Vragen over aankoop van gronden voor zonne­velden door het Groen Ontwik­kel­fonds Brabant


Geacht college,

Sinds het najaar van 2017 onderzoekt het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) of de ontwikkeling van nieuwe natuur en het opwekken van duurzame energie elkaar kunnen versterken. Naar verluid heeft het GOB ambities om zonnevelden aan te leggen in de Natte Natuurparel het Halsters Laag.

Hierover hebben wij de volgende vragen.

1. Wat vindt u ervan dat het GOB gronden in (nieuwe) natuurgebieden wil aankopen voor de aanleg van zonnevelden?

2. Wat is de businesscase in deze kwestie en wie gaat profiteren van de opgewekte energie?

3. Is het voor agrariërs aantrekkelijker om grond te verkopen aan de provincie/het GOB voor zonnepanelen of voor natuur? Waarom?

4. Hoe is het aanleggen van zonnevelden in (nieuwe) natuurgebieden te rijmen met de doelstelling van het GOB, namelijk de realisatie van het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en natuurontwikkeling?

5. Bent u van mening dat zonnepanelen bijdragen aan natuurwaarde en biodiversiteit? Zo ja, waarom?

6. Worden de gronden nadat de zonnepanelen weer worden afgebroken, bestemd als natuur? Zo nee, waarom niet?

7. Wordt de aanleg van natuur betaald uit de opbrengst van de zonne-energie? Zo nee, waarom niet?

8. Hoe lang blijven de gronden in gebruik als zonneveld?

9. Gedurende de tijd dat een perceel in gebruik is als zonneveld is realisatie van natuur geblokkeerd. Hoe verhoudt zich dat tot de doelstelling van het GOB om het NNB zo spoedig mogelijk of in elk geval voor 2027 te realiseren?

10. Hoe worden grond en biodiversiteit beïnvloed tijdens het gebruik van de gronden als zonneveld?

11. Wat is de bruikbaarheid van de gronden als natuur, wanneer de zonnevelden worden geruimd?

12. Bent u met ons van mening dat zonnepanelen op de grond bijdragen aan de schaarste aan beschikbare grond, en dat het daardoor duurder wordt om grond aan te kopen voor de realisatie van het NNB? Zo nee, waarom niet?

13. Bent u met ons van mening dat het GOB zichzelf hiermee tegenwerkt in de realisatie van het Brabantse natuurnetwerk? Zo nee, waarom niet?

14. Bent u met ons van mening dat u hiermee de behoefte aan energie plaatst boven het belang van natuur? Zo nee, waarom niet?

15. Waarom kiest het GOB niet voor het braak leggen van gronden, zodat er onderhoudsvrije natuur ontstaat en op elk moment kan worden besloten de grond een andere bestemming te geven?

16. Is er overeenstemming bereikt tussen het GOB en landeigenaren in het Halsters Laag voor de aanleg van zonnevelden aldaar? Indien u dit niet weet, kunt u dit bij het GOB nagaan?

17. Indien ja, bent u met ons eens dat dit conflicteert met de natuurwaarden en doelstellingen van dat gebied? Zo nee, waarom laat u dit dan toe? Zo nee, waarom niet?

Recyclingbedrijf TUF in Dongen heeft versleten kunstgrasmatten verkocht die op zonnevelden worden toegepast om de groei van planten tegen te gaan.

18. Kunt u bevestigen dat dat zeker niet gaat gebeuren, en kunt u bevestigen dat de groei van planten onder zonnevelden niet chemisch zullen wordt bestreden?

Wij danken u bij voorbaat voor uw beantwoording.


Met vriendelijke groet,

Paranka Surminski
Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 26 feb. 2019

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.


1. Wat vindt u ervan dat het GOB gronden in (nieuwe) natuurgebieden wil aankopen voor de aanleg van zonnevelden?

Antwoord:
Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) wil geen gronden aankopen met het doel om zonnevelden te ontwikkelen. Het betreft initiatieven van derden. Het GOB is in 2018 gestart met het concept Natuur & Energie als invulling voor de opgave Ondernemend natuurnetwerk Brabant (ONNB). Het concept Natuur & Energie houdt in dat er tijdelijk zonnepanelen worden geplaatst in nieuw te ontwikkelen natuur in het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Het doel is om hiermee de financiële middelen te genereren, die aanvullend aan de subsidiering van het GOB, nodig zijn voor de realisatie van NNB.

