Vragen over de kwaliteit van natuur, lucht en water Noord-Brabant


Indiendatum: feb. 2017

Schriftelijke vragen van de Statenfractie van de Partij voor de Dieren aan het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant betreffende de kwaliteit van natuur, lucht en water Noord-Brabant.


Geacht college,

De luchtkwaliteit en de kwaliteit van het oppervlaktewater moeten beter in Nederland, dat stelt de Europese Commissie (EC) in een evaluatierapport over de uitvoering van het EU-milieubeleid. Nederland dient zich meer in te spannen voor de bescherming en het beheer van de natuur, door de druk vanuit de landbouw te verminderen. Dit heeft bij ons geleid tot de volgende vragen.

1. Bent u bekend met het rapport van de EC?

2. Indien ja, bent u tot de conclusie gekomen dat ook de provincie Noord-Brabant zich nog meer moet inspannen voor de bescherming en het beheer van de natuur? Zo ja, op welke manier(en)? Zo nee, waarom niet?

Volgens het rapport is het beheer van Nederlands bossen goed omkaderd, maar gekenmerkt door hoog intensieve praktijken en een relatief slechte biodiversiteit; alle beoordelingen van de staat van instandhouding van Nederlandse bossen in de periode 2007-2012 waren "ongunstig".

3. Bent u van mening dat ondernemen in de natuur, intensieve recreatie en het permanent bewonen van vakantiewoningen in bosgebieden, zoals in Noord-Brabant aan de orde is, afdoet of bijdraagt aan de biodiversiteit en kwaliteit van de Noord-Brabantse bossen? Graag een toelichting.

Uit het rapport blijkt dat habitatversnippering, atmosferische stikstofdepositie, verdroging en verzuring nog steeds grote bedreigingen zijn voor de biodiversiteit in Nederland.

4. Heide is gevoeliger voor stikstof dan (loof)bos. Bent u met ons eens dat de huidige tendens om bos te vervangen door heide, de kwetsbaarheid van de natuur vergroot? Zo nee, waarom niet? Zo ja, bent u voornemens geen bossen meer te vervangen door heide? Zo nee, waarom niet?

5. Een van de voorgestelde maatregelen in het rapport is ervoor te zorgen dat het programma voor plattelandsontwikkeling en de uitvoering van vergroeningsmaatregelen de biodiversiteitsmaatregelen ondersteunen en bijdragen aan het bereiken van een gunstige staat van instandhouding van habitatten en soorten. Bent u voornemens om deze aanbeveling van de EC over te nemen en (extra) maatregelen te treffen? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?

6. Een andere voorgestelde maatregel in het rapport is ervoor te zorgen dat waterverontreiniging, onder andere door de landbouw, doeltreffend wordt aangepakt conform de nitratenrichtlijn en de kaderrichtlijn water om te verzekeren dat goede toestandsdoelstellingen kunnen worden bereikt. Bent u voornemens om deze aanbeveling van de EC over te nemen en (extra) maatregelen te treffen? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?

7. Bent u met ons van mening dat het rapport van de EC uitwijst dat er geen ontwikkelingsruimte is in Noord-Brabant op het gebied van stikstof? Zo nee, waarom niet?

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft momenteel verschillende zaken in behandeling waarin is aangevoerd dat de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) in strijd is met de Europese Habitatrichtlijn. De zaken hebben betrekking op het weiden van vee en het bemesten van gronden waarvoor geen natuurvergunning meer nodig is. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft tevens zaken in behandeling waarbij natuurvergunningen met ontwikkelingsruimte zijn verleend voor agrarische bedrijven.

8. Het vrijgeven van ontwikkelingsruimte is een onomkeerbaar proces. De herstelmaatregelen in de PAS zijn eenmalig. Bent u, nu de juridische houdbaarheid van de PAS (weer) ter discussie staat, bereid om het verlenen van verdere ontwikkelingsruimte op te schorten tot de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een uitspraak heeft gedaan in bovengenoemde zaken? Zo nee, waarom niet?

Wij vernemen graag uw reactie en danken u bij voorbaat voor de beantwoording.


