Tech­nische vragen over de Staten­me­de­deling Actieplan Brabantse bomen


Indiendatum: 18 jul. 2022

Volgens een studie die Brabants Particulier Grondbezit (BPG) voor de provincie heeft uitgevoerd is in 2020 en 2021 inmiddels 568 ha nieuw bos gerealiseerd.

1. Kunt u aan ons toelichten waar en in welk kader dit nieuw bos/deze nieuwe losse bomen is/zijn gerealiseerd?

2. Van waar kwam de financiering voor dit nieuw bos?

3. Kunnen we de studie van Brabants Particulier Grondbezit inzien?

In het Natuurnetwerk kan, zo staat in de statenmededeling, relatief veel bos worden gerealiseerd.

4. Hoeveel plekken in de niet-gerealiseerde NNB lenen zich voor aanleg van bos, wat betreft natuurdoeltype?

5. Worden oorspronkelijke natuurdoeltypen gewijzigd om bos aan te planten in het NNB en zo ja, waar en welke?

6. Wat zijn de huidige natuurdoeltypen van de niet-gerealiseerde NNB die in aanmerking komen voor het realiseren van bos? Met andere woorden: welke natuurdoeltypen worden hierdoor niet gerealiseerd?

Indien er sprake is van een lage of achterblijvende ecologische of landschappelijke kwaliteit, kunnen percelen grasland (NNB) omgevormd worden naar bos.

7. Wat betekent die lage of achterblijvende kwaliteit; bijvoorbeeld in relatie tot aanwezige weidevogels en insecten?

8. Hoe en door wie zal worden bepaald dat een gebied van lage of achterblijvende kwaliteit is?

Indiendatum: 18 jul. 2022
Antwoorddatum: 20 jul. 2022

Volgens een studie die Brabants Particulier Grondbezit (BPG) voor de provincie heeft uitgevoerd is in 2020 en 2021 inmiddels 568 ha nieuw bos gerealiseerd.

1. Kunt u aan ons toelichten waar en in welk kader dit nieuw bos/deze nieuwe losse bomen is/zijn gerealiseerd?

Antwoord:
Deze bossen en bomen zijn op diverse locaties gerealiseerd. Het gaat om bossen en bomen binnen en buiten bebouwde kom, bossen binnen en buiten NNB, om struweel, boomlanen, bosjes en bossen. De aanleg heeft plaatsgevonden door gemeenten, rijkswaterstaat, waterschappen, TBOs, Agrarische Natuurverenigingen, waterwinbedrijven, stichtingen en landgoederen.


2. Van waar kwam de financiering voor dit nieuw bos?

Antwoord:
Inventarisatie van de middelen behoorde niet tot de studie.


3. Kunnen we de studie van Brabants Particulier Grondbezit inzien?

Antwoord:
Jazeker, de studie van BPG is als bijlage met deze beantwoording de technische vragen bijgevoegd.


In het Natuurnetwerk kan, zo staat in de statenmededeling, relatief veel bos worden gerealiseerd.

4. Hoeveel plekken in de niet-gerealiseerde NNB lenen zich voor aanleg van bos, wat betreft natuurdoeltype?

Antwoord:
De Brabantse Bossenstrategie richt zich op het realiseren van 3.000 hectare bos op nog niet gerealiseerd NNB. Voor elke locaties zal de afweging plaatsvinden welk natuurdoeltype kwalitatief hoogwaardig tot ontwikkeling kan komen.


5. Worden oorspronkelijke natuurdoeltypen gewijzigd om bos aan te planten in het NNB en zo ja, waar en welke?

Antwoord:
Ook voor aanleg van nieuw binnen het NNB geldt dat wordt gekeken naar de (potentiele) kwaliteit van het natuurdoeltype. Deze nieuwe bossen zullen grotendeels terechtkomen in de verschillende beheertypen grasland met een lage ecologische of geringe landschappelijke kwaliteit. Binnen het NNB is meer kruiden- en faunarijk grasland aangelegd dan de oorspronkelijke doelstelling was. Met de beheerders zal worden besproken waar dat grasland kan worden omgevormd naar bos, waarbij de bestaande kwaliteit van het grasland en welke ontwikkelingspotentie deze nog heeft, in de evaluatie wordt meegenomen.


6. Wat zijn de huidige natuurdoeltypen van de niet-gerealiseerde NNB die in aanmerking komen voor het realiseren van bos? Met andere woorden: welke natuurdoeltypen worden hierdoor niet gerealiseerd?

Antwoord:
Binnen het nog niet gerealiseerde deel van het NNB zal er 3.000 ha nieuw natuurbos worden aangelegd. Dit is vastgelegd op de ambitiekaart en verwerkt in de businesscase van het GOB.


Indien er sprake is van een lage of achterblijvende ecologische of landschappelijke kwaliteit, kunnen percelen grasland (NNB) omgevormd worden naar bos.

7. Wat betekent die lage of achterblijvende kwaliteit; bijvoorbeeld in relatie tot aanwezige weidevogels en insecten?

Antwoord:
In de overwegingen om om te vormen naar bossen zal gekeken worden naar de doelsoorten die bij het natuurdoeltype horen, naar de aanwezige vogel- en habitatrichtlijnsoorten en biodiversiteit in de brede zin van het woord, maar ook naar cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Weidevogels en insecten worden in de evaluatie dus meegenomen.


8. Hoe en door wie zal worden bepaald dat een gebied van lage of achterblijvende kwaliteit is?

Antwoord:
Dit gebeurt op basis van beschikbare data en in het goede gesprek met de desbetreffende beheerder.