte kans van slagen zal deze maatregel waarschijnlijk niet worden toegepast. Indien blijkt dat de boom/ houtopstand ondanks bovenstaande mogelijke maatregelen toch achteruit blijft gaan in kwaliteit kan tot kap en herplant worden over gegaan.


6. Worden er bomen gekapt, hoeveel en wat gebeurt er met de bomen?

Antwoord
Binnen het inrichtingsplan behorende bij het PIP worden op dit moment geen kap van bomen voorzien. Het kan te zijner tijd voorkomen dat tijdens uitvoering blijkt dat bijvoorbeeld een boom gekapt moet worden omdat het verbreden/ aanleg waterloop of iets vergelijkbaars toch niet mogelijk is. In die gevallen zou het kappen noodzakelijk zijn en zal dit in het werk worden meegenomen nadat eventuele benodigde vergunningen zijn verkregen. Echter op dit moment is het uitgangspunt dat dit niet het geval is en er dus geen bomen worden gekapt.
In het kader van het reguliere beheer en onderhoud van het gebied worden door Staatsbosbeheer wel periodiek bomen en houtwallen gesnoeid/ afgezet. Dit gebeurt onder andere om de aanwezige landschapselementen (slagen) te onderhouden maar ook om snelle successie van o.a. trilvenen naar moerasbos te voorkomen en het leefgebied van de grote modderkruiper te garanderen. De hierbij vrijgekomen materialen gaan naar de energiecentrale. Deze beheermaatregelen staan benoemd in het N2000 beheerplan voor de Langstraat en maken onderdeel uit van het reguliere beheer van Staasbosbeheer en maken dus geen onderdeel uit van de maatregelen die benoemd zijn in het inrichtingsplan behorende bij het PIP.


Uit het inpassingsplan valt op te maken dat uit onderzoek blijkt dat er geen redenen zijn het NNB op enkele percelen te handhaven. Voorgesteld wordt deze gronden te verwijderen uit het NNB en de Interim omgevingsverordening hierop aan te passen.

7. Welk onderzoek betreft het en kunnen wij de resultaten van dat onderzoek inzien?

Antwoord
Onderzoek is gebaseerd op feitelijke waarneming in het veld en houdt nauw verband met de reeds jarenlange ingebruikname van de gronden als tuin. De voorgestelde begrenzing (vervallen) van het NNB betreft een gemaximaliseerde en geoptimaliseerde begrenzing van de NNB waarbij het huidig gebruik en wateroverlast bij de bestaande woningen zwaar in de overwegingen zijn meegenomen evenals de vigerende agrarische bestemmingen als opgenomen in de verouderde plannen van de gemeente. In de toelichting van het PIP is een functie kaart actueel gebruik opgenomen.


8. Welke percelen NNB zouden naar aanleiding van het inpassingplan worden verwijderd, wat is de ecologische onderbouwing hiervan en om hoeveel hectare gaat het?

Antwoord
- Omvang de te vervallen NNB bedraagt ca. 17.4 ha
- Omvang van toe te voegen NNB bedraagt ca. 28 ha (grotendeels robuuste gebieden)
Per saldo neemt de totale omvang van het NNB dan ook toe.
In het PIP is de toegevoegde NNB als natuur (met aanduiding toe te voegen NNB) opgenomen.
De voorgestelde te vervallen delen van het NNB maken geen onderdeel uit van het PIP.
Onderstaande kaart is in de toelichting van het PIP opgenomen.