Met vriendelijke groet,

Paranka Surminski,
Partij voor de Dieren

Indiendatum: feb. 2017
Antwoorddatum: 7 mrt. 2017

Wij beantwoorden deze vragen als volgt.


1. Bent u bekend met het evaluatierapport van de EC over de uitvoering van het EU-milieubeleid in Nederland?

Antwoord:
Ja.


2. Indien ja, bent u tot de conclusie gekomen dat ook de provincie Noord-Brabant zich nog meer moet inspannen voor de bescherming en het beheer van de natuur? Zo ja, op welke manier(en)? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee. Het betreft een rapport over de stand van zaken van het milieubeleid in Nederland en niet specifiek over de Brabantse situatie. Voor iedere Europese lidstaat is door de Commissie een dergelijk rapport opgesteld.
De Commissie wil op basis van deze rapporten aanzetten geven tot een positief debat over de gemeenschappelijke uitdagingen voor de Europese Unie en over de meest doeltreffende manieren om de belangrijkste lacunes in de tenuitvoerlegging aan te pakken. Vooruitlopend op dit Europese debat zien wij geen aanleiding tot aanpassingen in het Brabantse beleid.
In algemene zin constateert het rapport dat er voor het Nederlandse natuurbeleid uitdagingen liggen in “het optimaliseren van de bijdrage aan het Natura 2000-netwerk en de nationale natuurnetwerken om een goede staat van instandhouding te bereiken en om habitatversnippering en biodiversiteitsverlies, atmosferische stikstofdepositie, verdroging en verzuring te beperken.” De recent verschenen Lerende evaluatie van het Natuurpact trekt vergelijkbare conclusies, maar constateert tevens dat bij de uitvoering van het beleid Noord-Brabant tot de voorlopers behoort. Dat uit zich onder meer in het volledig realiseren van het originele Natuurnetwerk Nederland en in het verbeteren van water- en milieucondities voor natuurgebieden. Daarnaast zet Noord-Brabant ook actief in op het leefgebiedenbeleid voor rode lijst-soorten binnen en buiten het Natuurnetwerk en het verbinden van natuurgebieden door de aanleg van faunavoorzieningen.


3. Bent u van mening dat ondernemen in de natuur, intensieve recreatie en het permanent bewonen van vakantiewoningen in bosgebieden, zoals in Noord-Brabant aan de orde is, afdoet of bijdraagt aan de biodiversiteit en kwaliteit van de Noord-Brabantse bossen? Graag een toelichting.

Antwoord:
Wij hebben geen aanwijzingen dat de genoemde activiteiten een grote belemmering zijn voor het realiseren van onze doelstellingen ten aanzien van biodiversiteit. De verbinding tussen natuur, mensen en economie is naast het versterken van de biodiversiteit een van de ambities die in onze nota Brabant Uitnodigend Groen zijn vastgelegd en bossen zijn bij uitstek een plek om te recreëren.
Daar waar het gaat om illegale activiteiten kunnen die mogelijk lokaal wel afbreuk doen aan het realiseren van de natuurdoelen. Daarom levert de provincie als partner in het programma Samen Sterk in Brabant (SSiB) via toezicht en handhaving een bijdrage aan een schoon en veilig buitengebied.
Voor de handhavingsactiviteiten heeft SSiB 3 speerpunten: wildcrossen, (drugs-) afvaldumpingen en stroperij. Door deze focus wordt bijgedragen aan het behoud van de natuurkwaliteit van Noord-Brabantse bossen.


4. Heide is gevoeliger voor stikstof dan (loof)bos. Bent u met ons eens dat de huidige tendens om bos te vervangen door heide, de kwetsbaarheid van de natuur vergroot? Zo nee, waarom niet? Zo ja, bent u voornemens geen bossen meer te vervangen door heide? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee. Er is geen sprake van een algemene tendens om bos te vervangen door heide. In sommige gebieden vindt omvorming van bossen plaats om de natuurwaarden te verhogen. Het totaal areaal aan bos neemt niet af.


