Tech­nische vragen over maat­re­gelen ter voor­koming van schade door grauwe ganzen


Begin december 2018 deed de rechtbank West-Brabant-Zeeland uitspraak over het bezwaar dat was aangespannen tegen de bestrijding van overzomerende grauwe ganzen in Noord-Brabant. De rechtbank gaf daarin aan dat alle bestrijdingsacties niet leiden tot een afname van de aantallen ganzen en ook niet tot een significante afname van de schade. De provincie ging niet tegen deze beslissing in beroep bij de Raad van State.

Wij hebben hierover de volgende technische vragen.

1. Wat betekent de uitspraak in concreto voor het afschotbeleid in Noord-Brabant?

2. Wat betekent de uitspraak in concreto voor individuele jagers en wildbeheereenheden (WBE's)?

3. Op welke wijze is dit aan de WBE's kenbaar gemaakt?

4. Zijn er op jachtveldniveau nog (dag)quota geldig?

5. Is het behandelen van nesten nog wel toegestaan?

6. Welke middelen zijn nog wel toegestaan om landbouwschade te voorkomen?

7. Klopt het dat de broedpopulatie grauwe ganzen voornamelijk in de natuurgebieden en de uiterwaarden broedt?

8. Hoeveel grauwe ganzen zijn er onder dit – naar nu blijkt; onterechte – afschotbeleid afgeschoten (afgelopen zomer)?

24 november 2017 vroegen wij met technische vragen naar de effectiviteit van ingezette diervriendelijke preventieve maatregelen ter voorkoming van schade door ganzen. De beantwoording gaf weinig inzicht in de effectiviteit. Kunt u onderbouwd inzicht geven in de mate van effectiviteit van de verschillende ingezette middelen?

9. Wat is de mate van effectiviteit van de verschillende ingezette middelen en hoe wordt de effectiviteit beoordeeld?

10. (Overlappend op voorgaande vraag:) Welke ervaringen zijn opgedaan met gebruik van de preventiekitmodule ganzen; welke middelen zijn genomen en hoe vaak? Welke middelen werken en welke niet? Kunt u dit onderbouwen?

11. Hoe vaak hadden deze middelen een natuurlijk/landschappelijk aspect, bijvoorbeeld het plaatsen van hagen of andere manieren om voor de gans een open landschap ‘op te breken’?

12. Ook vernemen wij graag de kosten van inzet per afzonderlijke diervriendelijke preventieve maatregel.

13. Is er gebruik van gemaakt van laser om ganzen te verjagen? Zo ja, wat was daar het effect van?

14. Wat heeft de provincie gedaan om de inzet van diervriendelijke preventieve middelen onder de aandacht van agrariërs te brengen?

15. Welke diervriendelijke maatregelen kunnen we als provincie nemen om het foerageren van overzomerende grauwe ganzen op landbouwpercelen te voorkomen, en de grauwe ganzen te verjagen naar gebieden waar ze geen schade aanrichten, zoals natuurgebieden, rust- en foerageergebieden?

16. Waren er agrariërs bereid om te investeren in duurzame, diervriendelijke, preventieve maatregelen, om het afschot te minimaliseren? Zo ja, hoeveel en waarom?

17. Wat voor mogelijkheden heeft de provincie op het gebied van o.a. voorlichting, het opzetten van een gebiedsdekkend verjaagsysteem, en het faciliteren of subsidiëren van inrichtingsmaatregelen?

Antwoorddatum: 13 feb. 2019

Begin december 2018 deed de rechtbank West-Brabant-Zeeland uitspraak over het bezwaar dat was aangespannen tegen de bestrijding van overzomerende grauwe ganzen in Noord-Brabant. De rechtbank gaf daarin aan dat alle bestrijdingsacties niet leiden tot een afname van de aantallen ganzen en ook niet tot een significante afname van de schade. De provincie ging niet tegen deze beslissing in beroep bij de Raad van State.

Wij hebben hierover de volgende technische vragen.

1. Wat betekent de uitspraak in concreto voor het afschotbeleid in Noord-Brabant?

Antwoord:
Centraal in het faunabeleid (Nota faunabeheer Noord-Brabant) staat het terugbrengen van de schade veroorzaakt door de zomerpopulatie standganzen (waaronder de grauwe gans), waarbij gezocht wordt naar een evenwicht tussen behoud en duurzame populatie en een acceptabel schade- en veiligheidsniveau. Nu populatiebeheer d.m.v. afschot niet meer mogelijk is, resteert alleen de behandeling van nesten. Om schade aan gewassen te voorkomen of te beperken is verjaging met ondersteunend afschot nog wel mogelijk. Ook blijft verjaging met ondersteunend afschot van de grauwe gans mogelijk ter bescherming van kwetsbare flora en fauna.


