Technische vragen over het rapport ‘Drinkwater in het gedrang’
Indiendatum: 4 okt. 2024
Het ZRK-rapport ‘Drinkwater in het gedrang’, heeft bij ons geleid tot de volgende vragen.
1. Is het juridisch-technisch mogelijk om iets te veranderen aan de wateronttrekkingen voor producten die niet van levensbelang zijn (zoals bijvoorbeeld frisdrank door Refresco, of de levering van Brabant Water aan grote industriële klanten)?
Om de in het rapport genoemde doelen te bereiken zet de provincie in op minder grondwater onttrekken, meer aanvullen en vasthouden van grondwater, ‘wederombouw’ van het (grond)watersysteem en het beschermen van de grondwaterbronnen voor drinkwater. De uitvoering van de daarbij horende maatregelen heeft echter moeite om de ontwikkelingen bij te benen. De uitvoering laat soms lang op zich wachten en vergt veel of meer tijd dan gedacht.
2. Waarom laat de uitvoering langer op zich wachten?
3. Waar stokt het in de uitvoering?
4. Op welke wijze kan dit vlot getrokken worden?
5. Uit het rapport blijkt dat gebreken in de basisinformatie soms na 3 jaar nog niet zijn opgelost. Hoe kan dit?
6. Hoeveel fte heeft de provincie aan medewerkers die zich bezig houden met water/water gerelateerde onderwerpen? En hoe verhoudt zich dit tot andere provincies?
Vanaf 1 september 2023 hebben de waterschappen De Dommel en Brabantse Delta een meldplicht voor alle bestaande kleine grondwateronttrekkingen, terwijl waterschap Aa en Maas inzet op vrijwillige meldingen. Aa en Maas gaf eerder aan de evaluatie van de meldplicht aan te grijpen, om te reflecteren en van daaruit te bepalen wat een verstandige vervolgstap is.
7. Een jaar na invoering van de meldplicht vindt door waterschappen De Dommel en Brabantse Delta een evaluatie plaats. Heeft deze evaluatie inmiddels plaatsgevonden? Zo nee, wanneer zal deze plaatsvinden?
8. Kunnen wij een verslag/rapport van deze evaluatie ontvangen?
9. Wat is de reflectie van Waterschap Aa en Maas op de evaluatie? Gaan zij nu ook net als de andere waterschappen een meldplicht instellen? Zo nee, kunt hier dan nogmaals actief navraag naar doen?
Indiendatum:
4 okt. 2024
Antwoorddatum: 18 okt. 2024
Het ZRK-rapport ‘Drinkwater in het gedrang’, heeft bij ons geleid tot de volgende vragen.
1. Is het juridisch-technisch mogelijk om iets te veranderen aan de wateronttrekkingen voor producten die niet van levensbelang zijn (zoals bijvoorbeeld frisdrank door Refresco, of de levering van Brabant Water aan grote industriële klanten)?
Antwoord:
In de grondwatervergunningen waar de provincie bevoegd gezag voor is (industriële onttrekkingen > 150.000 mS/jaar en openbare drinkwatervoorziening) wordt al lang een onderscheid gemaakt naar het doel waar het grondwater voor wordt gebruikt en is laagwaardig gebruik geminimaliseerd. In de Perspectiefnota is capaciteit vrijgemaakt om hierop beter toe te zien vanuit zowel de provincie als de omgevingsdienst. Daarmee geven we opvolging aan motie M123-2023 Aanpak latente ruimte vergunningen grondwateronttrekkingen. Aanpassingen in de vergunningen zijn onder voorwaarden mogelijk, o.a. als de vergunning niet langer toelaatbaar wordt geacht met oog op gewijzigde maatschappelijke doelstellingen.
Brabant Water heeft zelf contracten afgesloten met industriële klanten, hierop is het privaatrecht van toepassing. Brabant Water voert samen met haar klanten waterscans uit om waterverspilling bij bedrijven tegen te gaan.
Om de in het rapport genoemde doelen te bereiken zet de provincie in op minder grondwater onttrekken, meer aanvullen en vasthouden van grondwater, ‘wederombouw’ van het (grond)watersysteem en het beschermen van de grondwaterbronnen voor drinkwater. De uitvoering van de daarbij horende maatregelen heeft echter moeite om de ontwikkelingen bij te benen. De uitvoering laat soms lang op zich wachten en vergt veel of meer tijd dan gedacht.
2. Waarom laat de uitvoering langer op zich wachten?
3. Waar stokt het in de uitvoering?
Antwoord:
De maatregelen waar u aan refereert zijn opgenomen in de Stantemededeling over de Droogteagenda (zie de Agendavergadering 1 8 november 2024, agendapunt 2.2.3 Statenmededeling Bekrachtiging Droogteagenda Brabant en stand van zaken uitvoering Grondwaterconvenant en Droogteagenda). Binnen de Droogteagenda is de ambitie omarmd om als samenwerkende grondwaterpartners 150 mln. m3 meer grondwater vast te houden en aan te vullen, en 100 mln. m3 grondwater minder te onttrekken. Alle BBG-partners werken hieraan.