5. Een van de voorgestelde maatregelen in het rapport is ervoor te zorgen dat het programma voor plattelandsontwikkeling en de uitvoering van vergroeningsmaatregelen de biodiversiteitsmaatregelen ondersteunen en bijdragen aan het bereiken van een gunstige staat van instandhouding van habitatten en soorten. Bent u voornemens om deze aanbeveling van de EC over te nemen en (extra) maatregelen te treffen? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee, zie antwoord op vraag 2.
In het Brabantse plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3) hebben wij de momenteel al volgende bedragen opengesteld: 11,1 mln voor innovatie, 13,3 mln voor KRW-maatregelen en 14,9 mln voor biodiversiteit, waarvan 8,9 mln voor hydrologische maatregelen PAS en 6 mln voor overige biodiversiteitsmaatregelen binnen het NNB. Voor de periode 2016 tot en met 2021 is jaarlijks 1,3 mln POP3 budget beschikbaar voor agrarisch natuur en landschapsbeheer en € 460.000 voor blauwe diensten.
Het invoeren van vergroeningsmaatregelen is een bevoegdheid van het Rijk. De provincie kan daar alleen indirect invloed op uitoefenen. Zo heeft het project Actief Randenbeheer Brabant er aan bijgedragen dat randenbeheer een van de meestgekozen vergroeningsmatregelen is binnen het GLB.


6. Een andere voorgestelde maatregel in het rapport is ervoor te zorgen dat waterverontreiniging, onder andere door de landbouw, doeltreffend wordt aangepakt conform de nitratenrichtlijn en de kaderrichtlijn water om te verzekeren dat goede toestandsdoelstellingen kunnen worden bereikt. Bent u voornemens om deze aanbeveling van de EC over te nemen en (extra) maatregelen te treffen? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee, zie antwoord op vraag 2.
Vorig jaar is door de gezamenlijke overheden al onderkend dat de waterkwaliteitsdoelstellingen met de huidige aanpak niet tijdig kunnen worden gerealiseerd. Op 16 november 2016 hebben overheden, maatschappelijke organisaties en kennisinstituten daarom de Delta-aanpak Waterkwaliteit en Zoetwater ondertekend om een impuls te geven aan de verbetering van de waterkwaliteit. Momenteel worden regionale analyses voorbereid om passende maatregelen af te leiden, ook wordt gekeken of via andere sporen (koppeling met 6e Nitraatactieprogramma) het beoogde doel kan worden bereikt. Dit zal mogelijk leiden tot extra maatregelen ten opzichte van de huidige, geprogrammeerde maatregelen die in uitvoering en/of voorbereiding zijn.


7. Bent u met ons van mening dat het rapport van de EC uitwijst dat er geen ontwikkelingsruimte is in Noord-Brabant op het gebied van stikstof? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee. Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) is in Nederland juist ontwikkeld, vastgesteld en in de wet opgenomen om te voldoen aan afspraken die in Europees verband zijn gemaakt ter bescherming van natuur. Het programma voorziet in brongerichte maatregelen om emissies te verminderen en gebiedsspecifieke effectgerichte maatregelen om natuur te herstellen.


8. Het vrijgeven van ontwikkelingsruimte is een onomkeerbaar proces. De herstelmaatregelen in de PAS zijn eenmalig. Bent u, nu de juridische houdbaarheid van de PAS (weer) ter discussie staat, bereid om het verlenen van verdere ontwikkelingsruimte op te schorten tot de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een uitspraak heeft gedaan in bovengenoemde zaken? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee. De zitting bij de Raad van State geeft de provincies geen reden om tot de uitspraak geen vergunningen te verlenen. De Raad van State is voornemens een aantal prejudiciële vragen aan het Europees Hof te stellen. Daarmee zou de termijn verlengd worden, alvorens de Raad van State tot uitspraken komt. In de tussentijd kunnen en moeten aanvragen in het kader van de Wet natuurbescherming conform de regels in deze wet en de Algemene wet Bestuursrecht worden behandeld.


Gedeputeerde Staten van Noord Brabant,

de voorzitter, de secretaris,
prof. dr. W.B.H.J. van de Donk ir. A.M. Burger