Tech­nische vragen over Staten­me­de­deling wijziging Beleids­regel natuur­be­scherming Noord-Brabant


Indiendatum: 19 jun. 2020

Met de wijziging van de beleidsregel, hebben voormalige varkenshouders de mogelijkheid om hun bestaande overige bedrijfsvoering, anders dan het houden van varkens, voort te zetten en/of een andere activiteit te starten met maximaal 15% van de stikstofruimte die vergund was voor het houden van varkens. Dit heeft bij ons geleid tot de volgende technische vragen.

1. Mag de 15% geheel naar eigen inzicht worden ingezet of zitten hier beperkingen aan?

2. Mag de voormalige varkenshouder de 15% van de stikstofruimte inzetten voor het houden van andere dieren en zo ja, welke?

3. Kan het houden van deze dieren dan binnen de bestaande vergunning plaatsvinden, of moet er opnieuw een vergunning voor worden aangevraagd?

4. Wordt de uitkoopprijs voor de stoppende varkenshouder aangepast aan het feit dat op dezelfde locatie een nieuw bedrijf kan worden gevestigd?

5. Hoe verhoudt deze vrijheid van besteding van stikstofruimte zich tot het advies van Remkes om NH3 en NOx niet langer met elkaar te verrekenen?

Indiendatum: 19 jun. 2020
Antwoorddatum: 22 jun. 2020

Met de wijziging van de beleidsregel, hebben voormalige varkenshouders de mogelijkheid om hun bestaande overige bedrijfsvoering, anders dan het houden van varkens, voort te zetten en/of een andere activiteit te starten met maximaal 15% van de stikstofruimte die vergund was voor het houden van varkens. Dit heeft bij ons geleid tot de volgende technische vragen.

1. Mag de 15% geheel naar eigen inzicht worden ingezet of zitten hier beperkingen aan?

Antwoord:
Vanuit de beleidsregel is dit niet verder beperkt. De beperking zit in de vereisten zoals opgenomen in de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen (Ssv). Op de locatie dat meedoet aan de Ssv mag vanuit de vereisten geen intensieve veehouderij meer gehouden worden. Onder intensieve veehouderij wordt, gezien de definitie in de Ssv, verstaan het houden van varkens, pluimvee, konijnen, vleeskalveren, vleesstieren, geiten en nertsen.


2. Mag de voormalige varkenshouder de 15% van de stikstofruimte inzetten voor het houden van andere dieren en zo ja, welke?

Antwoord:
Zie antwoord vraag 1.


3. Kan het houden van deze dieren dan binnen de bestaande vergunning plaatsvinden, of moet er opnieuw een vergunning voor worden aangevraagd?

Antwoord:
De eventuele vergunning dient hierop aangepast te worden. Ook dit is onderdeel van de vereisten uit de Ssv.


4. Wordt de uitkoopprijs voor de stoppende varkenshouder aangepast aan het feit dat op dezelfde locatie een nieuw bedrijf kan worden gevestigd?

Antwoord:
De Ssv is een subsidieregeling van het Rijk. Wij hebben geen inzicht in de gedetailleerde bepaling van het subsidiebedrag anders dan opgenomen in de artikelen 7, 8 en 9 van de Ssv.


5. Hoe verhoudt deze vrijheid van besteding van stikstofruimte zich tot het advies van Remkes om NH3 en NOx niet langer met elkaar te verrekenen?

Antwoord:
Deze vraag is niet technisch te beantwoorden.