Tech­nische vragen over Bijdra­ge­re­geling `Grote Oogst` in het kader van versnelling verduur­zaming bedrij­ven­ter­reinen


Indiendatum: 31 aug. 2022

Wat betreft de Statenmededeling Bijdrageregeling 'Grote Oogst' heeft de Partij voor de Dieren de volgende vragen.

1. Wordt ergens gedefinieerd wat in het kader van de bijdrageregeling onder ‘verduurzamen’ wordt verstaan?

2. Indien nee bij de vorige vraag: Kan een dergelijke definitie worden toegevoegd aan de bijdrageregeling, zodat beter kan worden afgebakend waar de provincie aan bijdraagt? Zo nee, waarom niet?

3. Wat zijn de subsidiabele activiteiten waar de bijdrageregeling voor bedoeld is?

4. Waarom wordt in artikel 12 van de bijdrageregeling volstaan met een activiteitenverslag en niet met een evaluatie?

5. Als de uitgevoerde activiteiten niet tot het gewenste resultaat hebben geleid, of als het project niet overeenkomstig het plan van aanpak is uitgevoerd, moet/kan de bijdrage dan worden terugbetaald aan de provincie? Zo nee, waarom niet?

6. Waarom is gekozen voor een openstelling van de bijdrageregeling van 3 maanden en niet langer?

Indiendatum: 31 aug. 2022
Antwoorddatum: 2 sep. 2022

Wat betreft de Statenmededeling Bijdrageregeling 'Grote Oogst' heeft de Partij voor de Dieren de volgende vragen.

1. Wordt ergens gedefinieerd wat in het kader van de bijdrageregeling onder ‘verduurzamen’ wordt verstaan?

Antwoord:
‘Duurzaamheid’ is een breed begrip. In de toelichting van de bijdrageregeling geven we als provincie aan in ieder geval Energie, Circulaire Economie, Klimaatadaptatie en Stikstof als prioritaire thema’s te beschouwen, en op minimaal 3 van de 4 thema’s concrete ambities, doelstellingen en acties terug willen zien. En verduurzaming in het licht te zien van de klimaatdoelstellingen. Ook onze opgaven zoals die benoemd zijn in de Brabantse Omgevingsvisie spelen hierin een rol, zoals ook te zien is op de bijgevoegde factsheet.
Kern van de aanpak is echter dat lokale stakeholders (samen met de provincie) gezamenlijk en integraal naar het terrein kijken. En op basis van een afgewogen analyse, liefst met behulp van data, een afweging maken welke thema’s en activiteiten opgepakt moeten/kunnen worden om het bedrijventerrein duurzaam en toekomstbestendig te maken. Het kan dus zijn dat er vanwege de lokale context op bepaalde locaties in aanvulling op de 4 prioritaire thema’s nadrukkelijk aandacht is voor aanpalende thema’s, zoals mobiliteit, biodiversiteit, gezondheid, etc. Op deze manier proberen we enerzijds focus aan te brengen en tegelijkertijd ruimte te houden voor lokale inkleuring.
Als provincie zijn we zelf betrokken bij de diverse lokale processen om te komen tot een integraal, gebiedsgericht, datagedreven en impactvol plan van aanpak. Formele instemming van Gedeputeerde Staten met het Plan van Aanpak is daarnaast een randvoorwaarde voor indiening. Daarmee houdt de provincie sturing op de inhoud.


2. Indien nee bij de vorige vraag: Kan een dergelijke definitie worden toegevoegd aan de bijdrageregeling, zodat beter kan worden afgebakend waar de provincie aan bijdraagt? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
zie antwoord vraag 1 en de bijlage.


3. Wat zijn de subsidiabele activiteiten waar de bijdrageregeling voor bedoeld is?

Antwoord:
In de regeling is daarvoor onder artikel 3 de volgende passage opgenomen: “Een bijdrage kan worden verstrekt voor projecten gericht op het uitvoeren van een plan van aanpak voor het verduurzamen van een bedrijventerrein.”


4. Waarom wordt in artikel 12 van de bijdrageregeling volstaan met een activiteitenverslag en niet met een evaluatie?

Antwoord:
Bij elke bijdrageregeling gaat het om een samenwerking tussen overheden. En bij de keuze voor een bijdrageregeling wordt de afweging gemaakt dat vanuit vertrouwen met mede-overheden aan een gezamenlijk doel wordt gewerkt. Realisatie van dat doel en het doelmatig en rechtmatig inzetten van de middelen daarvoor, is dan ook voor beide partijen een prioriteit. Financiële verplichting en risico’s worden gezamenlijk gedragen en gedurende het proces wordt (ook financieel) afstemming gezocht. In dit geval o.a. via halfjaarlijkse stuurgroepen en een jaarlijkse voortgangsrapportage.
Artikel 15 van de bijdrageregeling voorziet overigens wel in een algehele evaluatie van de werking van de regeling.


5. Als de uitgevoerde activiteiten niet tot het gewenste resultaat hebben geleid, of als het project niet overeenkomstig het plan van aanpak is uitgevoerd, moet/kan de bijdrage dan worden terugbetaald aan de provincie? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
De algemene bijdrageverordening is ook van toepassing op deze regeling. Daarin zijn in artikel 14 bepalingen opgenomen op basis waarvan GS lager vast kunnen stellen.


6. Waarom is gekozen voor een openstelling van de bijdrageregeling van 3 maanden en niet langer?

Antwoord:
Het betreft hier een bijdrageregeling voor een dertiental gemeenten waar we al ruim een jaar mee samenwerken om tot lokale plannen van aanpak te komen. Gemeenten (en overige partijen) waren al eerder op de hoogte van de voorgenomen openstelling en werkwijze. De indiening van het gezamenlijk plan voor de bijdrageregeling markeert enerzijds de afsluiting van de voorbereidende fase om tot die plannen te komen en anderzijds de start van de uitvoering daarvan.