Het (tijdelijk) realiseren van zonnepanelen kan alleen op basis van een ontheffing. Het voortouw daartoe ligt bij de gemeente die daarvoor de provincie moet raadplegen. In de Omgevingsvisie is het standpunt: nee, geen zonnevelden in het NNB, mits tijdelijk en in nog niet ingerichte gebieden. Door het begeleiden van enkele initiatieven van derden, binnen de randvoorwaarden van de Omgevingsvisie, wordt kennis opgedaan over de haalbaarheid en de verdere invulling van deze beleidslijn. Dit proces is in volle gang, de randvoorwaarden worden steeds duidelijker maar kunnen nog wijzigen. Tot op heden zijn er nog geen pilots in uitvoering. De navolgende antwoorden moeten in dit licht gezien worden.


2. Wat is de businesscase in deze kwestie en wie gaat profiteren van de opgewekte energie?

Antwoord:
Met de tijdelijke zonnepanelen moet, op basis van de huidige subsidieregels van het GOB voor ONNB, in 15 jaar tijd, de helft van de afwaardering van de grondwaarde, de helft van de inrichtingskosten en het eeuwigdurend beheer van de dan gerealiseerde natuur worden gefinancierd. Tevens dienen in dit geval de aanleg, onderhoud en afbraak van de zonnepanelen hieruit gefinancierd te worden. De financiële opbrengst van de zonnepanelen betreft derhalve inkomsten voor de initiatiefnemer. De energieopbrengst kan, indien het project een zogeheten postcoderoos project betreft, ten goede komen aan de burgers uit de omgeving.


3. Is het voor agrariërs aantrekkelijker om grond te verkopen aan de provincie/het GOB voor zonnepanelen of voor natuur? Waarom?

Antwoord:
Dit maakt niet uit. De aankoopwaarde wordt bepaald op basis van taxatie van de actuele grondwaarde, niet op basis van toekomstig gebruik.


4. Hoe is het aanleggen van zonnevelden in (nieuwe) natuurgebieden te rijmen met de doelstelling van het GOB, namelijk de realisatie van het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en natuurontwikkeling?

Antwoord:
Het GOB realiseert in opdracht van PS nieuwe natuur in het NNB. Om versnelling aan te brengen in deze realisering zoekt het GOB naar combinaties van aanleg van natuur met andere maatschappelijke doelen. Hierdoor wordt extra (maatschappelijke) waarde toegevoegd, komen nieuwe initiatiefnemers in beeld en ontstaan mogelijkheden voor nieuwe verdienmodellen.


5. Bent u van mening dat zonnepanelen bijdragen aan natuurwaarde en biodiversiteit? Zo ja, waarom?

Antwoord:
Ja, het concept van Natuur & Energie draagt bij aan natuurwaarde en biodiversiteit. In de eerste 15 jaar, waarin tijdelijk zonnepanelen aanwezig zijn is die bijdrage nog beperkt. Toch is de biodiversiteit al snel hoger dan bij regulier landbouwkundig gebruik, omdat het gebruik van meststoffen en bestrijdingsmiddelen per direct stopt. Ook indien het perceel hydrologisch herstel blokkeerde vanwege het agrarisch gebruik, is het vernatting van het perceel én de omgeving direct mogelijk. Na 15 jaar worden de zonnepanelen verwijderd en blijft definitief natuur over.


6. Worden de gronden nadat de zonnepanelen weer worden afgebroken, bestemd als natuur? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Ja, na 15 jaar worden de zonnepanelen afgebroken en wordt definitief natuur gerealiseerd.


7. Wordt de aanleg van natuur betaald uit de opbrengst van de zonneenergie? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Ja, in die zin dat, op basis van de huidige subsidieregels van het GOB voor ONNB, de helft van de afwaardering van de grondwaarde, de helft van de inrichtingskosten en het eeuwigdurend beheer van de dan gerealiseerde natuur worden betaald door de initiatiefnemer van de zonneweide.


8. Hoe lang blijven de gronden in gebruik als zonneveld?

Antwoord:
Voor de duur is besloten aan te sluiten bij de SDE-systematiek. De termijn is 15 jaar met een mogelijk uitloop naar een 16e jaar vanwege SDE banking.


9. Gedurende de tijd dat een perceel in gebruik is als zonneveld, is realisatie van natuur geblokkeerd. Hoe verhoudt zich dat tot de doelstelling van het GOB om het NNB zo spoedig mogelijk of in elk geval voor 2027 te realiseren?

Antwoord:
In zijn algemeenheid is het tijdig beschikbaar krijgen van het areaal nog niet gerealiseerde nieuwe natuur voor natuurontwikkeling een obstakel in het realiseren van het natuurnetwerk. Het concept Natuur & Energie als invulling voor de opgave ONNB is een van de middelen om deze percelen beschikbaar te krijgen voor natuurontwikkeling.


