Tech­nische vragen over de ‘Bern­hezer variant’ op de stal­de­rings­re­geling


Indiendatum: 29 okt. 2020

In een artikel van Brabants Dagblad staat dat gemeente Bernheze een ‘Bernhezer variant’ op de stalderingsregeling voorstelt, waar de provincie al mee zou hebben ingestemd. Er lijkt een essentieel verschil te zitten tussen de provinciale stalderingsregeling en de ‘Bernhezer variant’, dat betrekking heeft op de voorwaarde aan het gebruik van stallen, voorafgaand aan de sanering.

In de Beleidsregel staldering Noord-Brabant staat als voorwaarde opgenomen dat een te saneren stal “gerekend vanaf de peildatum 17 maart 2017 de daaraan voorafgaande drie jaren legaal gebruikt en ingericht was voor de hokdierhouderij”. In het artikel van het BD staat dat het idee van de ‘Bernhezer variant’ behelst dat ook stallen ingezet mogen worden die al langer leeg staan.

Wij hebben hierover de volgende technische vragen.

1. Wat betekent precies dat “gerekend vanaf de peildatum 17 maart 2017 de daaraan voorafgaande drie jaren” een stal is gebruik moet zijn geweest, om het staloppervlak voor staldering te kunnen inbrengen; betekent dit dat betreffende stallen van 17 maart 2014 tot 17 maart 2017 in gebruik moeten zijn geweest, of betekent het (ook) in ruimere zin dat stallen drie jaar voorafgaand aan de sanering in gebruik moeten zijn geweest?
Ter illustratie: Als men op 1 november 2020 tot staldering over wil gaan, moet de te saneren stal dan van 1 november 2017 tot 1 november 2020 in gebruik zijn geweest?

2. Klopt het dat de provincie heeft ingestemd met (het idee van) de ‘Bernhezer variant’? Zo ja, is er een concrete invulling van het idee van de 'Bernheezer variant' bekend bij de provincie?

Indiendatum: 29 okt. 2020
Antwoorddatum: 3 nov. 2020

In een artikel van Brabants Dagblad staat dat gemeente Bernheze een ‘Bernhezer variant’ op de stalderingsregeling voorstelt, waar de provincie al mee zou hebben ingestemd. Er lijkt een essentieel verschil te zitten tussen de provinciale stalderingsregeling en de ‘Bernhezer variant’, dat betrekking heeft op de voorwaarde aan het gebruik van stallen, voorafgaand aan de sanering.

In de Beleidsregel staldering Noord-Brabant staat als voorwaarde opgenomen dat een te saneren stal “gerekend vanaf de peildatum 17 maart 2017 de daaraan voorafgaande drie jaren legaal gebruikt en ingericht was voor de hokdierhouderij”. In het artikel van het BD staat dat het idee van de ‘Bernhezer variant’ behelst dat ook stallen ingezet mogen worden die al langer leeg staan.

Wij hebben hierover de volgende technische vragen.

1. Wat betekent precies dat “gerekend vanaf de peildatum 17 maart 2017 de daaraan voorafgaande drie jaren” een stal is gebruik moet zijn geweest, om het staloppervlak voor staldering te kunnen inbrengen; betekent dit dat betreffende stallen van 17 maart 2014 tot 17 maart 2017 in gebruik moeten zijn geweest, of betekent het (ook) in ruimere zin dat stallen drie jaar voorafgaand aan de sanering in gebruik moeten zijn geweest?
Ter illustratie: Als men op 1 november 2020 tot staldering over wil gaan, moet de te saneren stal dan van 1 november 2017 tot 1 november 2020 in gebruik zijn geweest?

Antwoord:
Bij de provinciale stalderingsregeling moet een stal op 17 maart 2017 en de drie voorafgaande jaren legaal en onafgebroken in gebruik zijn geweest. Als een bedrijf zijn IV-activiteiten ná deze datum beëindigd kan de stal dus worden ingebracht voor staldering, uiteraard als aan alle overige voorwaarden wordt voldaan.

2. Klopt het dat de provincie heeft ingestemd met (het idee van) de ‘Bernhezer variant’? Zo ja, is er een concrete invulling van het idee van de 'Bernheezer variant' bekend bij de provincie?

Antwoord:
De eigen regeling van de gemeente is bij de provincie bekend maar wij hebben hiermee niet ingestemd aangezien dit niet aan de orde is. De eigen regeling is niet strijdig met de Interim Omgevingsverordening en is daarmee een bevoegdheid van de gemeente zelf. Wel hebben wij aangegeven dat indien het de uitbreiding of oprichting van een hokdierverblijf betreft er altijd moet worden voldaan aan de provinciale stalderingsplicht. Tenslotte is een stapeling van beide regelingen niet mogelijk, m.a.w. een te slopen stal kan niet voor beide regelingen worden ingezet