2. Wat betekent de uitspraak in concreto voor individuele jagers en wildbeheereenheden (WBE's)?

Antwoord:
De uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant heeft tot gevolg dat individuele jagers in de betrokken WBE’s in Brabant geen gebruik meer kunnen maken van de ontheffing voor afschot in het kader van populatiebeheer.


3. Op welke wijze is dit aan de WBE's kenbaar gemaakt?

Antwoord:
Na de uitspraak zijn alle WBE’s, waar alle Brabantse jachthouders lid van zijn, door de Faunabeheereenheid Noord-Brabant middels een nieuwsbrief geïnformeerd dat geen gebruik meer kan worden gemaakt van bovengenoemde ontheffing. Voor de start van het zomerseizoen op 15 februari aanstaande wordt dit nogmaals in de nieuwsbrief onder de aandacht gebracht.


4. Zijn er op jachtveldniveau nog (dag)quota geldig?

Antwoord:
Daar de betreffende ontheffing voor wat betreft afschot van grauwe ganzen niet meer kan worden gebruikt, is de daaraan gekoppelde voorwaarde dat alleen van de ontheffing gebruik kan worden gemaakt nadat door GS het jaarlijks quotum voor afschot is goedgekeurd, eveneens niet meer van toepassing.


5. Is het behandelen van nesten nog wel toegestaan?

Antwoord:
Ja het behandelen van nesten is nog wel toegestaan. Dit deel van de ontheffing blijft in stand. Hiertegen is geen beroep ingesteld.


6. Welke middelen zijn nog wel toegestaan om landbouwschade te voorkomen?

Antwoord:
De ontheffingen in het kader van schadebestrijding grauwe gans blijven zowel voor de zomer- als winterperiode in de gehele provincie beschikbaar. Dat betekent dat in de gehele provincie door grondgebruikers, ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, verjaging met ondersteunend afschot van grauwe ganzen mogelijk blijft, ter voorkoming van schade aan gewassen. Mits daar eerst de nodige preventieve maatregelen zijn getroffen.

In het gebiedsplan ganzen Noord-Brabant is aangeven welke beheermaatregelen en op welke wijze deze uitgevoerd zullen worden. Preventieve maatregelen die een grondgebruiker kan inzetten zijn o.a. visuele of akoestische middelen zoals Agrilaser, vogelverschrikkers, vlaggen, linten, vliegers, afweerpistolen en/of knalapparaten. Om gebruik te mogen van de ontheffing dienen ten minste twee preventieve maatregelen te zijn getroffen, waarvan in ieder geval één zichtbaar in het veld aanwezig is en blijft gedurende de looptijd van de machtiging.


7. Klopt het dat de broedpopulatie grauwe ganzen voornamelijk in de natuurgebieden en de uiterwaarden broedt?

Antwoord:
Uit het ganzengebiedsplan volgt dat de meeste grauwe ganzen binnen Noord-Brabant broeden in natuurgebieden nabij de grote wateren en rivieren.


8. Hoeveel grauwe ganzen zijn er onder dit – naar nu blijkt; onterechte – afschotbeleid afgeschoten (afgelopen zomer)?

Antwoord:
7566.


24 november 2017 vroegen wij met technische vragen naar de effectiviteit van ingezette diervriendelijke preventieve maatregelen ter voorkoming van schade door ganzen. De beantwoording gaf weinig inzicht in de effectiviteit. Kunt u onderbouwd inzicht geven in de mate van effectiviteit van de verschillende ingezette middelen?

9. Wat is de mate van effectiviteit van de verschillende ingezette middelen en hoe wordt de effectiviteit beoordeeld?

Antwoord:
In het Gebiedsplan ganzen 2017-2023 wordt voor een aantal preventieve maatregelen aangegeven in hoeverre deze effectief (kunnen) zijn. Verder heeft BIJ12/faunafonds, in opdracht van de gezamenlijke provincies, onderzoeken laten uitvoeren door middels een vaste beoordelingssystematiek, een aantal niet-dodende verjagingstechnieken met elkaar te vergelijken. Voor de resultaten van deze onderzoeken verwijzen wij u naar; Buij, R., D.R. Lammertsma en Th.C.P. Melman, 2016. Effectiviteit wildschadepreventie; Beoordelingsmethodiek en literatuurreview. Wageningen, Alterra Wageningen UR (University & Research centre), Alterra-rapport 2740.