In de Droogteagenda staat het volgende ten aanzien van de uitvoering:
"Alhoewel alle BBG-partners aan de slag zijn om de doelen met elkaar te bereiken, heeft de voortgang op een aantal onderdelen vertraging opgelopen ten opzichte van de initiële planningen. Dat heeft verschillende oorzaken:
- De BBG-partners hadden behoefte aan inzage in de kwantitatieve bijdrages die hun maatregelen, of die van andere BBG-partners, kon opleveren voor 'minder water onttrekken' en 'meer water vasthouden'. In bijlage 2 van de Droogteagenda zijn de maatregelen uit de Droogteagenda zover mogelijk gekwantificeerd. De Droogteagenda is inclusief alle bijlagen bijgevoegd bij deze statenmededeling;
- De meeste maatregelen doen ergens pijn. Voor het treffen van gevoelige maatregelen wordt er daarom ook, in zorgvuldige afstemming, gekeken naar wat de ander doet en hoe de 'pijn' onderling verdeeld wordt;
- Uitvoerbaarheid van beleid. The devil is in the detail: veel van de trajecten zijn nieuw. Daardoor komen we verwachte en onverwachte uitdagingen tegen op het gebied van financiën, techniek, milieueffecten en draagvlak onder belanghebbenden."
4. Op welke wijze kan dit vlot getrokken worden?
Antwoord:
Dat verschilt van project tot project. Omdat het hier om technische vragen gaat, verwijs ik u graag naar de Droogteagenda en de Voortgangstabel behorende bij de onder vraag en 2 en 3 aangehaalde Statenmededeling.
5. Uit het rapport blijkt dat gebreken in de basisinformatie soms na 3 jaar nog niet zijn opgelost. Hoe kan dit?
Antwoord:
Eind 2020 concludeerde de rekenkamer in haar onderzoek 'Vergunningverlening, toezicht en handhaving bij risicobedrijven in Moerdijk' dat niet alle vergunningen digitaal vindbaar waren. Waterwetvergunningen zijn in principe 'eeuwig' geldig. Sommige vergunningen zijn van voor de tijd van digitale publicatie. Er is geen inhaalactie voorzien om deze vergunningen alsnog digitaal te publiceren, waardoor de ZRK deze conclusie opnieuw kon trekken in het recente rapport over drinkwater. Deze vergunningen zijn uiteraard wel vindbaar in een hardcopy archief van de Provincie Noord-Brabant. De overzichtstabellen met daarin kengetallen van de vergunningen worden gebruikt voor beleidsvorming. Bij acties in het kader van toezicht en handhaving worden de vergunningen als uitgangspunt genomen. Mogelijke fouten in de overzichtstabellen werken dus niet door in het vergunningen- en toezichttraject.
6. Hoeveel fte heeft de provincie aan medewerkers die zich bezig houden met water/water gerelateerde onderwerpen? En hoe verhoudt zich dit tot andere provincies?
Antwoord:
In 2024 werkt er 52,8 fte in het Programma Water en Bodem. Er is geen inzicht in hoe dit zich verhoudt tot andere provincies.
Vanaf 1 september 2023 hebben de waterschappen De Dommel en Brabantse Delta een meldplicht voor alle bestaande kleine grondwateronttrekkingen, terwijl waterschap Aa en Maas inzet op vrijwillige meldingen. Aa en Maas gaf eerder aan de evaluatie van de meldplicht aan te grijpen, om te reflecteren en van daaruit te bepalen wat een verstandige vervolgstap is.
7. Een jaar na invoering van de meldplicht vindt door waterschappen De Dommel en Brabantse Delta een evaluatie plaats. Heeft deze evaluatie inmiddels plaatsgevonden? Zo nee, wanneer zal deze plaatsvinden?
Antwoord:
De evaluatie van de resultaten is gaande en neemt de meest recente data van de waterschappen mee. Goed om te vermelden is dat er in aanloop naar de deadline van 1 september 2024 een enorm extra aantal putten is gemeld. Naar verwachting zullen de resultaten eind november beschikbaar zijn en worden conclusies en aanbevelingen besproken in de bestuurlijke werkgroep kleine onttrekkingen, onder trekkerschap van waterschap de Dommel, waar de provincie ook aan deelneemt.
8. Kunnen wij een verslag/rapport van deze evaluatie ontvangen?
Antwoord:
Het communiceren van de resultaten is een van de bespreekpunten in de bestuurlijke werkgroep kleine onttrekkingen.
9. Wat is de reflectie van Waterschap Aa en Maas op de evaluatie? Gaan zij nu ook net als de andere waterschappen een meldplicht instellen? Zo nee, kunt hier dan nogmaals actief navraag naar doen?
Antwoord:
Omdat de resultaten naar verwachting eind november wordt opgeleverd zal Aa en Maas op dat moment bekijken wat een verstandige vervolgstap is en of een meldplicht daar onderdeel van is.
Wij staan voor:
Interessant voor jou
Vragen over schadevergoeding en subsidie met betrekking tot het samenleven met de wolf
Lees verderTechnische vragen over de Begroting 2025
Lees verder