10. Hoe worden grond en biodiversiteit beïnvloed tijdens het gebruik van de gronden als zonneveld?

Antwoord:
Daar zal nog ervaring mee moeten worden opgedaan. Voordeel is dat gebruik van bemesting en bestrijdingsmiddelen per direct stopt wat een gunstige invloed heeft. Daarentegen kan de schaduwwerking van de panelen een negatieve invloed hebben. Momenteel wordt nagedacht over een zodanige opstelling van de panelen dat de zon gedurende de dag alle delen van de onderliggende bodem bereikt. Daarnaast wordt nagedacht over de monitoring van de effecten van de panelen op de bodemkwaliteit en biodiversiteit.


11. Wat is de bruikbaarheid van de gronden als natuur, wanneer de zonnevelden worden geruimd?

Antwoord:
Het gaat om gronden die zijn bestemd voor nieuwe natuur en dus (in potentie) bruikbaar zijn voor natuurontwikkeling. Het enige verschil met reguliere natuurrealisatie is het moment van realisatie.


12. Bent u met ons van mening dat zonnepanelen op de grond bijdragen aan de schaarste aan beschikbare grond, en dat het daardoor duurder wordt om grond aan te kopen voor de realisatie van het NNB? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee, door het concept natuur & energie wordt het niet duurder om gronden aan te kopen voor natuurontwikkeling. Dit omdat er in het NNB geen concurrentie is van intensieve, langjarige zonnevelden; een voorwaarde voor dit concept is immers dat vanaf de eerste dag natuurwaarden ontwikkeld worden en dat het einddoel na 15 jaar natuur is.


13. Bent u met ons van mening dat het GOB zichzelf hiermee tegenwerkt in de realisatie van het Brabantse natuurnetwerk? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee, het doel van het GOB is en blijft immers het realiseren van nieuwe natuur conform haar opdracht. Deze realisatiewijze is een tijdelijk middel dat daarvoor juist nieuwe kansen biedt.


14. Bent u met ons van mening dat u hiermee de behoefte aan energie plaatst boven het belang van natuur? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee, het hoofddoel blijft natuurrealisatie. Daarnaast is ook de energietransitie een grote nieuwe maatschappelijke opgave waar wij onze medewerking aan willen verlenen.


15. Waarom kiest het GOB niet voor het braak leggen van gronden, zodat er onderhoudsvrije natuur ontstaat en op elk moment kan worden besloten de grond een andere bestemming te geven?

Antwoord:
Het GOB vervult slechts een intermediaire rol bij het realiseren van natuur. Feitelijke realisatie kan alleen plaatsvinden als er een eindbeheerder geïnteresseerd is en in staat is om dit te financieren. Het concept natuur & energie heeft geen betrekking op gronden die reeds in eigendom zijn van de Provincie/GOB. Het betreft initiatieven van derden.


16. Is er overeenstemming bereikt tussen het GOB en landeigenaren in het Halsters Laag voor de aanleg van zonnevelden aldaar? Indien u dit niet weet, kunt u dit bij het GOB nagaan?

Antwoord:
Nee, er is geen overeenstemming bereikt met landeigenaren in het Halsters Laag. Het GOB heeft wel contacten met partijen in het Halsters Laag om de mogelijkheden van natuurrealisatie te onderzoeken. Hierbij is de aanleg van zonnevelden één van de opties.


17. Indien ja, bent u met ons eens dat dit conflicteert met de natuurwaarden en doelstellingen van dat gebied? Zo nee, waarom laat u dit dan toe? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee, het einddoel blijft natuurrealisatie. De zonnepanelen leveren de financiële middelen om dit mogelijk te maken.


18. Recyclingbedrijf TUF in Dongen heeft versleten kunstgrasmatten verkocht die op zonnevelden worden toegepast om de groei van planten tegen te gaan. Kunt u bevestigen dat dat zeker niet gaat gebeuren, en kunt u bevestigen dat de groei van planten onder zonnevelden niet chemisch zullen wordt bestreden?

Antwoord:
Nee, dat kunnen wij niet in algemene zin bevestigen omdat wij of het GOB niet bij alle zonnevelden partij zijn. Daar waar sprake is van tijdelijke zonnevelden met het oog op natuurrealisatie en wij en/of het GOB partij zijn, zullen wij niet toestaan dat kunstgrasmatten of chemische bestrijdingsmiddelen worden gebruikt.


Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

de voorzitter, de secretaris,
prof. dr. W.B.H.J. van de Donk drs. M.J.A. van Bijnen MBA