Zie ook de verwijzing naar het rapport over effectiviteit inzet lasers bij vraag 13.


10. (Overlappend op voorgaande vraag:) Welke ervaringen zijn opgedaan met gebruik van de preventiekitmodule ganzen; welke middelen zijn genomen en hoe vaak? Welke middelen werken en welke niet? Kunt u dit onderbouwen?

Antwoord:
Zie ook antwoord op vraag 9. De Faunaschade Preventiekits, zoals ontwikkeld door BIJ12/faunafonds, zijn bedoeld voor de agrarische sector. De preventiekits geven een overzicht van de preventieve maatregelen per soortgroep en de daarbij eventueel geldende richtlijnen vanuit BIJ12.

Het is aan de grondgebruiker om, bij dreigende schade aan gewassen, maatregelen te nemen om deze schade te voorkomen of te beperken. Daarbij is het eveneens aan de grondgebruiker om te bepalen welke maatregelen ter plaatse mogelijk zijn.


11. Hoe vaak hadden deze middelen een natuurlijk/landschappelijk aspect, bijvoorbeeld het plaatsen van hagen of andere manieren om voor de gans een open landschap ‘op te breken’?

Antwoord:
Dit is bij de provincie niet bekend. Zoals hiervoor gesteld is het aan de grondgebruiker om te bepalen welke maatregelen worden ingezet.


12. Ook vernemen wij graag de kosten van inzet per afzonderlijke diervriendelijke preventieve maatregel.

Antwoord:
Preventieve maatregelen worden door de grondgebruiker ingezet. Grondgebruikers behoeven geen opgave te doen voor de te maken kosten voor het inzetten van preventieve maatregelen.


13. Is er gebruik van gemaakt van laser om ganzen te verjagen? Zo ja, wat was daar het effect van?

Antwoord:
Grondgebruikers hebben de mogelijkheid om laser te gebruiken om ganzen van hun land te weren bij dreigende schade aan gewassen. Er is, in opdracht van BIJ12/faunafonds onderzoek gedaan naar de effectiviteit van laser. Zie: J.B.Latour, J. Stahl. 2018. ”Praktijkproef inzet lasers voor beperking ganzen- schade”. A&W-rapport 2388, Sovon rapport 2018/08. Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden & Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen.


14. Wat heeft de provincie gedaan om de inzet van diervriendelijke preventieve middelen onder de aandacht van agrariërs te brengen?

Antwoord:
Grondgebruikers zijn verplicht om – bij dreigende schade aan gewassen – eerst minimaal twee preventieve maatregelen in te zetten, alvorens gebruik kan worden gemaakt van de ontheffing voor verjaging met ondersteunend afschot. Via de hiervoor benoemde Faunaschade Preventiekits – (website BIJ12/faunafonds) kunnen grondgebruikers de meest effectieve maatregelen bepalen en toepassen.


15. Welke diervriendelijke maatregelen kunnen we als provincie nemen om het foerageren van overzomerende grauwe ganzen op landbouwpercelen te voorkomen, en de grauwe ganzen te verjagen naar gebieden waar ze geen schade aanrichten, zoals natuurgebieden, rust- en foerageergebieden?

Antwoord:
Deze vraag is geen technische vraag. Heeft betrekking op beleid. Voor zover relevant; zie de antwoorden op uw schriftelijke vragen van 20 oktober 2017 (vraag 3 en 4). Zie ook de antwoorden op de technische vragen van 19 september 2018 inzake ‘budget diervriendelijke maatregelen’.


16. Waren er agrariërs bereid om te investeren in duurzame, diervriendelijke, preventieve maatregelen, om het afschot te minimaliseren? Zo ja, hoeveel en waarom?

Antwoord:
Deze informatie is ons niet bekend.


17. Wat voor mogelijkheden heeft de provincie op het gebied van o.a. voorlichting, het opzetten van een gebiedsdekkend verjaagsysteem, en het faciliteren of subsidiëren van inrichtingsmaatregelen?

Antwoord:
Deze vraag is geen technische vraag. Heeft (deels) betrekking op beleid. Voor zover relevant; zie de antwoorden op uw technische vragen van 19 september 2018 inzake ‘budget diervriendelijke maatregelen’. Voorlichting over toepassing preventieve maatregelen wordt gegeven door BIJ12/faunafonds.